Russen blokkeren Bosnië-beraad; Westen dreigt maar besluit niet tot actie

LONDEN, 22 JULI. De Bosnische Serviërs moeten op zware en aanhoudende luchtbombardementen rekenen als ze het wagen na Srebrenica en Zepa ook het door de Verenigde Naties 'beschermde gebied' Gorazde aan te vallen. Met die waarschuwing is gisteren in Londen de internationale conferentie over Bosnië geëindigd.

Rusland, een van de vijf leden van de internationale contactgroep voor Bosnië, weigerde echter om dat dreigement te onderschrijven. Minister van buitenlandse zaken Andrej Kozyrev waarschuwde dat die aanpak tot een “uiterst gevaarlijke situatie” zou leiden. “De VN-macht zal zich ontpoppen als een oorlogvoerende partij.”

Warren Christopher, de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, reageerde laconiek op de afwijzing van de Russen. Voor eventuele bombardementen door de NAVO hebben we de goedkeuring van de Russen niet nodig, zei de Amerikaanse bewindsman. Hij wees er op dat Rusland zich wel achter de belangrijkste andere conclusies van de conferentie had geschaard. Ook Rusland vindt dat UNPROFOR, de VN-vredesmacht, in Bosnië moet blijven. Ook Rusland acht het belangrijk dat de Bosnische Serviërs verdere aanvallen op de 'beschermde gebieden' achterwege laten.

Christopher bestreed dat de waarschuwing van de Londense conferentie weinig verder gaat dan eerdere loos gebleken dreigementen. Bij een Servische aanval op Gorazde zal de reactie zich niet zoals in het verleden tot kleinschalige, incidentele bombardementen beperken. Volgens hem wordt ook het mechanisme veranderd waarbij alleen de VN om een aanval kunnen vragen, maar hij gaf niet aan hoe. “De Serviërs zullen een bijzonder hoge prijs voor zo'n daad van agressie betalen”, aldus Christopher.

Een vergeldingscampagne zou zich niet beperken tot de directe omgeving van Gorazde. Een groot aantal “significante” doelwitten zal in aanmerking komen, zei de Amerikaanse minister van defensie, William Perry. Hij sprak van “een belangrijke afwijking van de manier waarop de luchtmacht in het verleden is ingezet”.

Een eventuele militaire campagne zal ook voortgezet worden als de Bosnische Serviërs weer VN-militairen in gijzeling nemen. Volgens Malcolm Rifkind, de Britse minister van buitenlandse zaken, calculeren alle landen die VN-troepen in Bosnië hebben gelegerd, inclusief Nederland, dat risico in. De VN-macht heeft met onmiddellijke ingang opdracht gekregen de kansen op gijzelneming tot een absoluut minimum te beperken.

Rifkind, die als voorzitter van de conferentie optrad, benadrukte dat elke beslissing tot bombarderen alleen met instemming van de VN-commandanten in Bosnië kan worden genomen. Maar hij bestreed dat die constructie onvermijdelijk zal leiden tot vertraging of halfslachtigheid. Hij zei dat het besluit tot militaire actie “niet meer dan enkele minuten” hoeft te vergen als tussen de NAVO en de VN-commandanten maar eensgezindheid bestaat.

Eventuele militaire acties van het Westen zijn voorlopig alleen gericht op de verdediging van Gorazde. Maar volgens Christopher kunnen de gemaakte afspraken ook op andere gebieden worden toegepast. Daarover zouden de betrokken landen op een volgende bijeenkomst dan wel opnieuw consensus moeten bereiken.

[Carl Bildt, de bemiddelaar van de Europese Unie in voormalig Joegoslavië, heeft gezegd dat de Servische president, Milosevic, Bosnië zou willen erkennen.]

Pagina 5: 'Aftocht van Unprofor uit Bosnië voorkomen'

Woordvoerders van het Amerikaanse ministerie van buitenlandse zaken bestreden de mededeling van de Franse minister van buitenlandse zaken, Hervé de Charette, dat Milosevic “technisch akkoord” zou zijn met erkenning van Bosnië.

Frankrijk heeft laconiek gereageerd nadat het door premier herhaaldelijk geformuleerde voorstel om de internationale troepen in de enclave Gorazde met 1.000 man, helikopters en zware wapens te versterken, geen enkele steun had gekregen. Volgens de Franse minister van buitenlandse zaken, Hervé de Charette, was er geen sprake van “een diplomatieke nederlaag”. Hij toonde zich opgelucht dat het Westen eindelijk “een streep in het zand heeft getrokken”: een aanval op Gorazde zal zwaar worden gestraft.

De deelnemers aan de conferentie in Londen hebben gisteren ook afgesproken dat de positie van UNPROFOR in Sarajevo zal worden versterkt. De snelle interventiemacht (RRF) die in totaal 9.000 Franse, Britse en Nederlandse soldaten moet omvatten, zal deels worden ingezet om de vrije toevoer van goederen naar de Bosnische hoofdstad te garanderen.

Opgelucht constateerden de deelnemers na afloop dat een terugtrekking van UNPROFOR uit Bosnië voorlopig is voorkomen. Zo'n terugtrekking zou volgens Rifkind “zonder twijfel tot een gigantische humanitaire catastrofe” hebben geleid. Hij sprak de vurige hoop uit dat het niet tot een Amerikaanse opheffing van het wapenembargo tegen de Bosnische moslims zal komen. In dat geval zijn al onze inspanningen voor niets geweest, zei Rifkind. Dan zou de positie van de VN-macht in Bosnië alsnog onhoudbaar zijn.

Het besluit tot militaire dreiging dient om de geloofwaardigheid en werkbaarheid van de VN-macht te herstellen, maar kan de noodzaak van een politieke oplossing voor de Balkan-oorlog niet vervangen. Dat credo herhaalden de Verenigde Staten, Frankrijk en Groot-Brittannië gisteravond in wisselende bewoordingen. “Niemand moet zich illusies maken dat één conferentie een einde kan maken aan de oorlog en het lijden”, verklaarde Christopher. “Maar misschien concentreert ze wel de geesten op het streven naar een politieke regeling. De beslissingen die we hebben genomen moeten voor een element van stabiliteit in Bosnië zorgen. Een algeheel staakt-het-vuren zou de basis moeten vormen voor verdere onderhandeling.”

De Nederlandse minister van buitenlandse zaken Hans van Mierlo noemde de uitkomst van de conferentie “onverwacht positief”. Hij vond dat de bijeeenkomst “te hap-snap” georganiseerd was. Daarom had hij voor “een totale mislukking” gevreesd.

    • Dick Wittenberg
    • Wim Brummelman