Rookwoede op Tjeukemeer om windhoek te bepalen

Vandaag klinkt in Grouw het startschot voor de 51ste editie van de SKS-titelstrijd skûtsjesilen. Naast deze besloten zeilcompetitie met veertien traditionele tjalken kent Friesland een 'open' toernooi: het Iepen Fryske Kampioenskippen Skûtsjesilen (IFKS) dat gisteren in Lemmer eindigde. Verslag van de voorlaatste etappe aan boord van de 'Eenvoud' van schipper Jappie Bandstra.

EENVOUD, 22 JULI. Skûtsjesilen met nauwelijks een zuchtje wind is als een loterij. Schipper Jappie Bandstra zegt het met een stem vol berusting. Zijn Eenvoud, een groene tjalk uit het bouwjaar 1914, is zojuist als negende gefinisht in de A-klasse. De derde plaats in de algemene IFKS-rangschikking komt niet in gevaar, ondanks de matige klassering in deze vijfde en voorlaatste zeilwedstrijd op het Tjeukemeer. Ontspannen neemt Bandstra plaats bovenop het immense helmhout. Met een pijpje pils in de linker- en een shaggie in de rechterhand tuft hij behoedzaam de haven van Echtenerbrug binnen. “Nu begint het mooiste pas, de nabespreking of de 'derde helft' zoals wij dat noemen”, zegt de 39-jarige Fries en hij lacht zijn tanden bloot.

De uitgelaten stemming van Bandstra en zijn tienkoppige bemanning zo rond de klok van half vijf staat in schril contrast met de algehele nervositeit van drie uur daarvoor. Vlak voor de start valt de spanning aan boord van de gezichten af te lezen. “Vraag maar even niets. Iedereen is overgeconcentreerd ”, fluistert Durkje Visser, een van drie vrouwelijke bemanningsleden. Net als zijn collega-schippers laveert Bandstra zijn platbodem ondertussen in de meest ideale uitgangspositie. De zeventien voormalige vrachtschepen varen rakelings langs elkaar terwijl de zeilers onderling norse blikken uitwisselen. “Nu lopen de spanningen pas echt op”, grijnst Hans Hornstra als het eerste schot weerklinkt, ten teken dat de start over exact tien minuten volgt.

Ook tijdens de wedstrijd volhardt de bemanning in een ijzig stilzwijgen. De communicatie beperkt zich tot wederzijdse bevelen, uitgesproken in onvervalst Fries. Bandstra tuurt over het vrijwel rimpelloze wateroppervlak, op zoek naar een zuchtje wind, op zoek naar de 'donkere plekken'. Maar van mei it brûs foar de kop ('met het schuim voor de boeg') waar het begeleidende programmaboekje gewag van maakt, komt niets terecht. De wind laat het afweten. Het is drukkend warm aan boord en het skûtsje dobbert, ook al doen de drie fokkenisten verwoede pogingen in om iedere luchtverplaatsing met het voorste zeil te vangen. De regatta draagt meer het karakter van een betekenisloze parade. Een regelrechte drijfpartij, zoals het in zeiltermen heet.

Niettemin keert Bandstra als vierde bij de eerste boei, drie plaatsen achter klassementsaanvoerder Jidse Grondsma met zijn Woeste Oane. Toch is de roerganger uit Stavoren tevreden. Hij steekt zijn zoveelste shaggie op. Niet zonder reden. Bandstra's ongetemperde rookwoede blijkt maar deels ingegeven door zijn voorliefde voor tabak. Omdat hulpmiddelen bij het skûtsjesilen strikt verboden zijn, moet de uitgeblazen rook de schipper uitsluitsel geven over de vraag hoe de wind de wind waait. “Toen ik nog bij Jappie's oudere broer Age aan boord voer, gebruikten we het topje van een hengel met een stukje cassette-tape om uit te vogelen waar en hoe de wind stond. Als je dat nu waagt, heb je onherroepelijk een protest aan je broek”, lacht Hornstra na afloop.

Dat laatste gebeurt bijna als de Bolsward bij de voorlaatste boei plots Bandstra's roer ramt. “Je ligt d'r uit”, klinkt het dreigend vanaf het Leeuwarder skûtsje. Bandstra had voorrang moeten verlenen. De schipper, inmiddels teruggevallen naar de achtste plaats, reageert laconiek. “Mooi niet. Doorvaren jongens”, zegt hij gedecideerd. Ook als zijn plaaggeesten vervolgens de rode vlag hijsen om hun woorden kracht bij te zetten, is de goedlachse Fries geenszins verontrust. Tot een officieel protest voor de jury zal het “zeker weten” niet komen, bezweert hij. Vier dagen eerder was het wel raak. Op het Heegermeer knalde Bandstra na een stuurfout op een ander skûtsje, waarna de jury hem prompt zeventien punten in mindering bracht.

De bemanning van de Bolsward strijkt inderdaad na enige tijd de rode vlag, maar haalt alsnog haar gram door vlak voor de finish Bandstra af te troeven en als achtste te eindigen. Bandstra maalt er niet om. “Bij gebrek aan wind is het moeilijk varen. Zeker voor ons. Vergeet niet dat dit schip 42 ton weegt. En over het protest: “Ach, dat hoort d'r bij. Een beetje jennen, beetje blufpoker. Zie het als een tactisch spel.”