Octrooiraad: miljardenverspilling door 'dubbelonderzoek'

RIJSWIJK, 22 JULI. Bij een luchtvaartshow in Engeland werd enkele jaren geleden een spion ontmaskerd. De man werd door snel gealarmeerd veiligheidspersoneel uit een cockpit geplukt terwijl hij nauwkeurig studie maakte van een nieuwe vlieghelm. Hij had zich de moeite kunnen besparen: op de helm rustte reeds een octrooi en het hoofddeksel was met tekening en al terug te vinden in de octrooiliteratuur. Hetzelfde verhaal geldt voor een paar duikers die in een haven onder water werden betrapt toen ze de kiel van een nieuw zeiljacht dat aan de America's Cup zou deelnemen aan het opmeten waren. Ook deze kiel was al gepatenteerd.

Jaarlijks worden miljarden verspild aan onderzoek dat al lang door anderen is gedaan. Uit een studie van de Europese Commissie blijkt dat ongeveer een derde van alle research die door bedrijven en overheden in de Europese Unie wordt verricht weggegooid geld is wegens 'dubbelonderzoek'. In Nederland verdwijnt op die manier jaarlijks naar schatting 3 miljard gulden, in de hele Europese Unie circa 30 miljard.

De verspilling zou veel minder zijn als de octrooiliteratuur beter werd bestudeerd, meent directeur R.L.M. Berger van het Bureau voor de Industriële Eigendom (BIE), beter bekend als de Octrooiraad en belast met de verlening van octrooien voor Nederland. De directeur luidde onlangs de noodklok over de verspilde miljarden. “Slechts eenderde van de Nederlandse bedrijven die aan research en development doen, vraagt octrooien aan of raadpleegt de literatuur”, zegt Berger. Terwijl toch weinig dingen kostenbesparender zijn voor het bedrijfsleven dan een kijkje nemen in de bibliotheek van het BIE in Rijswijk, vindt hij. “We hebben hier 60 miljoen octrooien liggen. Daarin kun je lezen wat voor onderzoek de concurrent doet, in welke denkrichting zijn produktontwikkeling gaat en wat er reeds bekend is over problemen waar een fabrikant op stuit. Behalve een beschermingsvorm om geïnvesteerd onderzoeksgeld terug te verdienen, zijn octrooien dus een enorme bron van informatie. Een van de pijlers van het technologiebeleid is snelle verspreiding van kennis om economisch resultaat te boeken. Welnu, octrooien leggen kennis bloot en stimuleren daardoor nieuwe technologie.”

Het Nederlandse bedrijfsleven toont niet alleen weinig animo om in de tientallen miljoenen octrooipublikaties van het Bureau voor de Industriële Eigendom te duiken, ook met het aanvragen van patenten is men laks. Berger: “De multinationals zijn kind aan huis bij ons, maar het midden- en kleinbedrijf maakt nauwelijks gebruik van octrooien.”

De voedings- en genotmiddelenindustrie, de elektronica-fabrikanten, de informatie-sector en de beeldverwerkende industrie zijn over het algemeen redelijk actief op octrooigebied; de transportwereld, de zware industrie en de biofarmacie daarentegen scoren laag. Daar komt nog bij dat van de circa 95.000 in Nederland geldende octrooien ruim 90 procent in buitenlandse handen is. Het saldo op de technologische handelsbalans is dan ook negatief. In 1991 kocht Nederland voor 2,9 miljard gulden aan licenties, terwijl er slechts voor 1,4 miljard werd verkocht.

Bij de universiteiten is het woord octrooi nog bijna taboe, aldus Berger. Ze hebben nauwelijks geld en missen de deskundigheid om octrooien aan te vragen op hun uitvindingen. Ook voor de kwaliteit van het wetenschappelijk onderzoek lijkt het mij van belang dat universitaire onderzoekers de octrooiliteratuur raadplegen. We houden van dag tot dag bij wie er in onze bibliotheek komt, maar daar is zelden een student bij.''

Om de 'octrooibewustheid' in Nederland te vergroten, gaat het Bureau voor de Industriële Eigendom campagne voeren. Niet alleen moet het bureau meer naamsbekendheid krijgen, ook zullen doelgroepen (HBO's, universiteiten, kennisinstituten en midden- en kleinbedrijf) worden benaderd met informatie over octrooien en zal er nauwer worden samengewerkt met het ministerie van economische zaken waar het gaat om het verlenen van ontwikkelingskredieten. Berger: “Het is voorgekomen dat EZ subsidie verstrekte aan een bedrijf dat bij de ontwikkeling van een produkt op een moeilijk oplosbaar probleem stuitte. Er is toen een deskundige bijgehaald die in de octrooiliteratuur ontdekte dat de oplossing allang bestond. EZ kon zijn krediet afschrijven, want op die oplossing rustte ook al een patent.”

Ander onderdeel van de campagne is de verbetering van de toegankelijkheid van de octrooiliteratuur, zodat de 10.000 bezoekers makkelijker hun weg vinden in de bibliotheek, die zich jaarlijks met 1 miljoen nieuwe patenten uit de hele wereld uitbreidt. Ook wil het Bureau collegestof over het octrooiwezen ontwikkelen. Berger: “We geven nu regelmatig onderwijs aan mensen uit Azië en Oost-Europa, maar ook voor Nederlandse studenten zou het buitengewoon nuttig zijn.”

Wat de campagne zal opleveren, weet Berger niet. “De verspilling aan onderzoeksgeld is groot genoeg om te proberen dat bedrag omlaag te brengen, maar ik verwacht niet dat we het verlies ooit tot nul zullen kunnen reduceren.”