Nieuwbouw Peking glimt van buiten maar is rot van binnen

De Chinese overheid wil het centrum van Peking renoveren. De bewoners van oude huizen verhuizen, vaak na zware druk van de autoriteiten, naar de buitenwijken. Daar blijken de nieuwe huizen die ze betrekken vaak minder mooi dan door de autoriteiten in het vooruitzicht was gesteld.

PEKING, 22 JULI. 'Chai' staat er met grote halen witte verf op de muren van het huis geklodderd. “Dat betekent dat het wordt gesloopt”, zegt Zhang Yong. De woning van de 24-jarige computerprogrammeur staat moederziel alleen op een groot braakliggend terrein in hartje Peking. “Ik heb een vrijstaand huis”, zegt Zhang cynisch. “Hoe kan het hè, in het centrum van een miljoenenstad.”

Acht maanden geleden nog stond Zhangs veertiende-eeuws huis met hofje midden in een drukke wijk, ingeklemd tussen schuurtjes, kamers en duiventillen van de buren. Net als in de aangrenzende oude wijk waren de smalle straatjes hier druk bevolkt met praatgrage oma's, schakende opa's, klerenwassende keukenhulpjes en hinkelende kinderen. Tussen de aan weerszijden van de straatjes opgestapelde cokes en afvalbakken baanden de flessenboeren en 'strontdragers' zich een weg.

Maar nu is alles weg, het enige wat rest zijn hopen puin, en natuurlijk het huis van Zhang Yong. “De ambtenaren van het Bureau van Afbraak hebben herhaaldelijk bij mij op de stoep gestaan. Ze hebben dreigementen geuit. Als je niet snel vertrekt gaat je dat veel geld kosten, zeiden ze, maar ik pieker er niet over, ik blijf”, zegt Zhang beslist.

De wijk waar Zhang woont, is afgebroken in het kader van een grootschalig herstructureringsprogramma in de Chinese hoofstad. 'Transformeer de oude huizen' heet een van de projecten formeel. In de praktijk houdt dat in dat vrijwel alle oude wijken in Peking zullen verdwijnen en worden vervangen door nieuwbouw. Het programma beoogt niet alleen voorgoed een einde te maken aan de primitieve woonomstandigheden van de bewoners van Pekings binnenstad, maar ook om een oplossing te bieden voor de grote woningnood in de hoofdstad. Peking telt ruim elf miljoen inwoners en jaarlijks komen daar door de toeloop van werkzoekende boeren vele duizenden bij.

“We streven er naar om binnen vijftien jaar tweehonderdduizend mensen vanuit het centrum naar de buitenwijken te verhuizen”, zegt Dong Guangqi, hoofd van het Instituut voor Ruimtelijke Ordening en lid van de invloedrijke bouwcommissie van Peking. “Binnen die tijd moet de beschikbare woonruimte worden verdubbeld.”

Volgens Dong is de situatie in de binnenstad niet langer houdbaar. “Vrijwel de helft van de woningen zijn twee tot drie eeuwen oud. Ieder comfort ontbreekt. Water en toilet worden door verscheidene families gedeeld, riolering is afwezig; de huizen zijn bouwvallen”, aldus Dong. “Op drie districten na gaat alles verdwijnen.” Op de plattegrond die hij voor zich heeft liggen, omcirkelt Dong drie kleine wijken. “Daar en langs vierentwintig straten met historische waarde zullen we de huizen restaureren en beschermen.”

Het verkassen van honderdduizenden mensen is volgens Dong geen probleem. “De mensen zijn een groot voorstander van de herstructureringspolitiek, ze gaan er allemaal op vooruit.” Wie direct op het aanbod van een nieuwe woning ingaan, worden door ambtenaren van stadsbestuur premies in het vooruitzicht gesteld en krijgen onder bepaalde voorwaarden zelfs grotere woningen toegezegd.

De Zhao's, uit het West-district van Peking, zijn vastbesloten op een aanbod van het stadsbestuur in te gaan. Ze kijken uit naar het moment dat het Bureau voor Afbraak langskomt met de mededeling dat hun huis zal worden afgebroken. “Een mooie flat, met een eigen toilet en een keuken, wie wil dat niet”, zegt Zhao Jilin.

Zhao woont met zijn vrouw en kind in een goed onderhouden huis met hofje aan het einde van een drukke straat. Hoewel hij nog geen bericht heeft ontvangen dat de buurt waarin hij woont tegen de vlakte gaat, weet Zhao al precies waarheen hij wil verhuizen. “Buiten de vierde rondweg, dertig kilometer hiervandaan. Daar staan prachtige flats en bovendien verstrekt het stadsbestuur een bonus van vijfduizend gulden.” Dat zijn zoontje van school moet veranderen en dat hij en zijn vrouw dan dagelijks drie uur extra per bus zullen moeten reizen om hun werk te bereiken, deert hem niet.

Hou Qijiang van het Bureau voor Afbraak vertelt dat de mensen voor de keus worden gesteld. “Ze kunnen kiezen uit vier huizen. Hoe verder uit het centrum hoe hoger de eenmalige bonus. Bovendien zijn de woningen verder uit het centrum groter. De bewoners mogen ook weer terugkeren naar hun oude wijken nadat daar nieuwe flats zijn gebouwd. Wij garanderen dat ze binnen anderhalf jaar weer terug zijn.”

Volgens Zhang Yong, de koppige achterblijver, klopt er niets van die garanties. “De mensen uit mijn buurt werden in een bus naar het Fengtai-district gebracht, om een kijkje te nemen in hun toekomstige huizen. Daar in het zuiden van de stad stonden de nieuwe flats. Iedereen was heel enthousiast over hoe mooi het allemaal wel niet was. Maar toen ze uiteindelijk gingen verhuizen bleek er niets van te kloppen. De huizen die ze toegewezen kregen, bleken onaf. Ze waren lang niet zo mooi als de huizen die ze indertijd hadden bekeken. Kranen ontbraken, de stroomvoorziening werkte gebrekkig. En in de buurt bleken geen winkels en scholen te zijn gebouwd. Vind je het raar dat je vijfduizend gulden nodig hebt om de boel een beetje op orde te brengen”, vraagt Zhang.

Onder de bewoners die willen terugkeren naar hun oude buurten, zitten ook ontevreden mensen. Yang Yuqi bijvoorbeeld komt maandelijks even kijken hoe het met de vorderingen van de nieuw te bouwen wijk staat. Maar het bouwterrein ligt er al acht maanden onaangeroerd bij. “Nu woon ik in een tijdelijke krotwoning”, zegt Yang boos. “Op twee uur reizen van mijn werk. En binnen tien maanden zou ik kunnen terugkeren naar mijn nieuwe huis. Maar er is nog niets gebouwd.”

Anderen hebben nog meer pech dan Yang. Voor de familie Cui is de termijn voor terugkeer van anderhalf jaar al ruimschoots verstreken en nog steeds wonen zij in hun 'tijdelijke woning'; een barak met dunne wandjes van karton en een lekkend dak. De flat waarin zij zouden komen te wonen staat er allang, maar toen ze gingen kijken naar de vorderingen bleek hun woning al te zijn toebedeeld aan anderen. Buiten hun medeweten om was de grond waarop de flats zouden worden gebouwd, verhuurd aan een projectontwikkelaar uit Taiwan en die had de flats inmiddels tegen veel hogere prijzen verhuurd.

“Onmogelijk”, zegt Dong Guangqi van het Instituut voor Ruimtelijke Ordening. “Hier gelden strenge regels. Als wij achter een dergelijke zaak zouden komen, dan zouden wij de situatie meteen ongedaan maken. De mensen hebben rechten.”

Dong weet slechts dat veel van de nieuwbouwflats gebrekkig worden opgeleverd. “Ik heb er inmiddels voor gepleit om het tempo van afbraak en opbouw te vertragen.” Volgens Dong is de kwaliteit van de nieuwbouwflats nog niet van dien aard dat het verantwoord is om te veel te bouwen.

Voor mensen zoals achterblijver Zhang Yong heeft Dong geen respect. Zhang zou er volgens Dong enkel op uit zijn om meer woonruimte af te dwingen. En dat blijkt gedeeltelijk te kloppen. De reden voor Zhangs volhardendheid is dat hij maar één kamer toegewezen heeft gekregen terwijl hij er nu over twee beschikt. Bovendien gaat hij eerdaags trouwen en vindt hij twee kamers geen onredelijke eis.

Zo blijkt het echter niet te werken. Dong: “We kunnen alleen in het allernoodzakelijkste voorzien, meer niet. De woningnood in China's steden is veel te groot.” Het aantal kamers blijkt verdeeld te worden op grond van ieders hukou of woonvergunning. In een hukou staat of men getrouwd is en uit hoeveel personen een familie bestaat. Op grond van die gegevens krijgt een familie een bepaald aantal kamers toebedeeld, ongeacht toekomstige huwelijken of nieuwe borelingen.

Zhang Yong woonde op het moment dat de ambtenaren van het Bureau van Afbraak langskwamen, bij zijn ouders. Daar woonde hij met zijn hele familie in twee kamers. Nu hij gaat trouwen heeft Zhang volgens het bureau maximaal recht op een één-kamerwoning.

Wat er precies met Zhang gaat gebeuren is onduidelijk. Volgens Dong heeft het stadsbestuur zo zijn methodes om Zhang weg te krijgen. Sommige bewoners in het Chaoyang-district weten daar van. Langs Pekings lange avenues moeten grote glimmende kantoren komen en alle woonblokken verdwijnen. De bewoners langs de Jainguomenwia-avenue in het Chaoyang-district zijn tegen die plannen in opstand gekomen. Maar het mocht niet baten.

Met man en macht kwam de politie langs om de mensen uit hun huizen te zetten. De gebouwen zijn inmiddels verdwenen. “En wat komt ervoor in de plaats”, vraagt een verontwaardigde bewoner. “Paardestront! Het glimt van buiten maar is rot van binnen. Het is niets meer dan een façade, want achter al die nieuwe kantoren wonen wij in onze krakkemikkige huizen.”