Lijkt z'n zoontje op een schilder?

Een gebergte in de Nederlandse literatuur is het oeuvre van S. Vestdijk wel genoemd. Van zijn tweeënvijftig romans horen er heel wat tot de pieken in dat gebergte. H.Br. Corstius en Maarten 't Hart herlezen er ieder zesentwintig en doen om beurten verslag van hun ervaring. Vandaag: Het schandaal der Blauwbaarden (1968)

Blauwbaard vermoordt zijn vrouw en verbergt het lijk in een kamer. Zijn nieuwe echtgenote mag die kamer niet in en gaat er dus wel naar binnen. Daarom wordt zij vermoord en Blauwbaard verbergt het lijk in de volgende kamer die de volgende echtgenote niet in mag.

Vestdijk vertelt het verhaal van een Blauwbaard en verstopt diens geheim in een hoofstuk. De lezer gaat dat hoofstuk binnen en raakt daardoor verstrikt in een nieuwe moord. Ook die blijft mysterieus, en wie daarover peinst wordt weer slachtoffer.

Waarom vermoordt Blauwbaard eigenlijk zijn vrouw? Vestdijk denkt: vanwege een driehoeksverhouding. Onthou dat getal 3.

Drie heren verlaten het stoffige Florence en trekken naar het torige San Gimignano, waar een van hen in het archief moet zoeken naar een veertiende-eeuwse Blauwbaard, omdat een nazaat hem dat gevraagd heeft. Ze drinken een stevig glas en nu blijken ze alledrie een ander Blauwbaardverhaal te koesteren.

De Amerikaan Allen Wilkie verhaalt hoe zijn vader Edgar Wilkie zijn veertig jaar jongere vrouw met haar minnaar om het leven brengt door ze in zijn telescoop te laten verpletteren. Een verhaal Edgar Allan Poe waardig.

De Nederlander Bohlen, in wie moeiteloos Vestdijk zelf te herkennen valt, verzint ook een moordverhaal, maar dat gelooft niemand. Zijn Blauwbaard-obsessie is te dichtbij.

De Italiaanse historicus Giovanni Lampugnani krijgt in het archief een kopie van een document uit 1731, dat gaat over een zestiende-eeuwse naamgenoot van de veertiende-eeuwse Blauwbaard. Die vermoordt zijn jonge echtgenote omdat hun na zes maanden huwelijk geboren zoontje sterk op een fijnschilder gelijkt, die zijn vrouw voor hun huwelijk kende.

De kopie van het document, dat een gebeurtenis van twee eeuwen eerder pretendeert te vertellen, klinkt verdacht modern. De Italiaan vraagt of een van de heren het soms die ochtend voor de grap in het archief heeft neergelegd. Wij weten dat de Nederlander Bohlen, een romanschijver, daar inderdaad die ochtend is geweest.

Tot nu toe is er niets gebeurd, alleen maar gesproken en voorgelezen. Wilkie doet een voorstel. Als ze eens in een van de torens van het stadje een spiritistische scéance hielden en de lokale Blauwbaarden opriepen? Ze gaan er op in, en worden door een nog levende San-Gimigniaan met een blauwe baard de toren uitgegooid vóór er een spook met een blauwe baard kan verschijnen.

Drie geleerden die drie Italiaanse blauwbaarden leren kennen en zelf drie blauwbaard-obsessies koesteren. Bij Wilkie gaat het om zijn astronomische vader. Bij de Italiaan blijkt dat hij zijn afwezige echtgenote een slet vindt en zich in de gewoontes van Blauwbaard kan vinden. De vraag is dus: hoe zit het met de Nederlandse romanschrijver? Mijn tandem-genoot in de Tour de Vestdijk zou het wel weten. De zeventigjarige schrijver is immers met zijn veertig jaar jongere bruid op vakantie geweest in Florence en San Gimignano. Had hij al niet in De filmheld en het gidsmeisje gefantaseerd hoe een ober zijn jonge vrouw zou verleiden? Zou hij dan nu niet in het fallische stadje, met al die Blauwbaarden, denken aan wat hij zou doen als zijn pasgeboren zoontje op een schilder leek? Maar ik doe aan die biografische wellusten niet mee, en houd het er op dat de derde hoofdpersoon ook een Blauwbaard is, omdat in deze roman nu eenmaal het getal drie alles bepaalt. We kennen van Vestdijk romans die gebaseerd zijn op het getal vier, op vijf, op zes en op twaalf, dus waarom niet op drie? Omdat drie een wel heel klein getal is. Het is een dun boekje geworden. De uitgever had een dun boekje besteld. De schrijver schreef het in negen dagen. Hij schrijft over zichzelf dat hij een historische roman over Florence heeft geschreven aan de hand van een reisgidsje.

Zo is ook de documentatie van dit boek slechts een dun Duits gidsje over San Gimignano. Het eerste Italiaanse woord is hetzelfde als het eerste Italiaanse woord in De filmheld en het gidsmeisje. Het moet het meervoud zijn van het woord scioccone (klootzak), dat hij verkeerd opschrijft als: scioccones (klootzaks), terwijl hij logeert op de Piazza delle Cisterna. Toch kan de Nederlander vlot Italiaans praten, als hij door de telefoon zijn Italiaanse vriend imiteert.

Het is geen toeval dat de roman een titel van drie tot de derde letters draagt, die ook Barbarenland haat schaduwleed of Uw hand betaalde 'n bladerschaar had kunnen zijn.

Drie auteurs schateren als Pasquino, Pierrot en Pirandello achter de 2187 zinnen van dit dunne boekje. Natuurlijk Charles Perrault, die de legende van Blauwbaard voor moeder de Gans noteerde, en Edgar Poe die de vernuftige wraak van de bedrogen echtgenoot had kunnen bedenken. Merk op dat Charles Edgar ook de voornamen zijn van Vestdijks vriend Du Perron, die net als Poe maar veertig jaar oud werd.

Wie is, met Perrault en Poe, de derde achter Vestdijks pseudoparlando? Dat is Plato, die ons immers ook vergast op lange gesprekken tussen erudiete heren onder het genot van drank en een zuidelijke zon. Aan de hand van Poe, Perrault en Plato biedt Vestdijk ons een Blauwbaard in drie-terts-maat, waar nu eens geen adolescent veliefd wordt en geen diepzinnige gedachten ons vermoeien.

    • H. Br. Corstius