'Ik besloot alleen banieren te maken'

Niemand heeft ooit van hem gehoord, maar toch kent bijna iedere Amsterdammer zijn werk. De toegepaste kunst van Richard Rooze (46) hangt in de vorm van metershoge doeken aan de gevels van instellingen als de Beurs van Berlage, het Rijksmuseum en het Muziektheater. Zijn eenmansbedrijf Buro Rooze heeft inmiddels een monopoliepositie bij het ontwerpen en produceren van handbeschilderde banieren.

Met een niet afgemaakte Rietveld-opleiding en een paar jaar ervaring als assistent van een binnenhuis-architect begon Rooze met het maken van wandschilderingen voor reclamedoeleinden. Dat leverde hem ternauwernood een minimuminkomen op. In de jaren tachtig legde hij zich toe op de produktie van protestspandoeken, met het FNV als belangrijkste opdrachtgever. “In die tijd werd er veel gedemonstreerd”, zegt Rooze. “Dus daar zat brood in voor mij.” Zijn eerste spandoek mat twaalf bij anderhalve meter. Hij schilderde dat op zolder, waarbij hij het voltooide gedeelte steeds door het open raam naar buiten schoof.

Als adapt van de Bulgaars-Amerikaanse 'inpak-kunstenaar' Christo was Rooze al lang in de ban van gigantische banieren en doeken, maar in Nederland was de tijd daar nog niet rijp voor. “In de oorlog hingen de Duitsers overal vlaggen en banieren op”, zegt Rooze, “en dus was de associatie die zulke doeken opriepen, volkomen fout.” Alles veranderde toen Rooze - met zijn 'tekst-op-doek' expertise - benaderd werd door de Beurs van Berlage om een tentoonstelling van de Stichting Wonen aan te kondigen door middel van een doek aan de gevel. Rooze wist dat naar bevrediging te realiseren en een tweede opdracht volgde: Design Made in Italy. Rooze: “Dat moest een doek worden van 21 bij 4,5 meter. Ik had geen apparatuur ter beschikking en geen ervaring. Niemand geloofde dat me dat zou lukken. Toch kreeg ik het voor elkaar.”

Aanvankelijk beperkte hij zijn werkzaamheden tot Amsterdam. “Ik vond dat ik in staat moest zijn binnen tien minuten een banier te strijken. Als ik het 's nachts hard hoorde waaien, stond ik op om mijn banieren in de stad te inspecteren. In mijn eentje klom ik dan tegen de gevel op door vier ladders op elkaar te schuiven.” Inmiddels nemen de technische diensten van de musea deze klus voor hun rekening.

In een paar jaar tijd kreeg Buro Rooze steeds meer opdrachten. “Het waaierde in no time uit over de hele stad.” Uit onderzoek bleek dat musea en andere kunstinstellingen tien tot vijftien procent meer bezoekers trokken met een banier aan de gevel waarop de tentoonstellingen werden aangekondigd. Ook instellingen die qua publiciteit geen banieren nodig hadden, gingen overstag. “De Nederlandse Opera is altijd uitverkocht”, stelt Rooze, “maar ze gebruiken naast affiches mijn banieren om hun imago uit te dragen.”

Vijf jaar geleden zette Rooze de definitieve stap. “Ik merkte een zekere gretigheid en hebberigheid naar mijn werk. Dus ik besloot alle schepen achter me te verbranden en alleen nog maar banieren te produceren.” Rooze had geen startkapitaal en hij kreeg evenmin krediet. “Geen bank die met zo'n eigenzinnige muurschilder in zee wilde. Maar door handig met mijn verdiende geld om te gaan, kon ik toch investeren.” Het eerste jaar bedroeg zijn omzet 150.000 gulden en in 1992 zat hij al op een half miljoen. De omzetstijging was mede te danken aan Roozes idee om zijn banieren altijd te bevestigen aan een permanente stalen constructie. “Ik dacht: met zo'n kostbare installatie moeten ze wel bij me terugkomen.” Het concept werkte, in vijf jaar tijd zijn banieren in Nederland niet meer weg te denken.

Buro Rooze is op papier nog altijd een éénmansbedrijf, maar Rooze heeft inmiddels drie medewerkers en een aantal free-lancers die hij per project inhuurt. Zijn bedrijf is gevestigd in een woonhuis in Amsterdam-West. Zelf schrijft hij iedere ochtend de facturen uit. Ook neemt hij de klantenbezoeken voor zijn rekening. Twee medewerkers houden zich bezig met het tekstgedeelte van de banieren. Achterin staan twee lichte machines waarmee het in de banieren verwerkte staal en aluminium wordt bewerkt.

Rooze maakt veel ontwerpen zelf en hij is tevens verantwoordelijk voor de uitvoering van de illustraties op de banieren. Hij doet dat meestal in een voor dat doel gekochte koeiestal in Broek in Waterland. “Daar is het ruim en lekker rustig.” Zo kopieerde hij voor het Van Gogh-museum een schilderij van Monet, nageschilderd op een formaat van 3,5 bij 3,5 meter. Aan de Beurs van Berlage hangt nu een door hem nageschilderde foto van Dali. “Dat zijn dus waanzinnig grote streken. Soms moet ik een neus van anderhalve meter lengte schilderen.” Om het overzicht op zijn reusachtige doeken te houden, gebruikt hij bij het schilderen een spiegel en een omgekeerde verrekijker. Voor het bevestigen van de staalconstructies huurt Rooze “als het moet een vijftigtons kraan in en een handvol alpinisten”. Hij beschikt tevens over een four wheel drive, waarmee hij een hoogwerker kan verslepen.

Zijn klantenkring is in de loop der tijd uitgebreid van de meeste hoofdstedelijke musea tot het koninklijk paleis, het Muziektheater en de Nieuwe Kerk. Buiten Amsterdam hangen zijn banieren onder meer aan het Mauritshuis in Den Haag en het Nederlands Foto-instituut in Rotterdam. Onlangs kreeg Rooze vanuit Praag het verzoek om voor een tentoonstelling honderd banieren te leveren. “Daar begin ik dus niet aan”, zegt Rooze. “Ik maak alleen een uniek, met de hand geschilderd doek, de rest gaat maar naar een vlaggenfabrikant of Capi-Lux.”

Intussen zint hij op iets nieuws, want als gevolg van bezuinigingen en de privatisering van de musea loopt zijn omzet terug. Rooze heeft vergevorderde plannen om in het kader van 'romantiek als reactie op de individualisering' een vloot Citroëns DS van binnen en van buiten te beschilderen met fragmenten van werken van de Franse schilder Eugène Delacroix. “Voor huwelijken, maar ook voor het afhalen van gasten.” Een ander plan behelst het aanbrengen van plafondschilderingen in kantoorgebouwen. “Illusies vormen een nieuwe markt”, zegt hij. “Het is allemaal een kwestie van het aanvoelen van de tijdgeest. Daar is geen onderzoek voor nodig.”