Humanitaire bijstand kan de oorlog verlengen

Het verschaffen van hulp aan het voormalige Joegoslavië is te vergelijken met het inenten van een bevolking tegen de griep, om vervolgens te ontdekken dat een bijwerking van het toegediende vaccin de besmetting met cholera is. Charles Dobbie over de paradoxen van de vredeshandhaving.

Het had er in het voormalig Joegoslavië niet erger voor kunnen staan. De weerloze islamitische bevolking van de door de VN 'beveiligde gebieden' Srebrenica en Zepa worden door de Servische invallers onderworpen aan verschrikkingen waarvan we ons liever geen voorstelling maken. Een spook van aanhoudende, massale wreedheden waart door het land - en dat alles kon gebeuren pal onder de ogen van de internationale gemeenschap.

In het luchtruim boven Bosnië patrouilleert de meest geavanceerde, sterkste geallieerde luchtmacht uit de geschiedenis, onbedreigd maar impotent. Brute agressoren snoeven onder het oog en binnen het bereik van gewapende VN-vredetroepen die de hoogst ontwikkelde, machtigste landen ter wereld vertegenwoordigen, maar die nu blijkbaar niets kunnen uitrichten om de snel verslechterende situatie en het bijbehorende intense leed te voorkomen of zelfs maar te lenigen.

Wat is er misgegaan? Hoe kon de VN zich zo laten vernederen?

Toen UNPROFOR werd uitgezonden, was haar opdracht het transport van humanitaire hulpgoederen te beschermen. Politiek beschouwd leek deze onderneming in tal van opzichten ideaal. Het was een relatief goedkope, ogenschijnlijk vrijwel risicoloze onderneming, die regeringen in staat stelde menslievend te reageren op wijdverbreid menselijk leed - leed dat de internationale media graag en continu onder de publieke aandacht brachten. En inderdaad heeft de aanwezigheid van UNPROFOR het leed verlicht, en ze doet dat nog steeds; en ongetwijfeld zijn er bloedbaden door verijdeld.

Maar in de humanitaire bijstand bleek een aanzienlijk verborgen nadeel te zitten - een nadeel dat vermoedelijk onvoorzien was, dat zelfs nu nog niet geheel wordt begrepen, en dat grotendeels debet is aan de huidige hulpeloosheid van de VN. In sommige opzichten is het verschaffen van humanitaire hulp aan het voormalige Joegoslavië te vergelijken met het inenten van een bevolking tegen de griep, om vervolgens te ontdekken dat een bijwerking van het toegediende vaccin de besmetting met cholera is.

Humanitaire hulp kan ongewenste, gevaarlijke bijwerkingen hebben. In eerste instantie komt in een conflict tussen gewapende strijdgroepen humanitaire hulp rechtstreeks ten goede aan de strijdende partijen. Weliswaar krijgen baby's melkpoeder, maar waarschijnlijk niet zonder dat de combattanten aan beide zijden ook worden bevoorraad. Dat kan geschieden door inbeslagname van hulpkonvooien bij wegversperringen of simpelweg via de bevolking die de hulp ontvangt en uit wie de strijdenden worden gerekruteerd. Vaak zal het netto effect van deze voedselhulp verheviging en prolongatie van het conflict zijn. Behalve dat de oorlogvoerenden van de humanitaire hulp profiteren, zal die hen ook verlossen van het allerurgentste verlangen het conflict te beëindigen.

Het effect van de hulp kan handhaving van de status quo zijn en daarmee een wettiging van - zo al geen stimulans voor - een onverzoenlijke houding aan weerskanten. Na verloop van tijd kan men een terugval in de hulpverstrekking gaan zien als de oorzaak van de ontberingen die het conflict teweegbrengt.

Zo kan de verantwoordelijkheid voor de gevolgen van het conflict - ten onrechte - van de strijdende partijen overgaan op de benarde hulpverleners. Humanitaire hulp deigt dus conflicten te bestendigen, te prolongeren, te verergeren en zelfs te institutionaliseren. Al deze bijwerkingen zijn in Bosnië aan te wijzen.

Maar er is een nog groter nadeel. De verstrekking of bescherming van humanitaire hulp vereist van de betrokkenen dat zij zich in hoge mate kwetsbaar maken - een kwetsbaarheid die het deelnemen aan de actieve strijd door vredestroepen bij voorbaat uitsluit. De aard van hun opdracht maakt het noodzakelijk dat militaire en civiele hulpverleners zich uitleveren aan de genade van de bevolking onder wie zij werken. Hun aantallen, uitrusting en verspreide stationering maken effectieve veiligheidsmaatregelen onmogelijk. En de repercussies hiervan overstijgen het lokale niveau: ze zijn zelfs strategisch.

Toen een Servische officier onlangs zijn pistool tegen de slaap van een Oekraïense infanterie-bataljonscommandant drukte en meedeelde dat de Oekraïner en zijn manschappen allen zouden worden gedood als de NAVO een luchtaanval deed, werd hij serieus genomen - behalve door de Oekraïner ook door de VN-Veiligheidsraad. Beiden hadden geen andere keus. Die ene, plaatselijke, tactische actie heeft de machtige arm van de NAVO bedwongen - zoals soortelijk optreden al ettelijke keren eerder heeft gedaan.

Het is te betwijfelen of met name deze potentiële bijwerking is voorzien toen het besluit tot uitzending van de vredestroepen werd genomen. En eenmaal gestationeerd komt men maar moeilijk meer weg. Wat ooit een glad gazon leek, kan zich bij pogingen humanitaire hulpverleners te evacueren soms ontpoppen als een hoogst verraderlijk moeras. De verstrekking van humanitaire hulp zelf lost op de lange termijn nauwelijks problemen op en biedt dus geen alternatief voor een fundamentele oplossing van het conflict en het garanderen van een veilige leefomgeving.

Cru gezegd heeft het op de lange termijn nauwelijks zin een bevolking te onderhouden die vroeg of laat toch etnische zuivering te wachten staat. Een aspirientje kan iemand met een schedelfractuur wel soelaas bieden, maar zal weinig bijdragen tot zijn kansen op herstel - en kan zelfs als regelrecht schadelijk gelden als het de komst van de ambulance uitstelt. Humanitaire hulp kan men het best verstrekken nadat een duurzaam, veilig leefklimaat is geschapen. Ze kan daarvoor niet in de plaats komen.

Degenen die ter plaatse vredesoperaties uitvoeren beseffen terdege de beperkingen waaraan zulke operaties gebonden zijn - dat besef is bij de uitvoering van de dagelijkse taken vaak zelfs van levensbelang. Helaas lijken die beperkingen niet in alle gevallen te zijn doorgedrongen tot degenen die, van buiten het conflictgebied, op het hoogste niveau leiding geven aan deze activiteiten.

Zo zijn deze beperkingen al in menig mandaat van de VN-Veiligheidsraad blijmoedig genegeerd, wat voor UNPROFOR heeft geleid tot een aanzienlijke mate van 'taakverloop'. Zo zijn door VN-mandaten handelingen gesanctioneerd en opgedragen die de vermogens van UNPROFOR volstrekt te boven gaan.

Het opvallendste voorbeeld van dergelijke mandaten was het uitroepen van de Bosnische 'beveiligde gebieden'. Het is interessant dat men zich binnen UNPROFOR op het hoogste niveau fel heeft verzet tegen het denkbeeld van 'beveiligde gebieden', maar dat deze bezwaren zijn genegeerd door zowel nationale regeringen als de VN-Veiligheidsraad. Tenzij beveiligde gebieden worden gedemilitariseerd en bewaakt, is hun bestaan grotendeels symbolisch - en symbolen blijken bij toetsing vaak nogal schimmig, zoals de internationale gemeenschap inmiddels aan het ontdekken is. Onuitvoerbare mandaten zijn mandaten zonder geloofwaardigheid, en geloofwaardigheid is een pijler van elke vredesmissie. In zekere zin heeft de VN dus verraad gepleegd aan de veiligheid en het prestige van haar vredetroepen door hen op te zadelen met onrealistische, onhanteerbare mandaten.

Op één terrein is de overwinning van het hogere streven op het haalbare wel heel prangend zichtbaar geworden: het gebruik van geweld door UNPROFOR. Daaraan is althans enige verantwoordelijkheid voor het huidige échec in Bosnië te wijten. De inherente beperkingen aan UNPROFOR's mogelijkheden maken het openen van een gevecht en partij kiezen ondoenlijk - een realiteit waarvan de Oekraïners zich thans pijnlijk bewust zijn. De NAVO-luchtaanvallen en de gijzelingsacties in de nasleep daarvan hebben dit nog eens aangetoond op een manier die zelfs de slechtst ingelichte waarnemer niet mis kon verstaan.

Dreiging bestaat in het onbekende potentieel van het dreigement. Van luchtaanvallen ging een dreiging uit - een dreiging die de eerste gedemilitariseerde zone rondom Sarajevo mogelijk maakte. De dreiging werd uitgehold doordat vervolgens daadwerkelijk luchtaanvallen werden uitgevoerd op zowel Gorazde als Bihac.

De NAVO-luchtaanvallen op Pale, vorige mand, luidden de doodsklok over deze vorm van dreiging. De luchtaanvallen brachten de kwetsbaarheid van UNPROFOR niet alleen aan het licht, ze etaleerden die. De geloofwaardigheid van de VN in Bosnië liep onherstelbare schade op. En nu betalen Bosnië's oostelijke islamitische enclaves daar de tol voor.