Hollands Dagboek

Chef Defensiestaf, generaal der mariniers H.G.B. van Breemen (54), volgde na specialistische opleidingen en diverse commando- en staffuncties de Hogere Krijgskundige Vorming aan de Marinestaf-school. In 1988 keerde hij terug naar de Defensiestaf, waar hij op 16 augustus 1994 werd benoemd tot Chef. Van Breemen (gehuwd, twee kinderen) was de afgelopen weken vanuit het Crisisbeheer-singscentrum te Den Haag nauw betrokken bij Dutchbat en de val van Srebrenica.

Dinsdag 11 juli, 00.01 uur

Aanwezig bij George Joulwan, de Navo-opperbevelhebber in Casteau, België. Het Crisisbeheersingscentrum (DCBC) in Den Haag houdt me op de hoogte van de situatie in Srebrenica. Geen rooskleurig beeld. George en ik spreken uitvoerig over de mogelijkheden en onmogelijkheden van luchtsteun en de maatregelen die zijn ondercommandant admiraal Smith in Napels heeft getroffen. Ik besluit m'n agenda om te zetten en in de vroege ochtend terug te vliegen naar Den Haag. Om 08.15 uur ben ik terug in de 'bunker' zoals het DCBC gemakshalve wordt genoemd. Commodore Karel Hilderink, de Sous Chef Operatiën (SCO), praat mij bij en vervolgens bespreken we de briefing en discussiepunten voor het overleg met de bewindslieden en het crisisteam dat later in de ochtend plaatsvindt. De situatie verslechtert snel. In tegenstelling tot wat Mladic heeft gezegd wordt er gevochten bij de 'blocking line' die Dutchbat ten zuiden van de stad Srebrenica heeft ingericht. De Serven gaan verder dan verwacht. Het gaat nu dus om de hele enclave. We bespreken alle mogelijke opties. Ook generaal-majoor Ad van Baal, de Plaatsvervangend Bevelhebber der Landstrijdkrachten, is aanwezig. De conclusie: we bevinden ons in een 'no win'-situatie met grote risico's. De veiligheid van onze mensen moet daarin voor gaan. Dit betekent ook dat we zeer serieus rekening moeten houden met het terugtrekken van Dutchbat. Commandant Dutchbat luitenant-kolonel Karremans moet de mogelijkheid van luchtsteun hebben om zijn mensen in deze moeilijke situatie te beschermen. We besluiten ook dat ik deze lijn en mogelijke vervolgscenario's met Janvier in Zagreb face to face zal bespreken. Ik praat mijn Britse Amerikaanse en Franse collega's bij, die allen steun aanbieden. Na een laatste briefing vertrek ik met Ad van Baal en mijn adjudant-majoor André Peperkoorn, zoals altijd mijn trouwe metgezel, met een Orion naar Zagreb. We belanden in zeer slecht weer en maken grote smakken. Onmiddellijk na aankomst krijg ik het laatste nieuws: Srebrenica is gevallen. Het merendeel van Dutchbat is met veel vluchtelingen op de compound in Potocari. Het moet voor Dutchbat een traumatische ervaring zijn. Ik leef met ze mee: velen heb ik in april nog in Srebrenica de hand geschud. Ton Karremans en al zijn mensen hebben het uitstekend gedaan. We mogen dankbaar zijn dat er geen slachtoffers zijn gevallen. Met Janvier heb ik een goed gesprek, we worden het eens.

Woensdag

Ons vliegtuig blijkt door het slechte weer zwaar beschadigd en kan niet terug naar Nederland. Gelukkig stelt Akashi zijn toestel ter beschikking. Kwart over drie 's nachts staan we op het marinevliegkamp Valkenburg. In mijn bunkerslaapkamer probeer ik nog even wat te slapen. Twee uur later word ik gewekt en na een kop koffie volgt overleg met de minister, later uitgebreid met de staatssecretaris, secretaris-generaal en de Bevelhebber der Landstrijdkrachten en andere functionarissen. De minister en ik onderbreken het overleg even voor een gesprek met Karremans. We wensen hem veel sterkte toe en spreken beiden onze grote waardering uit voor hem en zijn mensen. De afgesproken lijn met Janvier wordt geaccordeerd. Het is niet niets. Het betekent immers de evacuatie van onze eenheid én van de vluchtelingen. Ik constateer echter dat zij dat met opgeheven hoofd kan doen. Aan het eind van de ochtend komt de vaste Kamercommissie voor Defensie naar de bunker voor een briefing. We schetsen de situatie en presenteren de gekozen lijn. Aansluitend vindt het kamerdebat plaats. De alom uitgesproken steun doet goed. Om 12.30 uur komt de minister-president onverwachts binnenlopen voor de laatste informatie. Het is duidelijk dat hij erg meeleeft. Overleg met mijn secretaresse, Petra Pouwelsen, over het schrappen van al mijn afspraken voor de rest van de week. Ze heeft een ondankbare taak...

Om 14.30 uur komt Jacques van de Rovaart, de Chef Kabinet, om wat zaken op te lijnen. Het gewone bedrijf gaat uiteindelijk ook door. Zoals altijd loopt hij opgewekt én met sigaar weer weg. Om 15.30 uur belt minister Sacirbey voor onze minister. Ik neem de boodschap aan. Het standpunt van de Bosnische regering is gewijzigd: ze steunt nu de idee van president Chirac, namelijk een herovering van de enclave. Hetgeen naar mijn mening met 600 man en helikopters volstrekt onmogelijk is en bovendien ook nog onze mensen in gevaar kan brengen. Na het Torentjesoverleg krijg ik mijn Amerikaanse collega en goede vriend generaal Shalikashvili aan de lijn die zijn belangstelling toont en vraagt of 'support' nodig is. Samen met Karel, André en P.P. Metselaar, die de dagelijkse leiding in de bunker heeft, eet ik in de bunker. Nassi uit de magnetron. Smaakt goed. Om 20.30 uur brengt Eef Schreve, mijn chauffeur, me zoals altijd veilig thuis in Mijnsheerenland. Met Beppie, mijn echtgenote en rots in de branding, praat ik de voorbije wederwaardigheden door. Daarna verdwijn ik naar bed, maar het slapen lukt niet echt.

Donderdag

Vandaag wordt soldaat Van Renssen begraven. Een onwezenlijke gedachte. In de loop van de morgen laat brigade-generaal Cees Nicolai vanuit het hoofdkwartier in Sarajevo weten dat Mladic uitsluitend zaken wil doen met Ton Karremans. We spreken over de modaliteiten van een eventueel vertrek van Dutchbat. Allereerst is er de kwestie van het meenemen van alle gegijzelden. Dutchbat zal als het maar enigszins kan als laatste gaan. Daarnaast is er de vraag: met of zonder wapens? We spreken een regie af waarbij Nicolai Karremans zoveel mogelijk zal steunen. Ook is er een spanningsveld rondom de vraag wie de opdracht tot uiteindelijk vertrek van Dutchbat geeft. Het antwoord moet helder zij: de VN bij monde van de commandant in Sarajevo, generaal Smith. Namens zijn president belt om half zes minister Sacirbey. Minister Voorhoeve verwachtte dit telefoontje en vroeg mij dit waar te nemen. Sacirbey maakt zich zorgen over het verloop van de verplaatsing van de vluchtelingen en vraagt of Nederland als motor wil dienen bij het op gang komen van noodhulp in Tuzla.

Daarna bel ik met Armstrong, de rechterhand van Akashi, om er dringend voor te pleiten op hoog niveau het probleem over het al of niet bewapende vertrek van Dutchbat op te lossen. Generaal Van Kappen, de nieuwe militaire adviseur van Boutros Ghali, en ambassadeur Biegman in New York bel ik eveneens. Van Kappen belt al snel terug: er zijn met spoed twee bewegingen op gang gebracht. Eén via de Russische ambassadeur, Moskou, Milosevic, Pale. De andere lijn is Armstrong en Stoltenberg. De insteek is dat Dutchbat vertrekt mét wapens en materiaal. De begrafenis van soldaat Van Renssen, die ik op het NOS-journaal zie, maakt veel bij me los. Ik wind me dan ook enorm op over de uitspraken van de Franse minister van Buitenlandse Zaken, als zou Dutchbat de enclave gewoon hebben weggegeven.

Om 21.30 uur zet Eef me thuis af. De avond vergaat met veel telefoontjes uit en naar het buitenland. Ten slotte bel ik minister Voorhoeve om het laatste nieuws uit te wisselen. We bellen in deze periode veel met elkaar. Eenmaal op bed wordt de hele film nog eens teruggedraaid. Met name ook de besprekingen met collegae van andere landen. Daarin werd vanuit de militaire optiek de ondeugdelijkheid van het 'safe area' concept en de invulling daarvan duidelijk aan de orde gesteld. Het werd ook gerapporteerd. Helaas, er is door gebrek aan politieke consensus en aan regie binnen de VN niets mee gedaan. 'Joegoslavië' maakt duidelijk dat de traditionele peacekeeper zoals die jaren heeft bestaan in ieder geval ten dele achterhaald is. Door de proliferatie van wapens krijgt de VN steeds meer te maken met zwaar bewapende partijen. Dit heeft vergaande consequenties voor de opdracht, de sterkte, de samenstelling en uitrusting van uit te zenden militaire eenheden, de commandostructuren en de te verstrekken mandaten. Als men tenminste een zodanige afschrikking wil uitstralen dat de partijen het wel uit hun hoofd laten om de VN aan te vallen. Te vaak is in Joegoslavië een grote mond opgezet die vervolgens niet waar gemaakt kon worden.

Vrijdag

Het is nog vroeg, maar de hond begroet mij onder aan de trap zoals altijd buitengewoon vrolijk. Prachtbeest, waar ik zeer aan gehecht ben. Zodra ik in Den Haag ben bel ik met mijn Franse collega, admiraal Lanxade, en maak hem deelgenoot van mijn verontwaardiging over de uitspraken van zijn minister van Buitenlandse Zaken. Na de gebruikelijke ochtendbriefing met de minister praat ik met Hans Couzy, de Bevelhebber der Landstrijdkrachten, over de mogelijke opties van terugkomst van Dutchbat. Hij heeft met zijn staf reeds een geheel plan gemaakt. Petra reikt me de nodige brieven en stukken ter tekening aan. Daarna ijsbeer ik wat door de gang. Loop even op bij staatssecretaris Jan Meyling om bij te praten. Om 12.00 uur ben ik terug in de bunker en eet een broodje. De middag gaat op aan een groot aantal besprekingen. Journalisten hebben de weg naar de bunker ook gevonden. Kennelijk een magisch begrip dat veel toelichting behoeft. Hun aanwezigheid verhoogt de noodzakelijke rust niet. Rond vijf uur belt ambassadeur Biegman, we praten bij. We horen dat er 21 juli een vergadering zal zijn in Londen tussen ministers van Buitenlandse Zaken/ministers van Defensie/Chefs Defensiestaf/Leden contactgroep plus belangrijkste troepenleverende landen/VN-commandanten/onderhandelaars en NAVO. Tussendoor teken ik een aantal poststukken naar aanleiding van het recente bezoek aan mijn Israëlische collega, naar mijn gevoel nu al weer tijden geleden. 's Avonds ben ik op tijd thuis voor het late journaal en Nova. Verbijsterende beelden over al die vluchtelingen. Een humanitaire ramp zonder weerga, die je niet onberoerd kan laten. De Franse reactie op de eerder geuite kritiek vind ik wel erg mager. De waarderende woorden van de MP aan het adres van onze mensen ondersteun ik van harte.

Om 23.00 uur vind ik nog even tijd voor mijn passie. Ik speel op het orgel een stuk van Bach en een sonate van Mendelsohn en ga vervolgens slapen.

Zaterdag

Om 07.00 uur is het 'overal', zoals ze dat bij de Marine zeggen. Al ontbijtend doe ik de huiselijke post af. De rekeningen vallen gelukkig mee. In de bunker word ik als altijd bijgepraat. Veel geruchten over de vrijlating van de gegijzelden en Dutchbat zelf. Onze bewindslieden bevinden zich vandaag op de Thuisfrontdag in Soesterberg. Van de Britse defensie-attaché ontvangen we de formele uitnodigingen voor de bijeenkomst in Londen a.s. 21 juli. De agenda lijkt me precies de essentiële problematiek in ex-Joegoslavië te bevatten, met name de vraag hoe nu verder.

Rond tienen belt minister Van Mierlo. Zijn grote zorg is dat Nederland er niet van beschuldigd wordt te vertrekken zonder dat er klaarheid is over de mannen in Bratunac. Ik leg hem de volstrekte onmogelijkheden uit van Dutchbat om daar iets aan te doen. De enige weg is hoog diplomatiek overleg. Hij besluit Bildt te bellen, Biegman en anderen. 's Middags hoor ik van minister Van Mierlo dat hij heeft gesproken met Bildt. De Serven beschouwen de moslimmannen als krijgsgevangenen. Zij willen die kennelijk uitruilen tegen Servische krijgsgevangenen. Volgens de regels zou het Rode Kruis dus toegelaten moeten worden tot de verblijfplaats. Onze minister maakte zich over dezelfde punten al eerder zorgen. Intussen drink ik een kop koffie en eet een broodje. Ook vandaag frequent contact met de staf van Unprofor. Het moet mij van het hart dat het goed is dat we zoveel Nederlandse officieren op sleutelfuncties hebben. Allen werken keihard mee. Aan het eind van de middag heb ik opnieuw mijn Amerikaanse collega Shalikashvili aan de telefoon. Morgen ontmoet hij de Franse en Britse collega. Ook met hen beiden heb ik een prima contact. We hebben een persoonlijk getinte maar fundamentele discussie over hoe nu verder. We zijn het erover eens dat de VN in de toekomst een positie moet hebben waarin ze waar kunnen maken wat ze zeggen. Dus concentreren en opereren vanuit een sterke positie. Hij zal mij opbellen zodra de vergadering is afgelopen. 's Avonds belt mijn Duitse collega Klaus Naumann me thuis op. Hij is in principe bereid luchttransport ter beschikking te stellen. Daarna even tijd om een omeletje te bakken en nog even achter het orgel te kruipen. Om half tien is er zeer belangrijk nieuws van generaal Nicolai uit Zagreb. Dutchbat kan met de voertuigen én de uitrusting en wapens eind volgende week vertrekken. Het eerste deel valt me mee, het tweede, het tijdstip valt me tegen.

Zondag

Voor dag en dauw belt minister Van Mierlo. Hij heeft zo een radio-interview en vraagt zich af waarom wij niet in Londen zijn. Ik leg hem uit dat mijn minister en ik vinden dat zolang onze mensen nog vastzitten het niet verstandig is daar te zijn. Krijg overigens alles te horen van mijn collega's. Maak een boterham en een kop koffie. De hond kijkt toe en wil ook wat. De rest van de familie is nog in diepe rust. Na een telefoontje met de minister ben ik om 09.30 uur in de kerk te Mijnsheerenland. Een prachtige oude kerk uit 1450 met een heel mooi orgel, volgens deskundigen het oudste nog bestaande orgel van de bekende orgelbouwer-generatie Bätz. Het is een voorrecht om op dit pronkstuk te spelen. Het spel gaat wat routinematig, behalve het laatste stuk van Mendelsohn, een prachtig stuk. 's Middags vergader ik bij minister Van Mierlo thuis met MP, onze eigen minister en de directeur-generaal politieke zaken van het ministerie van buitenlandse zaken Joris Vos. Een nuttige discussie waarbij goed vooruit gekeken wordt.

Maandag

Vanaf vandaag is mijn plaatsvervanger Maarten Schouten terug van vakantie. Goed hem weer te zien. Vakantie betekende voor hem verhuizen. Van al dat gesjouw is hij behoorlijk afgevallen. Na overleg met de minister deel ik de waarnemend bevelhebber der Luchtstrijdkrachten mee dat inzet van de Nederlandse F-16's weer kan worden hervat, maar niet boven Zepa. Dit om elk verband met het nabij gelegen Srebrenica en het daar nog aanwezige Dutchbat te voorkomen.'s Middags neem ik met mijn adjudant André Peperkoorn het schema door voor de rest van het jaar. Minister Van Mierlo informeert of ik van mijn collega's al iets gehoord heb van het overleg in Londen. Nog niet, maar even later belt Shalikashvili en doet hij verslag van de bijeenkomst. Even daarna belt ook Field Marshal Sir Peter Inge. De standpunten van Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk zijn duidelijk maar niet identiek. Ik licht achtereenvolgens minister Voorhoeve en minister Van Mierlo in. Intussen ben ik niet gerust voordat Dutchbat is weggereden en in veilig gebied aangekomen. Vandaag weer eens redelijk op tijd thuis, ik kan met vrouw en dochter aan tafel. 's Avonds bel ik nog even met Hans Couzy om zijn ervaringen te vernemen rondom de terugreis van de gegijzelde militairen die vanmiddag vanuit Zagreb op Soesterberg aankwamen. Vlak voor het slapen gaan laat Karel Hilderink nog weten dat alle gewonde burgers uit Potocari weg zijn. Ook dat is goed nieuws!

Dinsdag 18 juli

Na de gebruikelijke ochtendbriefing besteed ik in de bunker met een aantal medewerkers geruime tijd aan de voorbereiding van de discussie die we vanmiddag zullen hebben met minister Voorhoeve, met minister Van Mierlo, de secretaris-generaal van Algemene Zaken en een aantal ambtenaren. Wat ons betreft wordt het een substantiële discusssie inclusief de gevolgen van terugtrekking, het opheffen van het wapenembargo, het hergroeperingsplan, de inzet van de RRF en het al of niet terugtrekken uit Gorazde en Sarajevo.