Gang

Niet één, maar twee zeilboten, één van acht bij twee meter, en één van 6 bij 1,50 meter; gekanteld op een plank met rolschaatsen, de masten moeten ook nog. Kruiwagens vol met open-haard hout; ponies onder begeleiding van een gelukzalig stralende tien-jarige dochter, op weg naar sappige paardebloemen in de achtertuin. Het kan allemaal door onze gang van krap 1 meter breed. “Doen we even”, roept m'n echtgenoot, “Is zo gebeurd”. De boten hebben inmiddels een winterstalling. Blijven over de skeelers, zakken vol ritselende zeilen, tennisrackets, gereedschap, een skateboard en ballen in alle mogelijk formaten.

Hoe denk je trouwens dat je gordijnen eruit zien als er 'even' een kango (zo'n boor waarmee stratenmakers in het asfalt aardbevingen veroorzaken) op de rode bakstenen rond de open haard wordt losgelaten? (V)echtgenoten van dit slag zijn niet te genezen, daarvoor gooi je je eigen onhebbelijkheden in de strijd. Bijvoorbeeld door hem de weekend-boodschappen laten doen. Zijn hulp inroepen omdat je bij het olie verversen het gaatje waar de peilstok weer in moet, niet kunt vinden. Een overnachting boeken voor de vakantie naar Italië, als je er toch met gemak in één keer heen kunt 'jakkeren'. Dat is een greep uit de ergernissen, waarmee we elkaar bezig- en (hopelijk) in evenwicht houden.

    • Analies Schipperheijn-Martin