Fonds voor bestrijding van crisis in Filippijnen

MANILLA, 22 JULI. De Wereldbank en de regering van de Filippijnen stellen een noodfonds in om het land tegen grootschalige kapitaalvlucht te beschermen. Het fonds, met een waarde van 150 miljoen dollar (234 miljoen gulden), moet ondersteuning bieden als zich op de Filippijnen een situatie voordoet die vergelijkbaar is met de Mexicaanse crisis van december vorig jaar.

Regeringsfunctionarissen benadrukken dat een herhaling van de Mexicaanse crisis op de Filippijnen onwaarschijnlijk is. Toch vindt C. Madavo, directeur van de Wereldbank voor oost-Azië en het gebied van de Stille Oceaan dat “de regering van de Filippijnen de zaken onder contrôle moet hebben, omdat de beweeglijkheid van kapitaalstromen gevaarlijk kan zijn voor de stabiliteit van de economie”.

De Mexicaanse crisis werd vorig jaar veroorzaakt door een scherpe val van de peso. Bij buitenlandse investeerders ontstond de vrees dat de Mexicaanse regering zijn buitenlandse verplichtingen niet zou kunnen nakomen. Zij besloten en masse het belegde kapitaal terug te trekken.

Evenals destijds in Mexico bestaat een groot deel van de buitenlandse schuld van de Filippijnen uit korte-termijn obligaties in dollars. In tegenstelling tot directe buitenlandse investeringen - zoals een fabriek die door een buitenlands bedrijf wordt gebouwd - kunnen investeerders zich uit deze investeringsvorm snel terugtrekken.

Het plan voor de Filippijnen lijkt op het noodfonds dat de Wereldbank vorig jaar instelde voor Argentinië. Dit fonds is bedoeld om lokale banken in geval van nood liquide middelen te verstrekken. Op deze manier wil de Wereldbank “een verzekering bieden tegen het instorten van het financiële systeem, zoals in geïndustrialiseerde landen heel gebruikelijk is”. In deze landen heeft de Centrale Bank namelijk middelen om in noodgevallen te kunnen ingrijpen (AP)