'Een goeie ouwerwetse militaire ploert. Niet verfijnd, wel effectief'

Ze hadden hem gewoon Nedja kunnen noemen, naar zijn vader, de partizaan. Of Josip, naar zijn vaders aanvoerder, de charismatische communist die nog wel eens leider van de natie zou kunnen worden. Maar het werd Ratko, een afkorting van Ratislav ('Slavische oorlog') en Ratimir ('Oorlog of vrede'). Het was immers 1943 en in Joegoslavië woedde zowel een wereldoorlog als een burgeroorlog. De ouders van Ratko Mladic, Servische boeren in het ruige oosten van Herzegovina, hebben een profetische blik gehad. Want de oorlog die de Bosnisch-Servische legerchef nu al drie jaar voert is er vooral een tussen Slaven.

Wie is Ratko Mladic? Een meedogenloze bruut, een opportunist, een racist en een oorlogsmisdadiger die de verantwoordelijkheid voor zijn daden afwijst door zijn tegenstanders te beschuldigen van soortgelijke gruwelen, menen degenen die hem van nabij kennen of studie gemaakt hebben van zijn karakter. Maar zij noemen hem ook een groot organisator, slim, flamboyant, praktisch, eenvoudig, taai en een geniale commandant.

“Elke oorlog kweekt zijn eigen leiders”, zegt een NAVO-generaal met praktijk-ervaring in Bosnië over de man die vorige week Srebrenica innam, en deze week Zepa de genadeslag verkocht - twee van de drie moslim-enclaves in oostelijk Bosnië die de wereld beloofd had te beschermen. “Binnen de Bosnische verhoudingen is generaal Mladic absoluut de juiste man op de juiste plaats.”

Of Ratko Mladic een ongelukkige jeugd heeft gehad is niet duidelijk. Zeker is wel dat het Joegoslavische leger de plaats opvulde van het gezin dat hij nooit heeft gekend. Zijn vader kwam in 1945 om tijdens een aanval met de partizanen van Josip Broz Tito op Kroatische fascisten en hun moslim-collaborateurs. Na een paar jaar samen met zijn zuster te zijn opgevoed door zijn moeder, kwam hij op een militaire school in een buitenwijk van Belgrado. Die periode ging na zijn vijftiende verjaardag naadloos over in acht jaar militaire academie.

Schoolgenoten vertellen dat hij soms orders negeerde, theoretische vakken niet interessant vond, maar uitblonk bij oefeningen, in kaartlezen, feitenkennis en schaken. Zelf zegt hij dat het leger hem trouw aan het Joegoslavische systeem heeft bijgebracht.

Maar het leger bracht hem natuurlijk in de eerste plaats het systeem zelf bij. In 1990, toen Slovenen, Kroaten, Macedoniërs en Albanezen openlijk dreigden met weglopen uit de federatie waaraan Mladic zijn hele bestaan had te danken, liet hij als nationaliteit dan ook niet 'Servisch' in zijn paspoort zetten maar 'Joegoslavisch'. Hetzelfde deden veel Bosnische moslims, vooral intellectuelen in Sarajevo, van de soort die hij verafschuwt. Zij beschouwden in de woorden van oud-BBC-correspondent Misha Glenny het “chaotische mengsel van Slaven en niet-Slaven in wat eens Joegoslavië was als het best denkbare samenlevingscontract”.

Dat contract lijkt na de gewelddadige desintegratie van Joegoslavië ontbonden te zijn. Nadat president Slobodan Milosevic het voorbeeld had gegeven, veranderde ook Mladic langzaam maar zeker van een pan-Joegoslaaf in een volbloed-Serviër, zoals velen in het door Serviërs gedomineerde officierscorps. Tijdens operaties tegen de Kroaten in 1991 verbood Mladic zijn manschappen nog de badge met de rode ster van het federale leger van hun uniform te halen. Tegenwoordig belijdt hij de Servische eenheid van kerk en staat. De atheïstisch opgevoede generaal ziet er geen been in een kaars te branden in de orthodoxe kerk. Aan de vertrekkende VN-commandant Sir Michael Rose gaf hij in januari een ikoon van Sint Gregorius als afscheidscadeau. De huidige afvalligen in de veelvolkerenstaat Joegoslavië hebben in Mladic' ogen hetzelfde verraad gepleegd als vijftig jaar geleden de fascisten en hun bondgenoten. Op 28 juni, de Servische nationale feestdag, gewijd aan de heilige Vitus, zei hij het in een door de radio uitgezonden toespraak voor zijn manschappen zo: “In 1941 bereikte Duitsland wat zij [onze vijanden] vandaag willen bereiken, langs dezelfde lijnen maar op een andere manier en met andere mentoren. De spelers in het internationale machtsveld willen ons splijten en verzwakken terwijl we verenigd zijn. Zij gaven rechten aan iedereen op het grondgebied van het voormalige Joegoslavië en erkenden de staten. Niemand hoefde de Serviërs hun staat te geven omdat zij die al hadden.”

De afvalligen, de Kroaten en moslims, niet toevallig ook degenen die zijn vader hadden vermoord, bestrijdt hij op de enige manier die hij kent: “Aanvallen, het offensief, dat is mijn karakter”, zei hij vorig jaar tegen The Guardian. “Mijn doel is eenvoudig: bescherming van het Servische territorium en de mensen die daar eeuwenlang hebben gewoond. De grenzen van dat gebied worden bepaald door de plaatsen waar Servisch bloed is gevloeid. [...] Niet alleen in deze oorlog maar ook in eerdere. Wat mij betreft zal deze oorlog voorbij zijn als de moslims mij hun wapens overdragen.”

Zijn eerste commando kreeg hij in 1965, in Macedonië. Zijn laatste vóór zijn rise to fame was in Kosovo, waar een meerderheid van 1,2 miljoen Albanezen zich roerde tegen 'de Servische bezetter'. In de zomer van 1991 mocht kolonel Mladic orde op zaken komen stellen in de chaos van de Servische milities in de Krajina, merendeels boeren en 'weekendsoldaten' die zich met geweld - maar niet altijd even geweldig - verzetten tegen de door Kroatië uitgeroepen onafhankelijkheid.

Vriend en vijand waren het erover eens: Mladic was een briljante troubleshooter, die met een aantal spectaculaire en meedogenloze operaties snel persoonlijke faam opbouwde. “Hij zou het goed gedaan hebben bij de Wehrmacht, in 1942 in Wit-Rusland”, zegt de Britse militair-historicus John Keegan. “Hij is een goeie ouwerwetse militaire ploert. Niet sophisticated, wel effectief.”

Voor Mladic bleek de oorlog in Kroatië een generale repetitie voor de Bosnische. Nadat president Milosevic had ingestemd met het Kroatische 'vredesplan' van Cyrus Vance, bevorderde hij Mladic in mei 1992 tot generaal en hij benoemde hem tot bevelhebber over 55.000 zeer ongeregelde Servische strijders in Bosnië. Met de tanks en artillerie die het federale leger aan hen overdroeg smeedde hij een superieure vechtmachine. Zijn soldaten dragen hem op handen. Hij praat ze moed in, hij vertelt ze zijn botte grappen - “de humor van een veeboer”, zegt een getuige -, hij eet en slaapt bij ze, en hij leidt de aanvallen niet zelden vanuit de voorste linies. Ondanks of misschien wel dankzij die ene keer dat hij gewond raakte, door een schampschot in zijn bil, hangt om hem heen een aureool van onkwetsbaarheid. De strategische doelen van de campagne in Bosnië - terreinwinst op de molsims, het openen van corridors naar Servië en de etnische zuiveringen - werden in de maanden daarna grotendeels bereikt. Over de humanitaire fall out heeft hij zich nooit zorgen gemaakt. Mladic heeft zeventig procent van het Bosnische grondgebied in handen. Hier en daar wordt de kaart nog geretoucheerd. Zo heeft Mladic volgens verscheidene militaire bronnen de inname van de enclaves “zorgvuldig” en “behendig” voorbereid. Hij heeft de bevoorrading vroegtijdig afgesneden, de terugkeer van verlofgangers voorkomen, evenals aflossing van VN-troepen. “Zo kweek je voorwaarden waaronder een VN-eenheid eigenlijk nauwelijks meer kan functioneren”, zegt de NAVO-generaal.

Met het innemen van de enclaves zijn de Bosnische Serviërs verlost van een bron van ergernis: de venijnige aanvallen die de moslims van daaruit bleven doen. Maar de inname dient nog een doel. “Zo wil Karadzic [de leider van de Bosnische Serviërs] duidelijk maken dat Milosevic niet zomaar 'vrede in Bosnië' kan beloven zonder zijn instemming”, zegt Milos Vasic in Belgrado, defensieredacteur bij het weekblad Vreme, dat als een van de weinige probeert onafhankelijk te blijven. “Hij voert nu Karadzic' oorlog, Mladic heeft de neiging zich te identificeren met de politieke eenheid die hij op dat ogenblik dient”, zegt Vasic. “Hij is formidabeler en populairder dan Karadzic. Waarschijnlijk mogen ze elkaar niet, maar ze vormen een team. Mladic heeft geen andere chef en Karadzic heeft geen betere generaal.”

De Britse historicus Michael Howard, specialist in het werk van de door Mladic bewonderde oorlogstheoreticus Karl von Clausewitz (1780-1831), vindt de Bosnische oorlog maar een “very odd guerrilla”. Toch ziet hij wel iets in Mladic' optreden. “Hij heeft duidelijk talenten als bevelhebber. Zijn troepen bewonderen hem, hij wordt gevreesd door zijn vijanden. Ook voor Mladic is oorlog een middel om politiek te bedrijven. In die zin werkt hij in de geest van Clausewitz.”

Die neiging zou ook Mladic' optreden kunnen verklaren in het 'parlement' van de Bosnische Serviërs in Pale tijdens een stemming in 1993 over het Vance-Owen-plan voor Bosnië. Dat plan bedeelde de Serviërs met 49 procent en de moslims-plus-Kroaten met 51 procent van het Bosnische grondgebied. De moslims en Kroaten hadden het geaccepteerd. President Milosevic wilde van de internationale sancties tegen Servië af en was in zijn gepantserde Mercedes naar Pale gereden om de verdeelde parlementariërs te bewegen het plan aan te nemen. Mladic' toespraak van drie kwartier deed de balans definitief omslaan tegen 'Vance-Owen'. Niemand weet of het sindsdien nog goed is gekomen tussen de generaal en de man die hem had benoemd. Voor Sarajevo, nog een kwestie die Bosnische Serviërs geregeld willen zien, hangt Karadzic in zijn eigen woorden “het Berlijnse model” aan; hij wil er de Serviërs en moslims scheiden door het bouwen van een muur. Het huis in de Bosnische hoofdstad waar Mladic in zijn jeugd een tijdje heeft gewoond is in het begin van de oorlog verwoest. Hij bekeek de brand door een verrekijker. Wat hij met Sarajevo wil is onduidelijk, al staan zijn kanonnen weer grotendeels in de 'verboden zone' waar hij ze na dreigementen van de NAVO begin vorig jaar weghaalde. Hoe hij over de inwoners denkt is te zien op filmopnamen uit 1992 van Mladic bij een artilleriestelling in de heuvels boven de stad. “Rooster ze!”, zegt de generaal. “Gebruik alleen de zwaarste wapens. Schiet ze gek.”

Zo treedt hij soms ook op in het bijzijn van Westerse diplomaten en militairen. Michael Williams - als oud-directeur voorlichting van de VN in Zagreb de rechterhand van VN-gezant Yashushi Akashi en nu werkzaam bij het International Institute for Strategic Studies (IISS) in Londen - heeft Mladic talloze malen ontmoet. Nooit zal hij vergeten hoe Mladic in april 1994, tijdens langdurige onderhandelingen in Belgrado over de crisis rond de enclave Gorazde, een uitbarsting kreeg. “Plotseling sprong er iets in hem. Hij werd vuurrood, de aderen in zijn nek zwollen op en hij brieste: 'Als dat akkoord er niet komt en de NAVO-vliegtuigen ons aanvallen zullen wij genadeloos zijn in ons antwoord. Dan zullen wij de VN als een vijandige macht behandelen'. Door dat bijna fysieke geweld in zijn woorden waren wij toen behoorlijk geschokt. Mladic heeft zich trouwens aan zijn woord gehouden.”

De NAVO-generaal: “Ik heb hem wel eens om een gunst gevraagd: de evacuatie van een paar zieken uit een van de enclaves, die in zo'n slechte conditie waren dat ze zonder hulp niet lang zouden leven. Dat heeft hij geweigerd. 'Er sterven elke dag zoveel Serviërs op het slagveld, waarom zou ik toestaan dat er een paar moslims worden gered?', zei hij. 'Laat ze maar doodgaan'. En dat is ook gebeurd.” Het dossier-Mladic dat het VN-tribunaal in Den Haag bijhoudt wordt dezer dagen dikker. Williams maakt er geen geheim van Mladic een oorlogsmisdadiger te vinden. “Alleen de aanwijzingen uit Srebrenica van de afgelopen week zijn waarschijnlijk al dwingend genoeg om hem in staat van beschuldiging te stellen. Burgers worden met opzet tot doelwit gemaakt, zowel tijdens het gevecht, bijvoorbeeld door het beschieten van steden - wat allemaal erg genoeg is - maar ook als de strijd voorbij is. Dat lijkt me zeer duidelijk een oorlogsmisdaad.”

Mladic' dochter Ana, student medicijnen in Belgrado, pleegde in maart vorig jaar op 23-jarige leeftijd zelfmoord, twee weken nadat in een Servisch legertijdschrift een stuk over haar vader was verschenen waarin deze verantwoordelijk werd gesteld voor wreedheden die zijn mannen begingen. Volgens sommigen was er weinig aan hem te merken, anderen zeggen dat hij “volstrekt verwoest” was. Een maand later verscheen Mladic weer in het openbaar, herinnert Williams zich. “De generaal was geheel in het zwart: een zwart pak, met een zwart hemd en geen das.” En Milos Vasic zegt vanuit Belgrado: “Hij was absoluut geschokt, maar ik denk niet dat het zijn opvattingen of praktijken heeft veranderd.”

Mladic spreekt alleen de taal van soldaten en veracht politici, zegt ieder die hem kent. Toch is hij een paar keer voor hen gezwicht. Zo staakte hij onder druk van Pale en Belgrado in 1993 zijn offensief langs de rivier de Drina, waarbij Srebrenica voor de eerste keer op het programma stond. Later neemt hij zijn kans dan gewoonlijk alsnog. Datzelfde gebeurde als Mladic had toegegeven aan militaire dreigementen van de VN. Voor Mladic' overzichtelijke nederlaagjes heeft de internationale gemeenschap een hoge prijs betaald in vernederde gijzelaars, leeggeplunderde konvooien, opgezegde akkoorden en neergehaalde NAVO-vliegtuigen.

Mladic is niet onredelijk, beweren sommigen. Uit zijn uitspraak dat “elke oorlog uit de geschiedenis is geëindigd met een politieke regeling” putten zij hoop. Anderen geloven dat hij onbuigzaam is. Niet voor niets is hij geboren in het deel van Herzegovina dat de Duitsers nooit hebben weten te bezetten. Het begrip 'vredesproces' - een buzzword van de internationale gemeenschap - zegt hem weinig. Dit is zíjn oorlog en hij rust niet tot hij hem gewonnen heeft. De Britse historicus Keegan: “Ik zou hem persoonlijk niet graag als tegenstander hebben. Ik denk geen seconde dat hij in staat is op een beslissing terug te komen. Hij blijft vechten tot de laatste loopgraaf. En hij zou het niet erg vinden om op het slagveld te sterven.”