Aantal pikante inkijkjes in de wereld van de cinema

SBS: Carrière, maandagavond, Ned.3, 23.07-23.56u. Bij de bewerking van een boek tot speelfilm werpe men het boek in een hoek, zodat men als scenarioschrijver “zijn vrijheid kan hernemen”. Die goede raad komt van Jean-Claude Carrière, scenarioschrijver van o.a. Buñuel, Wajda, Malle en Peter Brook. Het portret dat de VPRO maandagavond van hem uitzendt is zeker interessant, al vraag je je af waarom - nu er tijdens de zomermaanden kennelijk ruimte is voor culturele diepgang op de Nederlandse televisie - men juist deze documentaire heeft gekozen. Een interview van een uur met iemand die zich niet in zijn moedertaal, het Frans, maar in acceptabel doch ietwat moeizaam Engels uitdrukt. Zou dat tot het beste behoren dat er op de markt van culturele televisieprogramma's voorhanden was het afgelopen jaar?

Carrière, die meer dan zeventig films op zijn naam heeft staan, doet zijn best uit te leggen wat een goed scenario tot een goed scenario maakt. Maar hij slaagt daarin natuurlijk maar ten dele, want het creatief proces laat zich nu eenmaal niet geheel in woorden vangen.

Verreweg het interessantst is wat hij vertelt over de samenwerking met Luis Buñuel, voor wie hij werkzaam was bij de produktie van o.a. La voie lactée, Les charmes discrets de la bourgeoisie en Le fantôme de la liberté. We vernemen onder andere, dat Buñuel van zijn medewerkers tijdens het maken van de film verlangde, dat dezen elke middag een verhaal zouden verzinnen en dat aan elkaar moesten vertellen. “De verbeelding is als een spier, die geoefend moet worden”, vindt Carrière in navolging van Buñuel. En de mens berooft zichzelf van een essentiële faculteit, wanneer hij zichzelf niet toestaat het onderbewuste in zichzelf te laten spelen. “Er steekt geen misdaad in het denken over misdaad”, zegt Carrière in dit verband ook: “Buñuel zei dat het nodig was in gedachten elke dag je vader te vermoorden, je moeder te verkrachten en je vaderland te verraden”.

Maar waarom sommige verhalen zich wel, en andere zich niet voor film lenen, blijft een mysterie, meent de scenarioschrijver ook. Sommige zijn interessant, andere niet, en niemand kan eigenlijk precies beschrijven waarom wel of niet.

“Carrière heeft geen ego”, meent Louis Malle in de documentaire, en juist dat gebrek maakt hem kennelijk geschikt voor het vak van scenarioschrijver.

Verder biedt het programma een aantal pikante inkijkjes in de wereld van de cinema. Zo wist ik niet dat Buñuel in zijn jonge jaren werkzaam was als gagman (verzinner van grappen) bij Charly Chaplin, o.a. bij City Lights. En evenmin dat in het reusachtige lichaam van Gérard Depardieu maar een zwak stemmetje huist, een gegeven waaromheen de film Cyrano de Bergerac, met zijn vele fluisterscènes, is gecomponeerd. Dat scenario was trouwens geheel rond Depardieu opgebouwd, en bij het schrijven gebruikte Carrière een geluidsband waarop de acteur alle rollen las. Er valt, kortom, in deze documentaire veel op te steken.