Sok of sprei

Een moeder was zo arm dat ze steeds een nieuwe list verzon om aan geld te komen. Omdat ze heel slim was lukte het haar steeds. Dit keer keek ze naar de sprei op haar bed. Ze had hem lang geleden van een vriendin gekregen en hij was nog net zo mooi als in het begin.

De sprei was gemaakt van vuurrode wol. Ze kon hem natuurlijk verkopen en dat zou vast veel geld opbrengen. Jammer was dat wel maar wat moest ze anders?

Ze keek nog eens aandachtig naar de sprei. Ineens kreeg ze een veel beter idee. Als ze van de wol nu eens sokken ging breien. Dat konden heel wat paren worden. Bij elkaar brachten die sokken vast veel meer op dan die ene sprei.

Ze begon de wollen sprei uit te halen en dacht meteen aan een mogelijke klant. Verderop woonde een dame met wie ze op straat wel eens praatte. De vrouw was zelfs een keer bij haar op bezoek geweest. Ze had twee dochtertjes van acht en tien. Aan hun voeten dacht de moeder toen ze het proefpaar breide.

Dat zag er werkelijk prachtig uit. De dame vond dat ook. O ja, ze wilde voor haar dochtertjes best nog een paar hebben. Zulke mooie rode sokken had ze nog nooit ergens gezien.

De moeder breide maar door. Haar zoon van elf bracht de dame elke week een paar sokken en ze betaalde meteen. Op het laatst had de moeder wel vijftien paar gebreid. Het konden er ook meer zijn. Ze was de tel kwijt geraakt.

Het was eerst een beetje vreemd dat de meisjes de sokken op straat nooit aan hadden. Ook dat begreep de moeder. Het was nu nog zomer en de dame bewaarde de sokken natuurlijk voor de koude winterdagen.

Op het laatst had ze nog wol voor één sok over. Moest ze die ook nog breien? De dame lachte toen ze de sok zag en ze betaalde haar zoon alsof hij er twee had gebracht.

“Praat je wel eens met haar?” vroeg de moeder terwijl ze het geld opborg. “Je bent er al zo vaak geweest.”

“Wat moet ik met die meiden,” zei de jongen, “ze vroeg laatst alleen wanneer je jarig was.”

Op de verjaardag van de moeder werd er 's morgens vroeg gebeld. Het was de post met een pakje. Ze maakte het met zenuwachtige vingers open. Wie had er aan haar gedacht?

Door het witte vloeipapier schemerde een rood cadeau. Eerst dat kaartje lezen. Het was van de dame en ze schreef dat ze al met de wol van dat eerste paar sokken was gaan breien. Van harte gefeliciteerd! Uit het papier kwam de vuurrode sprei tevoorschijn die de dame bij dat ene bezoek op het bed van de moeder had zien liggen.