Publikatieverbod voor benadeelden van De Vilder

AMSTERDAM, 21 JULI. De beleggers W. Laverman en J. van Buuren mogen zich gedurende zes maanden tegenover derden niet uitlaten over R. de Vilder, de voorzitter van de Amsterdamse Kamer van Koophandel.

Ook mogen zij geen enkele schriftelijke publikatie verspreiden waarin de naam van De Vilder wordt genoemd. Elke overtreding wordt bestraft met een boete van 100.000 gulden. Dat heeft de president van de rechtbank in Amsterdam, mr. R.C. Gisolf, gisteren bepaald in het kort geding dat De Vilder tegen de twee beleggers had aangespannen.

Aanleiding voor het kort geding was de aanhoudende negatieve publiciteitscampagne tegen De Vilder. Die spande vorige maand een civiele procedure aan tegen de twee beleggers die sinds 1987 in een financiële strijd zijn gewikkeld met zijn 34-jarige zoon. Omdat Laverman en Van Buuren sinds het uitbrengen van de dagvaarding doorgingen met hun voor De Vilder sr. negatieve publiciteit, eiste hij via een kort geding een 'publicitair straatverbod' voor de twee beleggers.

Laverman en Van Buuren vertrouwden in 1987 elf miljoen gulden toe aan De Vilder jr. in de verwachting dat hij, in zijn functie van beleggingsadviseur, op voor hen gepaste wijze met het geld zou omgaan. Maar hij besteedde het geld aan de aankoop van auto's, een huis en kunstwerken. Laverman en Van Buuren wisten drie miljoen terug te vorderen. Zij spanden een rechtszaak aan tegen De Vilder jr. die in 1990 werd veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf waarvan zes maanden voorwaardelijk en terugbetaling van zeven miljoen gulden aan de gedupeerden. De uitspraak werd tot twee keer toe in hoger beroep bekrachtigd. Tenuitvoerlegging van het vonnis werd uitgesteld om De Vilder jr. gelegenheid te geven zijn proefschrift af te ronden. Sinds vorige maand zit hij zijn straf uit.

In het vonnis zegt president van de Amsterdamse rechtbank Gisolf het begrijpelijk te vinden dat de twee zich eraan hebben gestoord dat De Vilder eind 1987 een bedrag van 30.000 gulden heeft aangenomen van zijn zoon, terwijl hij zich had kunnen realiseren dat dit geld op onrechtmatige wijze was verkregen. Maar Gisolf zegt ook dat zij hun ongenoegen over wat hen door De Vilder jr. is aangedaan “zo breed en uitvoerig onder de publieke aandacht hebben gebracht dat zij daar thans niets meer aan toe te voegen hebben”. Volgens het vonnis weegt het belang van De Vilder sr. om in ieder geval tijdelijk verstoken te blijven van kwaadsprekerij zwaarder dan de vrijheid van meningsuiting van Laverman en Van Buuren. In een reactie schrijven de beleggers dat zij zich aan het vonnis zullen houden. Zij gaan in hoger beroep.

De secretaris van de Nederlandse Vereniging van Journalisten, H. Verploeg, vindt het “een griezelige zaak dat bronnen van journalisten een spreekverbod opgelegd krijgen.”