'Leger Israel doodde groep Egyptische gevangenen'

TEL AVIV, 21 JULI. Raful Eitan, de leider van de Israelische oppositie-partij Tsomet, was in 1956 als commandant van een bataljon parachutisten betrokken bij de moord op 35 Egyptische krijgsgevangenen diep in de Sinaï-woestijn. Dat blijkt uit een officieel militair document dat met toestemming van de voormalige chef-staf Ehud Barak voor circulatie in het leger werd vrijgegeven en niet langer als geheim wordt bestempeld.

Het ochtendblad Davar heeft vanmorgen uittreksels gepubliceerd van een studie van dr. Motti Golani van het historisch instituut van Tsahal, het Israelische leger, over de Suez-crisis in 1956 waarin de moord wordt onthuld. De Israelische militaire censuur heeft de publikatie van deze studie, die binnenkort in boekvorm zal verschijnen, toegestaan. Eitan, die zich kandidaat heeft gesteld voor de volgend jaar te houden eerste rechtstreekse verkiezingen voor het premierschap van Israel, heeft tegenover Davar de bevindingen van Golani niet ontkend.

Uit Golani's studie blijkt dat de door Eitan gecommandeerde eenheid in grote moeilijkheden kwam te verkeren na bij de Mitle-pas in de Sinaï-woestijn te zijn geparachuteerd. Ook een door Ariel Sharon gecommandeerde eenheid, die op weg was om de door de Egyptenaren afgesneden eenheid van Eitan te ontzetten, kwam bloot te staan aan luchtaanvallen. De 35 Egyptische soldaten, tijdens de parachutering door de eenheid van Eitan krijgsgevangen gemaakt, werden in het centrum van de opstelling van het bataljon gevangen gehouden.

Volgens Eitan, aldus de studie van Golani, werden de krijgsgevangenen vermoord omdat ze dingen begonnen te zeggen als 'jullie zullen worden gedood' (door de Egyptische luchtmacht, red.) en 'nu zal het met jullie afgelopen zijn'. “Dat was niet aangenaam. Wij moesten drie soldaten inzetten om die 35 te bewaken.” Eitan heeft tegen Davar gezegd zich deze uitspraken niet te kunnen herinneren. “Het kan zijn dat ik dat heb gezegd. Ik herinner me niet dat er een onderzoek werd ingesteld. Het was oorlog, er waren gevechten, we waren omsingeld en alleen. Op 30 oktober 1956 kwam de brigade bij elkaar en de volgende dag was de slag om de Mitle-pas. Ze vielen ons aan, we sloegen de aanvallen af. Meer heb ik niet te zeggen.”

Het is de eerste maal dat de militaire censuur niet heeft ingegrepen om een publikatie over de moord op de Egyptische krijgsgevangenen te verhinderen. In bepaalde Israelische kringen werd er al wel over gesproken. De sensationele publikatie in Davar over de moordpartij is een nieuwe mijlpaal in de ontluistering van de onaantastbaarheid van het leger. Vorige week publiceerde het blad Yedioth Achronoth al een reportage waarin de voormalige chef-staf Ehud Barak (sedert enkele dagen minister in de regering-Rabin) als een leugenaar werd bestempeld en als een man die zich niet bekommerde om het lot van zwaar gewonde militairen tijdens een ongeluk bij een zeer geheime militaire oefening in november 1992.