King Lear in het Amsterdamse Bos; Sterven moet iedereen, maar wel vrolijk graag

Voorstelling: Lear, naar Shakespeare, door Theater het Amsterdamse Bos. Bewerking en regie: Frances Sanders, vertaling: Martine Vosmaer. Decor: Willem Heesen; kostuums: Arien de Vries; muziek: Fons Merkies. Spel: Mijs Heesen, Bodil de la Parra, Margôt Ros, Kees Boot, Cees Geel, Jaap ten Holt, Jaap Hoogstra, Felix Jan Kuypers, Geert Lageveen, Har Smeets, Erik de Vogel. Gezien: 19/7 Theater het Amsterdamse Bos. T/m 26/8 aldaar. Inl: 020-6383847/6433286.

Het Amsterdamse Bos is bedoeld om in te recreëren en het openluchttheater in dat bos sluit naadloos bij die functie aan. Bezoekers mogen er, hoe anders dan in de schouwburg, tijdens de voorstelling eten en drinken, dus gaat de picknickmand mee. En masse voert het publiek er een jaarlijks terugkerend toneelstukje op: dat van het ongedwongen samenzijn.

De spelers tegenover de tribune weten op hun beurt dat ze lichte kost moeten bieden. Een klucht of blijspel zou het beste bij zo'n vrolijke avond in de zomerse buitenlucht passen, maar regisseuse Frances Sanders koos dit keer een tragedie uit. King Lear is een van de somberste drama's van Shakespeare. Al in de eerste scène vernietigt koning Lear zijn rijk door het onder zijn dochters te verdelen. Dat wil zeggen: onder de twee oudsten, want zij vleien hun vader met valse liefdesbetuigingen. Cordelia daarentegen, de jongste dochter en de enige die echt van de koning houdt, heeft voor haar liefde geen woorden. Lear ziet haar zwijgzaamheid aan voor liefdeloosheid, hij onterft haar en verjaagt haar uit Brittannië. Voor die onrechtvaardigheid moet hij zwaar boeten. Zijn oudste dochters zetten hem ijskoud het huis uit, op een stormachtige nacht in de winter. Berooid en half waanzinnig doolt de verstoten koning over de hei. De loutering die hij in zijn ellende ondergaat komt te laat: Brittannië wordt overspoeld door een golf van geweld en haast alle personages sterven op beestachtige wijze.

Sterven moeten niet alleen de twee koude koningsdochters en alle andere huichelaars, ijdeltuiten, machtswellustelingen, intriganten en moordenaars in het stuk, maar ook de goede mensen, zoals Cordelia. De illusie- en uitzichtloosheid die Shakespeare etaleert doet modern aan. Maar hoe presenteer je als regisseur zo'n akelig eigentijds drama zonder het fuivende publiek met de zwartgalligheid van de auteur te besmetten? Juist: door de speelse kanten van King Lear uit te lichten. Shakespeares stukken zijn ook altijd een hommage aan het toneel. Altijd zien we een spel in het spel, met figuren die zich verkleden en vermommen en precies die dingen doen die anders alleen aan komedianten zijn voorbehouden.

In King Lear is dat niet anders. Zo komt Kent, een in ongenade gevallen vriend van de koning, vermomd als dienaar bij Lear terug. En in een verhaal dat Lears tragedie spiegelt, het verhaal van een graaf die zo stom is om zijn rechtschapen zoon te onterven ten gunste van diens schurkachtige halfbroertje - in dat verhaal speelt de onterfde zoon volkomen geloofwaardig dat hij Gekke Tom is, een deerniswekkende zwerver.

Het zijn deze bijrollen die in Sanders' regie de meeste aandacht krijgen. Daarbij wordt het spel-in-een-spel-effect nog eens versterkt doordat sommige vrouwen mannenrollen vertolken en vice versa. De actrice Mijs Heesen bijvoorbeeld, die onder andere Kent speelt, draagt eerst een tasje en een mantelpakje. Pas later, als Kent zich vermomt, trekt ze mannenkleren aan. Een vrouwelijke Kent die in een man verandert: dat onderstreept de kunstmatigheid van het acteren, dat schept een ironische afstand.

Cees Geel als Lear deelt zijn rol met leeftijdgenoten Erik de Vogel, Jaap ten Holt en Har Smeets, en met de hoogbejaarde Jaap Hoogstra. Liever had ik gekeken naar een Lear uit één stuk, maar misschien verwijst die versnippering van het personage wel naar de versnippering van het rijk. Indrukwekkend wil die vijfdelige koning maar niet worden, we kunnen hooguit wat lachen om Geels plat pratende en weinig snuggere Lear.

Deze King Lear lijkt meer op een komedie dan op een tragedie. Daar verandert ook het strenge, uit marmerachtige blokken bestaande decor niets aan. Het geloop van de acteurs over de opgehoogde marmeren paden, omgeven door bassins vol water en gruis, is wel riskant maar niet angstaanjagend. Voor een schokkende, schrijnende of huiveringwekkende Lear moeten we niet bij Frances Sanders zijn. Zij biedt vooral vermaak. Ach ja, dat hoort bij het picknickgevoel.