In elkaar geslagen door een appelboer; Overvol debuut van Tommy Wieringa

Tommy Wieringa: Dormantique's Manco. Uitg. In de Knipscheer, 231 blz. Prijs ƒ 32,50.

Tientallen bladzijden werkt hij er naartoe.

Op ongeveer de helft van Dormantique's Manco, het debuut van Tommy Wieringa (1967), staat hoofdpersoon Bas Dormantique, afwasser in een Mexicaans restaurant, op een donker balkonnetje en gluurt een kamer binnen, alwaar twee serveersters en een appelboer in een sado-masochistische 'seks-act' zijn verwikkeld. Diezelfde appelboer, die 'Beer' wordt genoemd, heeft Dormantique een paar avonden daarvoor in elkaar geslagen toen hij in een steegje stond te plassen; als reactie daarop is Elisabeth, een van de serveersters, naar Dormantique toegekomen, heeft hem haar hele levensverhaal verteld, is met hem naar bed gegaan en heeft hem vervolgens aangeboden als voyeur bij de sm-'act' van haar, haar zus en de appelboer aanwezig te zijn. Dat die gebeurtenissen niet buitengewoon geloofwaardig zijn ben je de auteur op dat moment nog bereid te vergeven, want op dat balkon gaat het natuurlijk allemaal gebeuren. Zal Dormantique wraak nemen op zijn agressor? Komt er een verklaring voor Elisabeths plotselinge openhartigheid? Zal misschien Nina, Bas' jeugdliefde naar wie hij al jaren hartstochtelijk terugverlangt, plotseling opduiken?

Maar niks van dat alles. Dormantique blijft wat dralen, tuurt nog maar eens naar binnen, ziet Beer met een bamboestokje een van de serveersters afrossen, bedenkt dat die appelboer toch wel een betere minnaar is dan hijzelf - en besluit maar weer eens te vertrekken. Een grotere anticlimax was nauwelijks denkbaar.

Het verhaal van de appelboer is symptomatisch voor Dormantique's Manco als geheel. Wieringa heeft genoeg ideeën - de roman barst bijna uit elkaar van de opzetjes en verhaallijnen die moeten verklaren waarom Bas Dormantique in de 'werdegang' terecht is gekomen die de roman beschrijft. Maar Wieringa heeft geen keuzes gemaakt en spot daardoor opzichtig met de 'mussen-wet' van Hermans, die zo langzamerhand weliswaar tot een cliché is verworden, maar nog steeds terecht duidelijk maakt dat een schrijver niet zomaar iedere inval in zijn boek moet proppen.

De stuwende kracht achter Dormantique's Manco is Bas' obsessie voor Nina, die hij door zijn eigen schuld is kwijtgeraakt. 'Begon het bergafwaarts met me te gaan toen Nina uit mijn leven verdween, zoals ze vannacht in mijn droom vroeg? Na haar lijkt alles aan me voorbijgegaan te zijn, alsof ik nergens meer greep op had.' Nu is hij een eenzame afwasser en blijft hij peinzen over wat er met hem is misgegaan.

Maar Wieringa heeft het niet kunnen opbrengen het daarbij te laten. Naast Bas' vertwijfeling over Nina en de verwikkelingen met de sado-masochistische appelboer beschrijft hij bijvoorbeeld uitgebreid Nina's vakantie in Zwitserland, waar ze in contact komt met de goeroe Bodhidarma (zonder dat dat duidelijke consequenties heeft), doet hij het levensverhaal uit de doeken van de broers Louis en Friedrich waarmee Bas op de middelbare school bevriend was, en laat hij zijn held in een flash-back twee bergen beklimmen - een wel erg nadrukkelijke symbolisering van de tijd waarin Dormantique nog tot grootse daden in staat was.

Dat al die invallen soms tot aardige passages kunnen leiden blijkt als Wieringa, door zijn uitgever consequent gepresenteerd als de schrijver 'die lange tijd in zijn levensonderhoud voorzag met de verkoop van Turbo-aanstekers' zichzelf even in de roman opvoert en Nina bijna verliefd op zichzelf laat worden. Dat werkt goed, schrijver ontmoet zijn personage, maar het blijft een incident in de roman. Dat Bas Dormantique zijn noodlot treft in een woestijn ergens op de grens van Marokko en Algerije laat de lezer uiteindelijk volstrekt onverschillig - gewoon de zoveelste gebeurtenis die uit de lucht komt vallen. Dormantique's Manco is een lappendeken waarin je eens flink de schaar zou willen zetten.