Ik ben niet bang voor pathos; Gesprek met de Oostenrijkse schrijver Robert Schneider

Wie in een dorp geboren wordt, kan zijn talent nooit tot bloei laten komen, laat de Oostenrijkse schrijver Robert Schneider zien in zijn onlangs vertaalde roman 'Wie liefheeft slaapt niet'. Tegelijkertijd logenstraft dit debuut zijn stelling: Schneider, zelf afkomstig uit het dorp Meschach, werd er een van Oostenrijks succesvolste schrijvers door. “Ik idealiseer de 'Heimat' niet. Mijn romantiek is op geen enkele manier te vergelijken met die van Heidi.”

Robert Schneider: Schlafes Bruder. Uitg. Reclam, 204 blz. ƒ 23,85. - Wie liefheeft slaapt niet. Vert. W. Hansen. Uitg. De Arbeiderpers, 174 blz. Prijs ƒ 34,90.

“Zo'n auto kun je kopen als je een boek als Schlafes Bruder schrijft.” De Oostenrijkse auteur Robert Schneider (34) houdt stil bij een glanzende blauwe sportwagen die in een van de nauwe straatjes van het stadje Feldkirch geparkeerd staat. Ik mag instappen. De bon die onder de ruitenwisser zit, wordt achteloos weggeplukt. We rijden naar het in de bergen gelegen dorp Meschach, dat model heeft gestaan voor het dorp in zijn debuutroman.

Schlafes Bruder, waarvan onlangs een Nederlandse vertaling verscheen onder de titel Wie liefheeft slaapt niet, heeft de afgelopen drie jaar voor veel commotie gezorgd in Oostenrijk. Met een oplage van 300.000 exemplaren is het nu al de best verkochte Oostenrijkse roman van na de Tweede Wereldoorlog. De schrijver vertelt dat er sinds de pocketeditie uit is bovendien elke maand meer dan 14.000 boeken over de toonbank gaan. En als in september de verfilming van het boek in première gaat, in de regie van Joseph Vilsmaier (die eerder Herbstmilch maakte), zou dat aantal wel eens nog hoger kunnen worden. Toen vorig jaar de opnames voor de film plaatsvonden, waren de lotgevallen van de schrijver in Oostenrijk elke dag voorpaginanieuws. Robert Schneider is een fenomeen in Oostenrijk.

Dat wil niet zeggen dat iedereen hem ook bewondert. “Hoe meer succes een boek hier heeft, des te slechter moet het volgens de kritiek zijn,” zegt Schneider. “Aanvankelijk kreeg ik nog wel een paar schouderklopjes, maar die werden weer teruggenomen. Nu wordt het boek als een uitgekiende bestseller afgedaan.” Schlafes Bruder zou volgens sommige critici zijn overgeschreven uit Süskinds Het Parfum. De schrijver wordt naar eigen zeggen bijna dagelijks in vele toonaarden beschimpt. “Mijn toneelstuk Dreck is in Duitsland al in 43 theaters opgevoerd, en nog maar één keer in Oostenrijk. In Oostenrijk besta ik niet als schrijver.”

De ironie wil dat de geschiedenis die in Schneiders roman wordt verteld, zelf op alle mogelijke manieren vloekt met zijn succes. Schlafes Bruder is, kort samengevat, het verhaal van een hoog begaafde, kunstzinnige jongeman uit het Oostenrijkse bergland die door zijn achterlijke omgeving wordt belemmerd in zijn emotionele en artistieke ontwikkeling. Hij lijdt verschrikkelijk en aan het eind van het boek sterft hij. Hij heeft zich ingebeeld dat hij alleen maar van zijn geliefde kan houden als hij dag en nacht aan haar denkt ('Wie liefheeft slaapt niet'). Hij vervalt in een hallucinerende waanzin totdat zijn krachten het begeven.

Schneider wil niet verhullen dat het thema van zijn boek, toen hij begon te schrijven, autobiografisch bepaald was. Hij voelde zich lange tijd inderdaad een miskend talent. Hij had het idee dat hij door zijn jeugd in de Oostenrijkse Vorarlberg de mogelijkheden miste om zich waar te maken. Aan het begin van het boek is een opmerkelijk hoofdstuk opgenomen over de vele kunstenaars ('de ongeborenen') die altijd onbekend zullen blijven omdat de omstandigheden hen niet helpen. Het verhaal van de hoofdpersoon, een jonge musicus, wordt omschreven als 'een aanklacht tegen God die er in een verkwistende bui genoegen aan had beleefd, het zo kostbare talent van de muzikaliteit uitgerekend aan een boerenkind (-) te schenken, terwijl hij had moeten voorzien dat het (daar) nooit tot volle wasdom zou komen.' Ook de worsteling met een ongelukkige jeugdliefde is autobiografisch.

Negentiende eeuw

In koffiehuis Zanona in Feldkirch heeft Schneider me die ochtend al verteld dat het idee voor zijn roman een kleine tien jaar geleden ontstond, toen hij in Wenen muziek- en theaterwetenschappen studeerde. Hij kreeg daar weinig waardering voor wat hij deed. Hij had onder meer twaalf toneelstukken geschreven ('veelal voorstudies'), waaronder het nu zo succesvolle Dreck, die geen van alle waren opgevoerd en hij besloot een boek te schrijven over een hoogst begaafde jongen uit een bergdorp die te kampen heeft met onbegrip.

Om te voorkomen dat zijn verhaal te persoonlijk en te larmoyant zou worden, situeerde hij het niet in zijn eigen tijd maar aan het begin van de negentiende eeuw. Bovendien voerde hij een sterk op de voorgrond tredende verteller in, die de wanhoop en de waanzin van de jongen met enige distantie en ironie kon beschrijven. Schneider: “De verteller werkt als een correctief. Hij is een schelm, hij legt de lezer dingen uit.” De liefde van de jongen voor een meisje uit het dorp wordt nog steeds zeer onstuimig beschreven, maar de verteller schudt af en toe zijn wijze hoofd over zoveel onbezonnenheid. Als de wanhoop van de jongen zijn hoogtepunt bereikt schrijft Schneider: 'Hij begon te zingen, kwam overeind en danste op zijn melodieën. Toen kreeg hij plotseling krampachtige stuiptrekkingen en barstte ten slotte in langdurig huilen uit. Toen hij na middernacht wat rustiger was geworden, werd hij doodmoe. Zijn hoofd zakte zwaar op zijn borst, en toen hij merkte dat hij eventjes gedoezeld had, sprak hij woeste en beschuldigende woorden tegen zichzelf, sprong in het water en wentelde zich er in als een loodzwaar hert.'

Voor de verplaatsing van het dorp naar de negentiende eeuw, vertelt Schneider, was weinig fantasie nodig. In Meschach, dat in het boek Eschberg heet, is de afgelopen anderhalve eeuw weinig veranderd. Er wonen nog steeds mensen die niets van de moderne wereld weten. Daarbij had zijn verplaatsing in de tijd het voordeel dat Schneider de ondergang van het dorp kon beschrijven. Meschach is op dit moment, net als veel andere Oostenrijkse berggehuchten, een stervend dorp. De oorspronkelijke bewoners trekken weg en het dorp ligt te laag voor het wintersporttoerisme. Er wonen nu nog 58 mensen, voor het grootste deel bejaarden, en Schneider verwacht dat zijn dorp over niet al te lange tijd verdwenen is. In zijn roman beschrijft hij hoe de bewoners na verloop van tijd voelen dat hun dorp niet levensvatbaar is. Na de zelfmoord van de jongen is er op een gegeven moment nog maar één bewoner over, die langzaam verhongert: 'niet omdat er geen voedsel meer zou zijn - een Eschberger wist alles tot iets eetbaars te verkoken - maar gewoon uit levensmoede stijfkoppigheid.'

Nationaal-socialisme

Het succes van Schlafes Bruder moet onder meer worden verklaard door de heftige, directe toon van het boek en het ongeremde verlangen dat er uit spreekt. Het boek heeft soms iets van de orgelconcerten die de hoofdpersoon 's nachts in het dorpskerkje geeft, met alle registers open. “Ik ben van een generatie die niet bang meer is voor pathos,” zegt Schneider. Hij heeft de indruk dat veel naoorlogse schrijvers door de recente geschiedenis bang zijn geworden om grote woorden te gebruiken. “De Duitstalige literatuur van de jaren zeventig en tachtig was altijd heel precies, kortademig, zonder emoties. Je mocht nooit barok schrijven. Er was ook een grote angst om je persoonlijke geschiedenis te vertellen. Men wilde zich niet bloot geven, dorst geen kleur te bekennen.”

Schneider beseft dat hij in zijn boek radicaal met deze gewoontes heeft gebroken. “Onze generatie heeft niets meer te maken met het misbruik dat tijdens het nationaal-socialisme van het pathos is gemaakt. Ik ben niet bang om aan mijn gevoelens toe te geven en in de literatuur te tonen wie en wat ik haat of liefheb.” Hij moet dan ook niets hebben van schrijvers die zich achter hun boeken verschuilen en hun werk voorstellen als een produkt van de fantasie waar ze zelf buiten staan. “Ik geloof daar niet in. Als ik niet in mijn tekst zit, waar dan wel?”

In Schlafes Bruder laat Schneider onomwonden zien wat hij liefheeft en haat in de landelijke omgeving waarin hij is groot geworden. Hij komt daarmee ook onvermijdelijk op een terrein dat lange tijd problematisch was in de Duitstalige literatuur: de Heimat. “Het begrip Heimat is voor mij niet zo beladen. Voor mij heeft het niets te maken met Blut und Boden, of met Scholle [geboortegrond], zoals de nationaal-socialisten zeiden. De Heimat is het nauw begrensde oord waar ik de grootste deel van mijn leven doorbreng. Het zou ook een kamer in een stad kunnen zijn.”

Kenmerkend voor Schneiders houding tegenover het dorpsleven is dat hij zowel de goede als de slechte kanten ervan wil laten zien. Hij beschrijft in zijn boek de overweldigende schoonheid van het berglandschap en het belang van de tradities, maar ook de bijgelovige mentaliteit van de bewoners, de neiging om bij tegenslag zondebokken te creëren, de duivelse machinaties van de kerk en het onvermogen van de bewoners om zich te emotioneel uiten. “Ik idealiseer de 'Heimat' niet. Mijn romantiek is op geen enkele manier te vergelijken met de Heidi-romantiek. Bij mij levert de Heimat spanningen op, waar je door middel van conflicten met de andere mensen uit het dorp doorheen moet.”

Schneider ziet als belangrijkste thema van zijn werk het gebrek aan banden tussen mensen. “We leven met elkaar, maar niet met elkaar. We weten nooit echt wie de ander is en dat willen we ook niet weten. We hebben een grote angst voor elkaars nabijheid. In deze maatschappij is het zo moeilijk je tot een bepaald gevoel te bekennen. De angst om gekwetst te worden is veel te sterk geworden. Daardoor ontstaat echter weer een grote behoefte aan harmonie. Het lijkt nu of alles in onze maatschappij rustig is, maar onder de oppervlakte kookt het.”

Robert Schneider woont sinds een paar jaar weer in het dorp waar hij is opgegroeid. Zijn moeder is drie jaar geleden aan kanker overleden, maar zijn vader leeft nog steeds. Aanvankelijk was hij uit nood naar Meschach teruggekeerd. Toen zijn toneelwerk in Wenen niet aansloeg, zag hij geen andere mogelijkheid dan naar zijn ouderlijk huis terug te gaan, waar hij tenminste gratis onderdak had en wat kon bijverdienen als toeristengids en als kerkorganist bij bruiloften en begrafenissen. Maar nu hij die bijverdiensten door het succes van zijn boek niet meer nodig heeft, wil hij toch niet terug naar de stad. Elke zondagmorgen begeleidt hij - onbetaald - de mis in het plaatselijke kerkje en hij is druk bezig zijn ouderlijk huis op te knappen. “Ik ben nog lang niet klaar met mijn oorsprong,” zegt hij. “Mijn geschiedenis hier is nog niet ten einde.”

Bedevaartsoord

Na een rit door het Rijndal in de richting van het Bodenmeer zijn we in de open sportauto langs een smalle weg naar boven gereden. Door het succes van zijn boek, vertelt Schneider, begint de rust van Meschach enigszins in gevaar te komen. Het dorp is uitgegroeid tot een literair bedevaartsoord. Overmoedige wandelaars bellen bij zijn huis aan om de schrijver in levende lijve te zien. Schoolklassen houden stil om naar zijn huis te kijken. Schneider heeft, om rustig te kunnen werken, zijn bel en zijn fax-apparaat moeten weghalen. Nog even en het café-restaurant op de helling boven zijn huis zal zijn naam 'Berghof' ('Alle cafés hier zijn vernoemd naar Hitlers buitenverblijf') misschien wel in 'Schlafes Bruder' veranderen.

Schneider vertelt dat het niet veel had gescheeld of het boek over zijn dorp was nooit verschenen. Aanvankelijk was er geen uitgever die in een zo landelijk onderwerp brood zag. Nadat hij Schlafes Bruder in een half jaar tijd in zijn ouderlijk huis 'als in een trance' had afgeschreven, kreeg hij het van 24 uitgevers zonder veel commentaar terug. Uitgeverij Suhrkamp weigerde het met het argument dat het alleen maar in de bergen te begrijpen zou zijn. Een andere grote Duitse uitgever, Hanser, schreef terug dat men helaas geen poëzie uitgaf: “Die had kennelijk twee enveloppen verwisseld.”

Uiteindelijk was het een onbekende redacteur bij het voormalige Oostduitse Reclam Verlag in Leipzig die de kwaliteiten van het manuscipt inzag. Daarna begon het succes, niet in de Oostenrijkse bergen maar in Duitsland. De Oostenrijkse recensies deden het boek voornamelijk af als kitsch. “Ze vonden het negentiende-eeuws, een anachronisme. De Oostenrijkse kranten schreven dat je tegenwoordig geen wereld meer kunt beschrijven die nog als geheel functioneert, met een God en een duivel.”

Met piepende banden rijden we over een steil bergpad op naar het vroegere eenmansschooltje dat boven het dorp tegen een steile helling ligt. Schneider kreeg hier zes jaar lang samen met elf andere kinderen uit het dorp lager onderwijs. “Op het weitje voor de deur werd gegymd.” Schneider vertelt dat hij naar zijn gevoel een jeugd heeft gehad die totaal niet bij hem paste. “Ik was vroeger altijd een Fremdkörper in het dorp, en dat ben ik nog steeds. Ik lees nu Der Spiegel en Die Zeit, ik heb 48 televisiezenders en Internet, ik kan uit de stadsbibliotheek van Chicago mijn literatuur betrekken. Maar om me heen wonen mensen aan wie de mediale wereld voorbij gaat.”

Robert Schneider denkt dat zijn gevoel ontheemd te zijn voor een belangrijk deel samenhangt met zijn eigenlijke afkomst. In het koffiehuis heeft hij verteld net als de jongen uit het boek een 'onecht' kind te zijn. Van huis uit is hij helemaal geen boerenkind. In 1961 werd hij onder een andere naam in het mondaine badplaatsje Bregenz aan het Bodenmeer geboren uit een hem onbekende moeder. Zij heeft hem daarna afgestaan. Op zijn tweede jaar hebben zijn stiefouders, het kinderloze boerenechtpaar Schneider, hem bij een voogdijvereniging in Feldkirch opgehaald. Sindsdien draagt hij hun naam.

Tijdens een speurtocht naar zijn achtergronden is Schneider er achter gekomen dat het huwelijk van zijn stiefouders, zoals zo vaak op het land, een zuiver verstandshuwelijk was. Zijn vader wilde niet trouwen maar de familie vond dat er een vrouw op een boerderij hoort. Ook zijn adoptie kwam waarschijnlijk voort uit berekening. Zonder kinderen kan in de bergen de oogst niet worden binnengehaald.

Heimelijke liefde

Op de laatste bladzijde van Schlafes Bruder loopt het heimelijk geliefde meisje jaren later langs een beekje met de kinderen die ze inmiddels van een andere man heeft gekregen. 'Moeder wat is dat, liefde?' vraagt de oudste. De vrouw lacht maar geeft geen antwoord. 'Ze kuste hem op zijn glanzende knollenneusje en trok hem de capuchon over zijn hoofd. Want het was weer begonnen te regenen.'

Schneider: “Hoe ouder ik word, des te meer vraag ik me af waarom ik nu juist in dit dorp moest belanden.” We staan stil bij het huis waarin hij, met een kleine onderbreking gedurende zijn studietijd, nu al meer dan dertig jaar woont. De stallen waar twintig jaar geleden de twaalf koeien stonden zijn leeg.

Hij wijst de huizen aan die de laatste jaren, de een na de ander, zijn komen leeg te staan. Hij vertelt dat er in het hele dorp nog maar één boer is, die zo goed en zo kwaad als dat gaat de weilanden bijhoudt. Alle jongeren zijn naar de stad getrokken om zo snel mogelijk hun verleden te vergeten. “Wie uit Meschach komt, wordt geassocieerd met achterlijkheid.”

We lopen langs het huis waar in het boek het geliefde meisje woont, en komen bij het kerkje waar Schneider als jongen, net als de hoofdfiguur uit zijn boek, 's nachts op het orgel speelde.

Schneider heeft weten te voorkomen dat zijn dorp ook het decor werd van de film naar zijn boek. “In het dorp van de Duitse film Heimat is opgenomen komen nu elk jaar 60.000 toeristen naar de locatie kijken.” Voor het decor van Schlafes Bruder is vorig jaar in het Garneradal een heel bergdorp in oude stijl nagebouwd. Terwijl het boek ook in de twintigste eeuw had kunnen spelen en Robert Scheider de historische setting alleen maar koos om wat afstand tegenover zijn hoofdpersoon te scheppen, heeft regisseur Joseph Vilsmaier ten koste van vele miljoenen guldens elke verwijzing naar de twintigste eeuw willen te vermijden. Oude houten huizen uit verschillende Oostenrijkse dorpen werden plank voor plank afgebroken, genummerd en naar het dal vervoerd, waar ze op de set weer plank voor plank werden opgebouwd. Het resultaat moet adembenemend zijn.

Zijn echte ouders kent Schneider nog steeds niet en hij wil ze ook niet meer kennen. “Als ik plotseling mijn echte vader zou zien, zou de magie van het schrijven, mijn verlangen, verloren kunnen gaan. Het onbekende is nu mijn grootste drijfveer. Ik vind het mooi te weten dat ik uit het niets kom en ook weer in het niets verdwijn.”

In zijn nieuwe boek, het volgend voorjaar verschijnende Die Luftgängerin, zal Schneiders verhouding met zijn stiefouders een belangrijke rol spelen. “Waarom heb ik wel een vader en een moeder, maar zijn het niet mijn vrienden? Waarom kan ik geen je en jij tegen hen zeggen?” Het boek vertelt het verhaal van een meisje die haar ziel en haar lichaam aan de verworpenen der aarde geeft: 'een hoer die haar werk doet zonder dat ze smerig wordt'.

“Ik ben opgevoed door boeren, eenvoudige mensen zoals dat heet, maar in werkelijkheid zijn ze helemaal niet eenvoudig. Hun karakters zijn uiterst gecompliceerd. Ik wil dat verder uitzoeken. Ze zijn niet gevormd, hebben geen boeken gelezen. Maar ze hebben wel verlangens. Verlangens waarover ze nooit hebben gesproken.”

Op het hoogste punt van de weg, op de pas, houden we stil om bij een berghut iets te eten. De schrijver wordt onmiddellijk herkend door een ouder echtpaar dat op het terras zit: “Die man ziet er uit als Robert Schneider.” Ze beginnen te lachen als het klopt en beginnen over het boek te vertellen. “Hier onder heeft het zich toch allemaal afgespeeld, niet?” Schneider knikt.

In de verte glinstert de hier nog heel smalle Rijn. Daarachter rijzen de bergen van Zwitserland op. Er woedt een hevig onweer boven de grens. Schneider: “Met mijn puberteit zijn hier de moeilijkheden begonnen. Ik praatte anders dan de anderen. Had meer fantasie dan zij. Ik heb ook altijd veel gelogen. De fantasie ging met mij op de loop. Toen ik hier als kind woonde, was er altijd iets bijzonders met mij, in het negatieve. Ik ben altijd een eenling geweest.”