Genocide enclaves is taboe voor VN; Verhaal vluchtelingen in twijfel getrokken zolang officieel stempel ontbreekt

Wat is er precies gebeurd met de 42.000 inwoners van Srebrenica en wat gebeurt er met de duizenden vluchtelingen uit Zepa?

De vluchtelingen getuigen van systematische moord en verkrachting in de door de Bosnische Serviërs belaagde enclaves, maar de VN weigeren officieel te bevestigen dat zich een genocide afspeelt. Wie heeft gelijk?

De verslagen van gruwelijke misdaden, moorden en verkrachtingen waarmee de vluchtelingen uit Srebrenica vorige week in Tuzla aankwamen, waren zo overtuigend dat eerst Europees Commissaris Emma Bonino en later de Nederlandse minister van ontwikkelingssamenwerking, Pronk, zeiden dat een genocide had plaatsgehad. Maar de VN-gezant in het voormalig Joegoslavië, Yasushi Akashi, zei “niet op de hoogte” te zijn van een volkerenmoord in de enclaves.

Zonder het stempel 'officieel' verkeren de mensonterende verhalen van de vluchtelingen over moord, verminking en verkrachting in het schemergebied tussen gerucht en feit. Gedegen waarheidsvinding is in oorlogsgebied altijd een probleem. Ook over aantallen bestaat verwarring. Spreekt de Bosnische regering van 8.000 vermisten en 1.500 doden, UNPROFOR in Zagreb zegt nog 15.000 vermisten te tellen. Een UNPROFOR-woordvoerder: “Ik heb geen idee waar die mensen zijn gebleven.”

Ooggetuigenverklaringen van betrokkenen zijn niet per definitie betrouwbaar. Volgens de woordvoerder van het oorlogstribunaal, Christian Chartier, wijkt de eerste versie van verklaringen van vluchtelingen vaak af van de uiteindelijke versie. Het verifiëren van een verklaring kost rechercheurs van het tribunaal vaak dagen.

Bovendien staat het belang van de waarnemers ter plaatse volledige openheid in de weg. Zolang er nog levens van VN-soldaten op het spel staan, willen de VN op eigen titel niet van grootschalige wreedheden spreken. De VN-woordvoerders ter plaatse geven de getuigenissen van de vluchtelingen weer, maar willen de verhalen bevestigen noch ontkennen.

Een woordvoerder van de VN in Tuzla legt het dilemma uit: “Als het om de levens van mensen gaat”, zegt hij “moet je voorzichtig zijn met informatie. Natuurlijk moet de wereld weten wat hier aan de hand is, maar wilt u daar de levens van andere mensen voor op het spel zetten? Natuurlijk worden hier mensen vermoord. Maar we moeten nu de levens redden van de VN-soldaten.”

Dat dilemma speelt ook de Nederlandse politiek parten. Minister Van Mierlo (buitenlandse zaken), nog maar nauwelijks bekomen van de schrik dat zijn Franse collega, De Charette, Nederland “medeplichtigheid” aan de etnische zuiveringen in Srebrenica zou hebben verweten, vertelde zijn Europese collega's afgelopen maandag in Brussel dat de teruggekeerde Nederlandse VN-soldaten van alles hadden gezien, maar voorlopig niks konden zeggen.

Zolang er Nederlandse levens op het spel staan, is de erkenning van een genocide in de enclaves taboe. Pronks uitspraak over de “genocide die alsmaar doorgaat” leverde een storm van kritiek op van de Tweede-Kamerfracties van CDA en VVD en van de CNV-vakbond van militairen, de ACOM. Pronk zou met zijn “emotionele” uitspraak de levens van Nederlandse VN'ers in gevaar hebben gebracht. De onlangs uit Srebrenica teruggekeerde Nederlandse VN-soldaten zwijgen over hun ervaringen, totdat hun 307 collega's zondag veilig in Zagreb zijn aangekomen. Nu dat moment naderbij komt, wordt de schroom om het woord 'genocide' te gebruiken al kleiner. De Nederlandse stafchef van het VN-hoofdkwartier in Sarajevo, C. Nicolai, zei gisteren dat er voor het vertrek van de VN'ers geen hindernissen meer zijn en verklaarde prompt dat zich een etnische zuivering afspeelt en dat in de enclaves sprake is van genocide.

Het Rode Kruis verstrekt geen gegevens over aantallen doden en gewonden en gruwelijkheden die ter plekke worden aangetroffen. Een woordvoerder: “Wij hebben het vertrouwen gekregen van de strijdende partijen en verkeren in de bijzondere positie dat wij de gevangenissen mogen bezoeken. Als we met allerlei gegevens naar buiten treden, lopen we het gevaar dat de vertrouwensband wordt geschonden.” Het Haagse tribunaal voor oorlogsmisdaden is ter plekke bezig met een onafhankelijk onderzoek, maar wil daarover geen mededelingen doen. Eerder deze week zond Amnesty International eigen onderzoekers naar de regio, maar de uitkomst van dat onderzoek laat nog op zich wachten.