Geharrewar tussen lezer en schrijver

Neil Jordan: Zonsopgang met zeemonster. Vert. Tinke Davids. Uitg. Van Gennep, 184 blz. Prijs ƒ 34.90

Het zou veel lezers verheugen als er nog eens een tijd komt waarin romanschrijvers geacht worden ieder boek te beginnen met: dit gaat over de volgende hoofdpersonen ... zich bevindende te ... in het jaar ..., en hun probleem is ... Geen medewerking is te verwachten van schrijvers als Neil Jordan die ervan houden om met de deur in huis te vallen.

Het kost een kwartier om te begrijpen wat de scènes met wachttorens betekenen op de eerste pagina's van Zonsopgang met Zeemonster, waarmee de herinneringen aan een Ierse jeugd worden afgewisseld: gevangenschap, Spaanse Burgeroorlog. Terugbladeren dan, en nog eens kijken. Het wordt een moeizaam begin.

Later raakt de lezer thuis in de roman. Er zijn taferelen om aan te blijven denken, bijvoorbeeld over het vissen met haken opgehangen in de branding, waar de hoofdpersoon zijn vader als jongen bij hielp. Er zijn verwachtingen en vervullingen mee te beleven wanneer deze Donal na de dood van zijn moeder pianoles krijg van de jonge vriendin van zijn vader. Nog sterker spreken de zwijgende scènes waarin Donal later zijn verlamde en woordenloze vader geregeld uit wandelen neemt in een rolstoel.

Neil Jordan maakt het zichzelf niet makkelijk. Hij zou niet weten hoe hij dat moest doen, denk ik, en de inspanning waarvan zijn verhaal blijk geeft hoort bij het karakter ervan. Een bezwaar van de gespannen werkwijze is dat hij teveel respect heeft voor elementen die weggehaald hadden moeten worden omdat ze de verbeelding afleiden. Er zijn bijvoorbeeld ponen die 'staartzwiepend vluchtten naar de donkere hoeken waarheen vissen vluchten wanneer ze vluchten' - van 'waarheen' af doen de woorden die zin alleen kwaad. Of 'ik sliep rustig en zonder dromen, een slaap zoals je je die herinnert uit je kindertijd' - maar is rustig slapen iets dat 'je', dat wil zeggen de mens, vooral kent uit zijn kindertijd? Nooit gedacht.

Neil Jordan leent zich niet voor roerloos lezen. Geharrewar tussen lezer en schrijver is onontkoombaar, maar het werk is er niet voor niets. Aan het eind komt de nu overleden vader terug om met zijn zoon herinneringen uit te praten voordat hij verdwijnt in de scherpe avondzon: ongeloofwaardig, maar te duidelijk om onecht te zijn.