Fanatieke schermster nog niet goed genoeg voor wereldtop

DEN HAAG, 21 JULI. Martin van Ophuizen vindt zijn vriendin Indra Angad-Gaur “een winnaar”. Hij is profvoetballer, zij schermster. Samen treurden ze toen zij werd uitgeschakeld bij het wereldkampioenschap in Den Haag. “Ik heb het zelf verpest”, zei Angad-Gaur na haar kansloze 15-3 nederlaag tegen de Italiaanse Diana Biancheda.

Van Ophuizen stond gisteren als een soort begeleider langs de loper. Hij had bij Fortuna van zijn trainer Pim Verbeek twee dagen vrijaf gekregen om zijn vriendin bij te staan. “Dat is het bewijs dat Verbeek aan andere dingen denkt dan de meeste van zijn collega's. Die hadden me zeker niet laten gaan. Maar Verbeek zei: als je vriendin aan het WK meedoet, moet je daar bij zijn.” Zijn vriendin noemt het “goud” van de voetbaltrainer. “Het was voor mij belangrijk dat Martin hier was.” Van Ophuizen miste een oefenwedstrijd en een training van Fortuna. Vandaag heeft hij zich weer gemeld in Sittard.

De voetballer zegt zijn “petje af te nemen” voor de inspanningen van de topschermers. “Wij trainen veel, maar zij nog meer.” Hij schermde zelf ooit eens een kwartiertje met zijn vriendin. “Ik had meteen spierpijn aan mijn bovenbenen.”

De 21-jarige Indra Angad-Gaur, van Hindoestaanse komaf, is nog niet goed genoeg om zich te meten met de internationale top. Ze bengelt ergens rondom de 40ste plaats op de wereldranglijst. Het is moeilijk om als amateur succes te hebben in een sport waarin veel professionals actief zijn. Angad-Gaur, studente maatschappijleer in Rotterdam, is bovendien een eenling in Nederland met haar wapen, floret. Ze traint onder leiding van haar Poolse coach Wezowski met mannelijke collega's om voldoende tegenstand te krijgen.

Ze heeft, zegt haar omgeving, het fanatisme om de top te bereiken. Ze pept zichzelf op door naar de speelfilms van Sylvester Stallone als de ruige boksheld Rocky te kijken. Tijdens toernooien luistert ze naar de filmmuziek. “Ik maak je af”, denkt ze als ze vlak voor een wedstrijd naar haar tegenstandster kijkt. Dat is niet zo aardig, weet ze zelf ook wel. “Maar alleen op die manier kan ik winnen.”

Tegen de Italiaanse Biancheda, de nummer vier op de wereldranglijst, hielp die instelling niet. Pas bij 9-0 maakte ze haar eerste punt. Angad-Gaur wist het niet meer. Bij het tiende punt van haar tegenstandster gaf ze een schreeuw van vertwijfeling. “Ik schermde niet eens zo slecht”, oordeelde ze na afloop. “Ik stak alleen te veel mis. Vaak maar een klein beetje. Het is precisiewerk. Ik zei nog tegen Martin: het is net zoals bij het voetballen. Je mist tien kansen, maar de tegenpartij schopt die ene kans er wel in.”