DICK MEYS (1943-1995); Bankier die het debat koesterde

Dick Meys, de bestuurder van ABN Amro die gistermiddag bij een auto-ongeluk samen met zijn chauffeur om het leven kwam, was een bankier die het debat koesterde. Daarmee onderscheidde hij zich van de meeste van zijn collega's in het bankwezen, die traditioneel gericht zijn op consensus en zich verre houden van het publieke en persoonlijke discours.

Over meer en minder controversiële onderwerpen, van de macht van de banken tot het industriebeleid van de overheid en de concurrentiepositie van de Nederlandse economie, was Meys een bankier die zich uitsprak. “Het is bijna vloeken in de kerk voor iemand die van het ministerie van Financiën komt, maar ik begin ondanks alle bezwaren steeds meer te voelen voor de gedachte van werken met behoud van uitkering, juist ter wille van de arbeidsmoraal”, zei hij vorig jaar in een interview. “Ideaal? Nee, als het kan moet je de markt het werk laten doen, maar dit pakt de markt niet op.”

Om de hete brij heendraaien was niet aan hem besteed. Als commissaris van de Perscombinatie (de Volkrant, Trouw en Het Parool) trok hij in 1988 de consequenties uit het feit dat de aan de krantenredacties gelieerde eigenaren de fusie met de Dagbladunie (NRC Handelsblad, Algemeen Dagblad) verwierpen. Hij had Perscombinatie-topman De Jong gesteund in zijn fusieplannen en met De Jong stapte ook Meys op.

Op de Amsterdamse effectenbeurs, waar hij tot vorig jaar in het dagelijk bestuur zat, was hij de drijvende kracht achter de hervorming van het eeuwenoude handelssysteem. Meys was waarschijnlijk de enige Nederlandse topbankier die op een perslunch kon zeggen dat hij zich verneukt voelde door een paar grote klanten zonder dat de ontboezeming enig opzien baarde.

Hij kwam in het bankwezen terecht na een carrière in de universitaire wereld (wetenschappelijk hoofdmedewerker aan de economische faculteit van de Universiteit van Amsterdam) en in het overheidsapparaat. Hij was van 1977 tot 1980 directeur-generaal van de Rijksbegroting, “tropenjaren” waarin de beleidsambtenaren alle ruimte kregen van de politieke top om het nieuwe bezuinigingsbeleid uit te dragen. Zoals meer mannen van Financiën vertrok Meys daarna naar de financiële sector. Toen vorig jaar verhalen opdoken dat hij een goede liberale kandidaat zou zijn voor het ministerschap van Financiën kon hij zich danig opwinden over zoveel onzin.

Van Financiën ging hij in 1981 naar de Nationale Investeringsbank (NIB), een bank waarvan de overheid grootaandeelhouder was en die op dat moment bekend stond als een stroppenbank. De NIB was het loket van de overheidssteun aan het bedrijfsleven. Meys legde bij de NIB de basis voor een nieuwe, commerciële koers waarvan zijn opvolger, dr A. van der Zwan, de vruchten kon plukken.

Na minder dan drie jaar bij de NIB kreeg hij een plaats aangeboden in de top van de Amro, op dat moment de bank met de grootste portefeuille kredieten aan de Nederlandse industrie. Meys (bij Amro opvolger van Ruding die naar het eerste kabinet Lubbers ging) was bij de Amro de eerste van een nieuwe lichting managers die door topman Nelissen van buiten werden aangetrokken.

Banken bleken taaie instituten, waar Meys mee bleef worstelen. Zeker in zijn nieuwe baan als de verantwoordelijke man voor het Nederlandse kantorennet van ABN Amro, de grootste divisie met zo'n 32.000 werknemers. De omschakeling naar een verkoop- en klantgerichte organisatie was een kwestie van lange adem en kleine stappen. Toen Ajax de Europa cup won, adverteerde sponsor ABN Amro de volgende dag met een gratis Ajax-poster. Misschien geen marketing coup, erkende Meys, maar vijf jaar eerder was er helemaal niets gebeurd.