Deel van Opel-top weg wegens smeergeldaffaire

BONN, 21 JULI. Wegens beschuldigingen dat zij smeergeld en andere gunsten van toeleveranciers en bouwbedrijven hebben aangenomen hebben een lid van de raad van bestuur van Opel en twee leden van de raad van commissarissen hun functies gisteren neergelegd. Vorige week werd bekend dat de Duitse justitie 169 mensen van bouwbedrijven en toeleveranciers en 65 medewerkers van Opel ervan verdenkt dat zij zich schuldig hebben gemaakt aan het betalen van smeergeld of het aannemen daarvan. Het onderzoek gaat terug tot 1990, want oudere gevallen zijn volgens de Duitse strafwetgeving verjaard. Peter Enderle, verantwoordelijk voor de inkoop en produktie, zei gisteren in een spoedvergadering van de Opel-top, dat zijn aftreden geen schuldbekentenis inhoudt, maar een poging his et bedrijf uit de slechte publiciteit te halen. Enderle, die zijn privéhuis gratis zou hebben laten opknappen door een zakenrelatie van Opel, verwacht dat uit justititeel onderzoek zal blijken dat hij zich niet aan enig strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Als dat gebleken is wil hij terugkeren in de raad van bestuur. De afgetreden commissarissen Ferdinand Beickler (een vroegere Opel-chef) en Fritz Lohr lieten zich net zo uit. Opel-topman David Herman en de voorzitter van de raad van commissarissen, Ferdinand Schwenger, prezen het besluit van hun collega's. Zolang het tegendeel niet is bewezen gaan zij ervan uit dat Enderle, Beickler en Lohr onschuldig zijn, zei Schwenger. Het produktiepersoneel en de ondernemingsraad zijn woedend over de schade die de affaire betekent voor Opels reputatie. Zij eisen het ontslag van alle managers die zich aan corrupt gedrag schuldig hebben gemaakt. Herman zei gisteren dat de affaire totnutoe geen gevolgen heeft gehad voor Opels verkoopcijfers. Na berichten over vergelijkbare malversaties elders in het bedrijfsleven (bij Mercedes, VW, Hoechst en BASF) is er in Duitsland een politiek debat ontbrand over verscherping van wetgeving. Niet alleen de SPD en de vakbeweging maar ook de Bondsdagfractie van de CDU/CSU wil de fiscale aftrekbaarheid van dergelijke “bedrijfskosten” laten vervallen. Minister Rexrodt (economische zaken, FDP) en het Verbond van Duitse bedrijven (BDI) zijn daar niet tegen maar zouden zoiets dan in ruimer Europees verband wensen.