De staljongen achter het kamerscherm; Alison Fell schreef subtiele pastiche op elfde-eeuwse biografie

Alison Fell: De kussenjongen van de hofdame Onogoro. Vert. Tinke Davids en Esther Jansma. Uitg. Van Gennep, 253 blz. Prijs ƒ 39,90.

De pastiche is een van de leukste literaire genres. De schrijver kan zich uitleven in een ironisch en liefdevol commentaar op het boek waar zij of hij van houdt. Schrijver en lezer kunnen samen lachen om de grap die met het origineel is uitgehaald. De grap wordt iets ingewikkelder wanneer er een element van mystificatie wordt ingebracht en de schrijver suggereert dat de pastiche eigenlijk een origineel is.

Een van de spelregels van de mystificerende pastiche is dat hij echt moet lijken en dat de auteur benadrukt dat het om een authentiek manuscript gaat. Er hoort dus een wetenschappelijk aandoend voorwoord bij. Ook De kussenjongen van de hofdame Onogoro houdt zich aan dit voorschrift, compleet met verwijzing naar een belangrijk vaktijdschrift. De kussenjongen zou de reconstructie zijn van een oorspronkelijke tekst uit het elfde-eeuwse Japan, vertaald door een gebakken lucht-blazer uit Oxford, ene professor Arye Blower en bewerkt door de Schotse romanschrijfster en dichter Alison Fell.

De pastiche werkt natuurlijk alleen wanneer de lezer vertrouwd is met het oorspronkelijke genre. Niet veel Nederlanders zullen bekend zijn met elfde-eeuwse (auto-)biografische literatuur uit Japan. Vandaar dat een recensent van De kussenjongen er kortgeleden nog vanuit ging dat de roman werkelijk een gereconstrueerde elfde-eeuwse tekst is. Hij staat niet alleen. Een eerbiedwaardige wetenschappelijke boekhandelaar nam de Duitse vertaling van Fells roman op in zijn nieuwste catalogus onder de categorie Studies van Japanse literatuur. Fells mystificatie is zo te zien op een meesterlijke manier gelukt.

De kussenjongen gaat over seks. De naam van de hoofdpersoon alleen al heeft, bewust of onbewust, een erotische lading. De hofdame heeft zichzelf genoemd naar het eiland Onogoro, 'de zelfstremmende', waar de goden Izanagi en Izanami de eerste vrijpartij uit de Japanse geschiedenis hadden.

In lome en zinderende zinnen vertelt Fell hoe de jonge vrouw nog maar net aan het keizerlijk hof is aangekomen en onwennig de wetten van het seksueel en dichterlijk verkeer verkent. 'Die lange slungel' noemt de dichter Izumi haar, om Onogoro vervolgens uit te leggen wat ze kan doen en wat ze beter kan laten. Naar goed gebruik neemt Onogoro een minnaar, een oude generaal. Jammer genoeg zijn zijn liefdesstrategieën niet zo spannend. Hij mist de fantasie en het gevoel voor poëzie om vrouwen te verleiden. Als verlengstuk van deze minnaar besluit zij haar blinde staljongen Oyu te gebruiken. Verstopt achter een kamerscherm fluistert hij Onogoro opwindende sprookjes in het oor. Terwijl de generaal zich op haar lichaam uitslooft, bereikt Onogoro haar hoogtepunten op de zangen van haar blinde kussenjongen. Verteller en luisteraar zijn zo verbonden dat het onvermijdelijk lijkt dat Onogoro en Oyu er uiteindelijk samen vandoor gaan, om zich tot in de eeuwigheid op te sluiten in het levende boek dat Oyu is.

Oyu's verhalen beslaan bijna de helft van de roman. Af en toe lijkt het leven van de hofdame in de hoofdstad niet meer dan een raamwerk voor de vertelkunst van de kussenjongen. Zijn verhalen zijn fantastisch, maar de hoeveelheid seks daarin levert vaak een saaie vertoning op. De lezer zou de penetraties misschien moeten doseren: voor het slapengaan twee à drie. Meer leidt tot bijverschijnselen als immuniteit.

De elfde eeuw is een hoogtepunt in de Japanse literatuurgeschiedenis met meesterwerken als De vertelling van Genji en Het hoofdkussenboek van Sei Shonagon. Bijna al het belangrijke proza en veel van de poëzie werd door hofdames geschreven. Opvallend is dat er van deze vrouwen vrij veel egodocumenten bewaard zijn gebleven. Dit zijn de teksten die Alison Fell heeft gebruikt om de oude Japanse hofcultuur opnieuw leven in te blazen. Anders dan in enige andere cultuur zijn de romans en memoires uit het oude Japan een niet te scheiden mengeling van proza en poëzie. Elke zin, elk verhaal mondt vanzelfsprekend uit in een gedicht. Elk gedicht krijgt natuurlijk een gedicht als antwoord. In Esther Jansma's fraaie vertalingen toont Onogoro zich de ideale hofdichter. Op elk gewenst moment rijgt zij een snoertje parelende klanken, gevat, ontroerend, luchtig en ironisch. Moeiteloos neemt zij haar plaats in tussen de teksten waaruit zij geboren werd.

Een van Fells inspiratiebronnen is Jouw koude hart zwijgt, de memoires van de elfde-eeuwse hofdame en dichter Izumi Shikibu, die net in een Nederlandse vertaling verschenen zijn. Izumi speelt in De kussenjongen een actieve rol als wereldwijze vrouw bij wie jonge hofdames ironische lessen in de liefde kunnen krijgen. Zij is de tweede hoofdpersoon van Fells roman. In haar elfde-eeuwse memoires is Izumi een beginnend dichter, een jonge vrouw die zich emotioneel verstrikt ziet in een relatie met een keizerlijke prins, met alle politieke gevolgen van dien. In De kussenjongen is die rol overgenomen door Onogoro, terwijl Izumi, a sadder and a wiser woman, haar in de oude valstrik ziet lopen die vrouwen laat denken dat er gelijkheid tussen de seksen kan bestaan.

Bij Izumi en andere historische hofdames wordt seks nooit genoemd. Expliciet erotische teksten uit de elfde eeuw zijn op de vingers van een hand te tellen. Wat Izumi ons vertelt is dat een man 's avonds op bezoek komt en een gesprek aanknoopt. De volgende ochtend vroeg verdwijnt hij weer. Wat er in die tussenliggende uren gebeurd is, daar moeten we maar naar raden. Dit gat in de literatuurgeschiedenis heeft Alison Fell nu gedicht. Alles krijgen we voorgeschoteld: karpers die aan schaamlippen sabbelen, afgehakte penissen, groepseks, een keizer die 'zijn keizerlijke climax kleverig (een) vlinderkooi binnen' spuit. Een bonte en onuitputtelijke stoet erotica trekt voorbij.

Ondanks al het onderzoek dat Fell duidelijk heeft verricht laat zij elfde-eeuwse hovelingen dingen doen die, als zij een vrije wil hadden gehad, nooit in hen waren opgekomen, zoals verjaardagen vieren of hun sandalen aanhouden in huis. Maar net als de lezer wordt iedereen in deze roman gemanipuleerd door de auteur, dus hebben hofdames het over shunga wanneer ze erotische plaatjes bedoelen, net alsof ze negentiende-eeuwse Japanners zijn.

Aan dit alles hoeft de lezer zich niet te storen, want uiteindelijk is De kussenjongen meer dan een pastiche Het is een roman over de verantwoordelijkheid lief te hebben, met als moraal dat de liefde het niet zonder poëzie kan stellen. Het woord, zoals Fell een hofdame dichten laat, is belangrijker dan de daad:

Koud als de as

in de stoof

is het bed van de minnaar

die woordeloos is.IVO SMITS