De slimste slechten zijn de baas; Het weerzinwekkende happy end van The Damned

In The Damned, Luchino Visconti's meesterwerk over een rijke Duitse familie en de opkomst van de nazi's, komt een fragment voor dat zelf weer een meesterwerk is: Visconti's versie van de Nacht van de lange messen. “Meter na meter film wordt een tafereel van boerse liederlijkheid opgebouwd en als je denkt dat nu de apotheose van het slempend teutonendom wel is bereikt, weet Visconti er toch nog wat neanderthalervreugd aan te te voegen.”

The Damned van Luchino Visconti is vanaf 27 juli te zien in Rialto, Amsterdam.

Zelden zullen we een gezelschap van zo overtuigende weerzinwekkendheid bij elkaar zien als in Luchino Visconti's The Damned (1969). De Italiaanse en de Duitse titels zijn beter: La Caduta degli Dei en Götterdämmerung, maar ook die dekken de inhoud niet helemaal. Het verhaal behelst de lotgevallen van de fictieve, bijzonder rijke en machtige Duitse familie Von Essenbeck, vergelijkbaar met Krupp von Bohlen und Halbach, en hoe de troonopvolgers in deze dynastie elkaar naar het leven staan terwijl daaraan parallel ook in de politiek intrige en moord niet van de lucht zijn.

Het is in de eerste periode na Hitlers machtsovername. Terwijl in het alleszins voornaam gemeubileerd kasteel de verjaardag van de alleszins aristocratisch uitziende grootvader (Albrecht Schoenhals), onbetwistbaar opperhoofd, wordt gevierd, bereikt de dinerende familie het bericht dat er brand is uitgebroken in de Rijksdag. Met die scène is de grondslag voor het zich ingewikkeld vertakkende drama gelegd. De voor niets deugende erfgenaam Martin (Helmut Berger), seksueel zeer in de war, probeert verkleed als canailleuse jongedame het feest op te vrolijken. De oude houdt een toespraak waarin hij, in het belang van het staalconcern, een beschaafde samenwerking met de nazi's aankondigt, en intussen is het ook al duidelijk geworden dat de kandidaat-opvolgers elkaar naar het leven staan.

Al deze mensen zijn op hun eigen manier zeer slecht, en misschien - als slechtheid in gestandaardiseerde eenheden meetbaar was - zou je tot de conclusie komen dat ze allemaal ongeveer even slecht zijn. Maar slechtheid tout court is niet voldoende om je door het leven te slaan. Er hoort slimheid bij. In deze godenschemering demonstreert Visconti nu hoe het ideale bondgenootschap tot de beste resultaten leidt.

De travestiet blijkt de voornaamste erfgenaam te zijn. Hij wordt lid van de SS, heeft dan al een kind vermoord, en bezegelt op het volgende familiefeestje zijn totale overwinning: hij bevestigt zijn positie als hoofd van het concern. Maar om het zo ver te brengen heeft hij zich de weg moeten laten wijzen door achterneef Aschenbach (Helmut Griem), die in de SS al Oberhauptmann is. Naar de maatstaven die de helden van dit meesterwerk hanteren kun je onder deze omstandigheden van een happy end spreken: de slimste slechtsten zijn de baas.

Het is dan 1934. Ze hebben nog elf jaar voor de boeg. Je kunt je afvragen of de zeer doortrapte Aschenbach slim genoeg zal zijn om het tegen zijn leerling te kunnen bolwerken, of dat hij een adder aan zijn borst heeft gekoesterd. Anders gezegd: de intrige is niet ten einde gesponnen. Maar als je tevreden bent met de diagnose die Visconti inmiddels heeft gesteld is dat eigenlijk een overbodige vraag. Dan gaat het om de variaties in de hiërarchie van de slechtheid, en zo beschouwd is de film een voltooide demonstratie.

Hoogconjunctuur

In 1969 was de belangstelling voor het drama van het nazisme zeer groot. Weldra verschenen nu ook de spraakmakende Hitler-biografieën van Werner Maser en Joachim Fest en het beroemde essay Anmerkungen zu Hitler van Sebastian Haffner. De nazileiders beleefden als fabelachtige schurken een eigenaardige postume hoogconjunctuur. Zonder aan hun verwerpelijkheid te twijfelen liet men zich door de afgronden van misdaad 'fascineren'. Historisch onderzoek leverde bestsellers op. Is in die context ook de film van Visconti ontstaan? We mogen niets uitsluiten.

Het maken van The Damned was in financieel opzicht een waagstuk. Maar de film werd een wereldsucces. Met de inkomsten heeft Visconti zijn volgende, Dood in Venetië gefinancierd.

In deze zin is The Damned op zichzelf een historisch verschijnsel. Het grote publiek laat zich niet meer op de manier van een kwart eeuw geleden 'fascineren'. Over de oorzaken daarvan valt te speculeren. Misschien is het amusement op de televisie zover gevorderd dat het nu in de dagelijkse behoefte aan schurken voorziet; misschien is de authenticiteit van de geschiedenis niet tegen het fameuze infotainment van de nieuwsvoorziening opgewassen. Het kan ook een tijdelijke inzinking zijn, die we dan misschien op rekening van Joegoslavië, Somalië, Rwanda en Burundi moeten schrijven.

Het is dus niet uitgesloten dat Visconti zich in de keuze van dit onderwerp heeft laten beïnvloeden door de tijdgeest van 1969. Maar wie in De Verdoemden aan de geschiedenis ontrukt infotainment verwacht, komt bedrogen uit. Zeker: de heren dragen de bekende pakken en de torenhoge petten, er wordt met de hakken geklapt en uit een ouderwetse radio komt één keer de stem van Hitler en één keer die van Goebbels. Daarmee houdt het bestanddeel historisch infotainment op. Hebzucht, trouweloosheid, berekening zouden zich ook in een andere dan de nazistische context kunnen ontplooien. Destijds heeft de kritiek verwantschap met Macbeth ontdekt.

Etnische studie

De geschiedenis heeft Visconti dus niet als leverancier van waar gebeurde sensatie gediend - met één fraaie uitzondering. Tot degenen die het presidentschap van het staalconcern begeren hoort Konstantin (René Koldehoff), een man die het al ver in de top van het concern heeft gebracht en doordat hij een hoge functie bij de SA heeft, zichzelf in het bezit van de beste papieren acht. Een zeer onbehouwen sujet. Inmiddels weten we hoe het met de SA is afgelopen. De organisatie betwistte Hitler de macht. Bij de Röhm Putsch, genoemd naar de leider Ernst Röhm, werd de top van de organisatie gevangen genomen en gefusilleerd. Die gebeurtenis, bekend geworden als de 'Nacht van de lange messen' is door Visconti aangegrepen om er een meesterwerkje in het meesterwerk van te maken; meer etnische studie dan drama. Althans, je zou dit fragment, op de ontknoping na, gemakkelijk als een zelfstandig filmpje kunnen vertonen.

De SA viert feest aan de Wiessee. Daar wordt eerst bier gedronken, dan bier gehesen, dan gegoten. Er wordt gezongen, gebruld en uiteindelijk gelald. In het begin wordt een dienster een beetje lastiggevallen, maar al vlug beginnen de heren elkaar te grijpen. Meter na meter film wordt daar een tafereel van boerse liederlijkheid opgebouwd en als je denkt dat nu de apotheose van het slempend teutonendom wel is bereikt, weet Visconti er toch nog wat neanderthalervreugd aan te te voegen. Meeslepend in weerzinwekkendheid.

Dit, dacht ik terwijl ik met een mengsel van instemming en verbazing zat te kijken, is een voorbeeld van pure arbeidsvreugd. Wat zullen die Italianen een plezier hebben gehad terwijl hun honderden figuranten zich in het zweet werkten. Zelfs schoot me even te binnen dat dit weleens een late wraak voor Mussolini zou kunnen zijn, maar die gedachte heb ik weer van me afgezet. De ontknoping is bekend: een bloedbad, ook knap gefilmd, maar dan zijn we weer terug: uit de etnologie in de intrige van het eigenlijke drama.

Er is nog zo'n episode van cineastische arbeidsvreugd, hoewel volstrekt anders: geladen met sombere poëzie. Dat is de begrafenis van de oude vader. De route van de begrafenisstoet loopt van het sterfhuis via het emplacement van de fabrieken, langs de ijzergieterij met op de achtergrond de koeltorens, naar het kerkhof. Het regent. De laatste tocht van een grootindustrieel. Marche funèbre. Daar wordt meer dan een machtig man ter aarde besteld; een staat, een systeem, een beschaving verdwijnen in de donkere middag. De hypochonder, liever, de ondergangsfilosoof in ons allen, wordt op zijn wenken bediend.

Chique corruptie

Nu, 25 jaar later, blijft de film een eenheid maar vallen onder ons post-ideologisch oog drie stukken te onderscheiden. Daar is ten eerste de historische politieke context: het aarzelend pact tussen het afbrokkelend, aristocratisch fatsoen van het oude kapitaal en de oprukkende totalitaire gangsterbende. Het is de geboorte van een politiek-militair-industrieel complex dat als het Duizendjarig Rijk ten onder gaat. Het einde van de ideologie, van de geschiedenis en de slijtage van de nationale staat, gecombineerd met de democratisering en de triomf van de vrije markt heeft die situatie achterhaald. In dit opzicht is The Damned een historisch drama: voltooide geschiedenis. Dit soort oud fatsoen, hoe wankel ook - de chique corruptie - bestaat niet meer.

Ten tweede de algemeen menselijke, de al te menselijke verwikkelingen. Zoals gezegd: alle personen die er in het verhaal toe doen, worden bewogen door troebele motieven. Dikwijls zijn ze er treurig aan toe. Martin en zijn moeder veroorloven zich meer vrijheden dan die waardoor Oedipus onsterfelijk is geworden. Hij krijgt niet de gelegenheid zijn vader te vermoorden want die is al dood. Zijn grootvader sterft aan het begin van de film, en dan behelpt hij zich met de minnaar van zijn moeder, ook omdat die hem in het concern hiërarchisch in de weg staat. De tragiek komt voortdurend voort uit een veelheid van oorzaken. Die zijn niet typisch voor het Duitsland van 1933 maar klassiek. Tenslotte is er dan de vlijmscherpe zedenvertelling. Dit alles bij elkaar maakt de film briljant, niet als tijdsdocument, geëngageerde of historische vertelling maar als onafhankelijk kunstwerk.