De onweerstaanbare Ierse; Het magische model van James Whistler en Gustave Courbet

De Ierse Joanna Hiffernan werd als model ontdekt door de schilder James Whistler die verliefd op haar werd en een aantal bekende portretten van haar schilderde. Maar terwijl Whistler in Chili zat om tegen de Spanjaarden te vechten, trok Joanne naar Frankrijk. Daar poseerde ze voor de schilder Courbet, die het portret maakte dat haar nu nog steeds wereldfaam bezorgt.

'De oorsprong van de wereld', Courbet-zaal, Musée d'Orsay, Parijs. Dag. 10-18 u, zo 9-18u, di 10-21u. Ma. gesloten. In het Musée d'Orsay zijn verkrijgbaar: G. Courbet, Nouvelles Editions Françaises, Parijs, 1981; Prijs 100 frank. Whistler 1834-1903; Catalogus bij het overzicht van deze schilder dat nog t/m 19 aug in de National Gallery of Art van Washington is te zien. Prijs 290 frank.

Op 2 februari 1866 ging de schilder James Whistler (1834-1903) in Southampton aan boord van een schip met bestemming Valparaíso. Hij was Amerikaan, had op de militaire academie van West Point gezeten en wilde aan de kant van de Chilenen tegen Spanje vechten. Net als de andere avonturiers op de boot wist hij nog niet hoe hij dat moest aanpakken. Zijn schildersspullen gingen in elk geval mee.

Whistler kwam op 12 maart in de Chileense havenstad aan. Twee weken later verklaarden de Spanjaarden dat hun vloot alle paleizen, huizen en hutten binnen het bereik van hun kanonnen zou vernietigen. In de baai van Valparaíso lagen ook Engelse en Amerikaanse oorlogsschepen. De twee landen hadden gedreigd de vloot op te blazen, maar ze waren niet officieel in staat van oorlog met Spanje en trokken zich terug.

Op 31 maart begon de aanval. De Chileense regering had opdracht gegeven geen tegenstand te bieden. Samen met wat notabelen vluchtte Whistler te paard de heuvels om Valparaíso in. Kort na het bombardement op de zwaar getroffen stad werden de vijandelijkheden gestaakt. Whistler hoefde niet te vechten, schilderde gewoon door en keerde in september '66 naar Engeland terug met enkele dromerige havengezichten die om hun lichtval en kleur werden geprezen.

Voor het komende verhaal moet hij nog even in Chili blijven. Het gaat niet om zijn voorgenomen heldenmoed maar om het onvoltooide werk dat hij op weg naar Valparaíso in Europa achter liet.

In het begin van de jaren zestig was Whistler verliefd geworden op Joanna Hiffernan, een jonge Ierse die bekoorlijk en intelligent was. Zij werd z'n minnares en belangrijkste model. Dit voorjaar werd in het Musée d'Orsay een groot overzicht van Whistlers werk gehouden en de schilderijen van Jo, zoals zij kortweg werd genoemd, waren het mooist.

Symphony in White is de geuzennaam van de twee voorstellingen - uit 1862 en '64 - waarop ze geheel in wit gekleed gaat. In die jaren baarden de doeken veel opzien en ze werden door de salons geweigerd. Whistler schilderde geen verhaaltje, alleen Jo's verstilde gezicht en de lichte ruwsels van haar jurk. Hij kreeg bijval van Baudelaire en Manet, maar wie de witte vrouw nu bekijkt gaat voorbij aan al die ruzies en ziet alleen nog hoe vervuld Whistler van z'n grote liefde was.

Vlak voor z'n plotselinge vertrek naar Valparaíso maakte hij een testament met Joanna Hiffernan als enige begunstigde. Ze komt ook voor op de derde witte symfonie. Het zou een schilderij van twee vrouwen worden, links Joanna, liggend op een bank, en rechts op de grond Milly Jones, een beroepsmodel, met haar rechterarm op de zitting. Whistler was eind '65 met het doek begonnen, maar moest het door die reis naar Chili zeven maanden laten rusten.

Vrije vlucht

Wat vond Gustave Courbet (1819-1877) van de witte voorstellingen? Met deze sombere realist was Whistler in 1858 bevriend geraakt. De vijftien jaar oudere Fransman zag de Amerikaan als zijn leerling. Toch kan het hem niet zijn ontgaan dat Whistler steeds lichter ging schilderen, z'n onderwerp niet meer wilde verankeren, maar het eerder betrapte in een vrije vlucht.

In het najaar van 1865 waren ze samen in Trouville, een kustplaats in Normandië. Daar schilderde Whistler z'n meester aan het strand. Een grote lap geel, het blauw van de zee, de hoge horizon en dan de lucht in allerlei tinten. Courbet ziet eruit als een poppetje dat keurig langs de lijntjes is uitgeknipt om het een ironische plaats te geven. Z'n blik is gericht op de scheiding tussen zee en lucht. Die door z'n eigen leerling te hoog geplaatste horizon was in de ogen van Courbet een blasfemie.

Whistler vond het niet erg dat het seizoen al voorbij was. Hij schreef dat de indrukken van de zee en de lucht zelfs mooier waren dan in de zomer. Joanna Hiffernan was er ook. Gustave Courbet had haar witte gestalte half kritisch een spiritistische verschijning genoemd. In Trouville raakte hij zo van haar onder de indruk dat hij vroeg of ze meteen voor hem wilde poseren. Jo, la belle Irlandaise noemde hij een portret. Het laat het aangenaam vermoeide gezicht, de schouders en de beweeglijke handen van de mooie Ierse zien. Jo kijkt in een kleine spiegel en trekt aan een streng van haar roodbruine haren. Ze ziet er veel sensueler uit dan op de witte symfonieën.

'Herinner je je Trouville nog, hoe Jo om ons te vermaken de clown uithing en dan die avond waarop ze zo prachtig Ierse liedjes zong?' schreef Courbet twaalf jaar later aan Whistler.

Het jaar 1866 was voor de maître van Ornans, een dorp aan het riviertje de Loue in de Doubs, buitengewoon produktief. Hij schilderde veel naakten die niet onopgemerkt bleven.

Een slapende nimf aan het water, de benen in slordig geplooide lakens gehuld.

Een vrouw ligt op een groene bank. De vingertoppen van haar rechterhand raken een dij. Op de drie middelste vingers van de andere hand zit een papegaai met gespreide vleugels, ze kijkt naar hem op.

Het ontwaken heet een ander schilderij. Het wordt ook wel Venus en Psyche genoemd. Een vrouw houdt een rode roos boven het gezicht van een slapende vriendin en laat de blaadjes van de bloem op haar gezicht neerdwarrelen.

Toen de Turkse diplomaat Khalil Bey over het bestaan van deze twee laatste naakte vriendinnen hoorde probeerde hij het doek van Courbet te kopen. Het in 1862 voltooide Turkse bad van Jean Auguste Dominique Ingres met wel twintig naakten hoorde ook tot zijn verzameling.

Courbet weigerde maar hij wilde voor de Turk met alle genoegen een nog veel beter schilderij maken. Misschien werd het onderwerp van te voren besproken. Khalil Bey ging hoe dan ook grif op het aanbod in.

Leermeester

Toen Whistler in het verre Zuid-Amerika de kant van de Chilenen koos reisde Joanna Hiffernan van Londen naar Parijs. Had ze in Trouville na die eerste portretten al met de leermeester van haar vriend afgesproken om nog eens voor hem te poseren? Niet meer na te gaan hoe het is verlopen. In de stad waar Whistler z'n eerste witte symfonie schilderde werd Jo hoe dan ook een model van Courbet.

Het schilderij De slaap heet ook wel De twee vriendinnen of De slaapsters of Luiheid en wellust. Het veroorzaakte in Parijs nog meer opschudding dan De vrouw met de papegaai en Venus en Psyche.

Op een bed slapen twee vriendinnen in elkaars armen. Een donkere vrouw ligt op haar rug en heeft een been om de heup van de ander geslagen. Jo heeft blondrossig haar, ligt op haar zij tegen de donkere vriendin aan en rust met haar hoofd op de linker schouder van haar beminde. Haar lippen raken net niet de huid.

Was het haar van Jo nu blondrossig of roodbruin, zoals Whistler en ook Courbet het eerst hadden geschilderd? 't Is het een of het ander, daar kan geen verschil van opvatting over bestaan. Courbet veranderde meer aan Jo. Op dat bed trok hij haar de eerste helft van de negentiende eeuw in terwijl ze op Whistlers witte symfonieën nu net aan die zwaarte was ontkomen en zelfs vooruit liep op de vluchtige ogenblikken van het impressionisme.

Het doek voor Khalil Bey verspreidt meer licht dan Courbets donkere wouden, hoe kan het anders met die twee huiden. Toch lijkt het of hij, misschien om het geld, in grote haast aan zijn opdracht heeft gewerkt. Vooral de benen zijn een rommeltje, net of hij door die verstrengeling van ledematen niet meer wist hoe een kuit of een dij moest worden geschilderd.

De twee vriendinnen hangt tegenwoordig in Le Petit Palais te Parijs. Khalil Bey was er zo tevreden over, dat Courbet nog een opdracht van hem kreeg. Het werd het portret van één vrouw en van dat werk was tot nu toe alleen een foto beschikbaar. Een monografie van Courbet uit 1981 zegt dat het doek waarschijnlijk is vernietigd en als het nog bestaat moet het om het buitenissige onderwerp voorgoed uit het zicht zijn verdwenen.

Verhullend kistje

Dit jaar kwam het weer tevoorschijn. Het was op doortocht geweest en via allerlei verzamelingen in het bezit gekomen van de Franse psycho-analyticus Jacques Lacan. Na zijn dood bleef het in zijn familie. Toen dit jaar een andere Lacan stierf verviel het schilderij om de successie-rechten te delgen aan de Franse staat.

Wat schilderde hij voor z'n Turkse verzamelaar? De oorsprong van de wereld, zo noemde hij de voorstelling, die door weinig van zijn tijdgenoten is gezien. Voor het doek van zesenveertig bij vijfenvijftig centimeter werd op verzoek van Khalil Bey een verhullend kistje ontworpen. Op het deksel moet Courbet een sneeuwlandschap met een kerk of een kasteel hebben geschilderd.

Maxime du Camp was een van de weinige ooggetuigen van het doek voor het in dat kistje verdween. Hij vond het wel goed geschilderd en toch een beetje krampachtig. Het was voor Du Camp onbegrijpelijk dat een handwerksman als Courbet, die dit portret toch naar de natuur had geschilderd, zoveel lichaamsdelen was vergeten. Geen voeten, benen of kuiten, geen buik, heupen of borst, geen handen, armen of schouders, geen nek en zelfs geen hoofd.

Na De twee vriendinnen poseerde Joanna Hiffernan voor Courbet met gespreide benen. Dat portret is tussen een vis, een bos, een begrafenis, een atelier, een badende vrouw en andere voorstellingen na honderddertig jaar in de Courbet-zaal van het Musée d'Orsay voorgoed openbaar geworden. Het doek is zo populair dat alle reprodukties binnen een paar weken waren uitverkocht.

Het publiek nadert het schilderij schroomvallig en spreekt er half-ironisch over, net als Maxime du Camp, alsof het onderwerp nog steeds taboe is. Het is pas werkelijk ironisch dat Whistlers Joanna, keurig zo niet zedig in het wit gekleed, een paar maanden eerder in hetzelfde museum was te zien.

Maxime du Camps terzijde is niet scherp. Het blijft de klassieke reactie van iemand die een onbegrepen kunstwerk met goedkope praatjes degradeert tot een prul om zo het publiek dat geen enkele gril waardeert aan zijn zijde te krijgen.

Courbet schilderde wel degelijk de buik van Joanna, de aanzet van de heupen en de borsten waarover de schaduw valt van dat hoog opgetrokken hemd. Du Camps opsomming wordt nog zwakker als je ziet wat Courbet wel heeft afgebeeld.

Het is een wemeling van eerste indrukken.

De voorzijde van de billen. Een huidplooi bij de rechter dij en een flauwe boog bij de andere dij, daar is de huid gespannen, het linker been is veel verder gespreid.

Het schemerige aderveld op de dijen, met enkele toetsen wit en blauw.

Het haar lijkt op zoveel punten te stoppen, nee, even verder gaat er toch nog een plukje door, geen vaste grens is er voor dit gebied te vinden.

De onzichtbare armen die het aan de huid rakende hemd misschien toch nog over het hoofd zullen trekken.

Naast de binnenkant van een dij een vrij gekomen reep witte huid die in een plooi zou verdwijnen als Joanna haar knie optrekt.

De stand van het bovenlijf dat licht ingaat tegen de voorgenomen draai van het bekken, of het model net nog niet heeft beslist hoe het wil gaan liggen.

Vergeleken met De twee vriendinnen is De oorsprong van de wereld een meesterwerk. Er valt geen spoor van haast te bekennen. Jo moet tientallen malen voor Courbet hebben geposeerd. Het duurt even voor je alleen voor het schilderij kunt staan maar het wachten wordt beloond. Bij een derde bezoek aan de Courbet-zaal gaf het z'n grootste geheim prijs.

Joanna Hiffernan ligt niet recht voor de beschouwer op het bed. Hij ziet haar schuin van boven. Het lijf heeft op het doek de vorm van een diagonaal. Het is of iemand links van je, dertig, veertig centimeter van je vandaan, Courbet, een vriendin, Whistler of misschien wel Khalil Bey, pas het werkelijke uitzicht op Joanna is gegund.

Courbets groteske brutaliteit wordt gevoed door het slimme standpunt dat hij ten opzichte van het model inneemt. Van iedere bezoeker maakt hij een medeplichtige. Wie tussen de open schaamlippen wil kijken moet een paar stappen naar links doen. Dat verhoogt het gevoel een voyeur te zijn. Of je draait het hoofd naar links, dat kan ook, zo'n steelse roddelbeweging om iets te zien wat niet voor jou is bestemd, hoe onmiskenbaar de oorsprong van de wereld ook wordt getoond.

Lange haren

Toen Whistler in september '66 met die zeegezichten uit Valparaíso naar Engeland terugkeerde hervatte hij het werk aan de derde witte symfonie. Jo was ook weer in Londen en samen met Milly Jones zal ze nog wel een paar keer voor het schilderij hebben geposeerd. Ze draagt dezelfde witte jurk als op de tweede symfonie en ondersteunt met een arm haar hoofd. De lange haren zijn dit keer lichtrood, net of Whistler en Courbet maar geen greep op de werkelijke kleur konden krijgen.

Niet bekend

James NcNeill Whistler stierf op 17 juli 1903 in Londen. De Amerikaanse verzamelaar Charles Freer ontving de bezoekers die aan de opgebaarde schilder de laatste eer wilden bewijzen. Tussen hen ontdekte hij ook een vrouw die haar voile opsloeg. Hij begreep meteen dat het Joanna was. Het dikke nog altijd krullende haar begon grijs te worden. Ze bleef meer dan een uur bij de doodskist staan. Volgens Freer droeg ze mooie kleren en kon je zien dat het haar goed was gegaan.

Joanna Hiffernan is over de hele wereld verspreid geraakt. De drie witte symfonieën hangen in Washington, Londen en Birmingham. Courbets La belle Irlandaise is in het Nationalmuseum van Stockholm terechtgekomen. Tekeningen die Whistler van haar maakte zijn in het bezit van musea in New York, Williamstown en Glasgow.

Tijdgenoten prezen haar gevoel voor humor. Misschien zou ze er om hebben gelachen als ze wist dat haar postume roem door een lang verborgen schilderij onaantastbaar werd.

Van een Ierse die mooi kon zingen heeft de negentiende eeuw eindelijk een kut gekregen.