De nieuwe toverdozen

'Als ergens een alternatief schuilt voor de klassieke - analoge, lineaire en causale - manier van schrijven, dan is het in de nieuwe media, daar is Möring van overtuigd. “Misschien vinden ze wel een oplossing voor het rigide karakter van een literaire tekst. Want dat is het probleem waar we nu mee zitten. Ik merk het ook aan collega's. Experimenten met nieuwe vormen zijn er eigenlijk niet.” ' Ik citeer uit een gesprek van Nicoline Baartman met de romancier.

Ik heb me altijd wel - hoe zal ik het zeggen - senang gevoeld in de analoge, lineaire en causale manier van schrijven. Het vraagstuk dat ik goed ken is een ander. Ik begrijp niet dat hetgeen ik duidelijk in mijn hoofd heb, niet zo lineair en rigide op papier wil komen als ik het me voorstel. Het raadsel van het schrijven, dunkt mij, is dat we de hersenmachine waarmee we zinnen en boeken schrijven, niet voldoende aan onze wil kunnen onderwerpen. Al te vaak moet ik maar afwachten wat er als resultaat van een reeks kortsluitingen -tussen zintuigen en hersenen, tussen het hersenarchief en de formuleermachine, tussen deze machine en mijn twee tikvingers - op beeldscherm of papier verschijnt. Na een halve eeuw intensieve praktijk heb ik dit lineaire, analoge en soms causale nog niet eens goed onder de knie. Maar ik besef dat er meer tussen hemel en aarde is dan dit probleem waarmee ik overigens niet 'zit'. Ik sluit niet uit dat de hersenmachine met haar grondstoffen uit de waarneming en het geheugen heel andere dingen tevoorschijn zal kunnen toveren dan de lineaire enzovoort. Misschien gaat het er alleen om te wennen aan het nieuwe gereedschap van de multimedia, zoals de Egyptenaren per slot van rekening ook niet een twee drie de beste techniek voor hun hamers, beitels en vlakgeschuurde stenen hebben ontwikkeld.

Het vraagstuk van de multimedia is niet dat ze teveel beloven maar dat er teveel wordt geadverteerd, kabaal gemaakt met het veelbelovende waarvan niemand nog goed weet wat het inhoudt zodat iedere scepticus bij voorbaat kan zeggen: Huh! Is dat nou je veelbelovende? Iedereen die zich bij zijn twijfel laat inspireren door aan de praktijk van het beproefd verleden ontleende vooroordelen, heeft bij voorbaat gelijk. Het onverklaarde is niets anders dan hetgeen nog niet is verklaard - dat was een geloofsartikel van de Verlichting. Met het onvoorstelbare is het nog moeilijker omdat wat men zich gaat voorstellen altijd een nieuwe combinatie is van elementen uit het bekende. Aan het miraculeuze ogenblik waarop het onvoorstelbare in de kunst tot werkelijkheid is geworden gaat een ander vooraf: de fractie van het ogenblik waarop het brein zijn eigenaar met een nieuwe combinatie van bekende elementen verrast. Dit allemaal volgens mijn zelfgemaakte empirische filosofie van de koude grond.

De korte geschiedenis van de bruikbaarheid der multimedia is tot dusver voor een deel de geschiedenis van nieuwe vooroordelen versus nieuwe opgetogenheid. Om deze stelling te verduidelijken geef ik een voorbeeld uit mijn praktijk. Ik had een vooroordeel tegen de opera. Misschien valt het te herleiden tot mijn ervaring met een buurman die een liefhebber was en die op regenachtige zondagmorgens een 78-toerenplaat met een opera afdraaide. Als er op zo'n ochtend een aria door de muur kwam terwijl ik naar de stille natte straat keek, dacht ik: hier valt niet meer te leven. Opera was de hel in een natte buitenwijk op zondagochtend.

Toen kwam ik in gezelschap van een oudere en wijze Amerikaanse collega toevallig in Milaan. Onze gastheer gaf ons twee kaartjes voor de Scala waar Aïda op het programma stond. Op gedempte toon zei ik tegen mijn collega dat ik niet veel zin had in zo'n avondje benauwd vermaak. Hij keek verbaasd. “Opera,” zei hij, “is de enige kunst die beslag legt op al je zintuigen. It is an art only to be compared to illustrated pornography.” We gingen naar de Scala, zaten in de loge en ik viel van de ene verbazing in de andere. Er kwam een olifant het toneel op, ik vond het prachtig. Ik begon zelfs anders over mijn oude buurman te denken. Misschien was het luisteren naar opera's wel zijn manier om aan de natte straat van zondagochtend te ontsnappen.

De westelijke beschaving heeft het langer zonder opera gesteld dan mèt. Verplaatsen we ons in de toestand van het publiek, 401 jaar geleden, toen Jacopo Peri in Florence de eerste opera ter wereld, Dafne, ten tonele bracht. Is dat niet een sensatie geweest vergelijkbaar met die welke nu door een goed samengestelde multimedia cd-rom wordt veroorzaakt? Opnieuw: je beleeft een soort tegendeel van wat we 'het horen en zien vergaat ons' noemen.

Ik weet het zeker: de multimedia zijn een revolutionaire uitvinding, als gereedschap en vorm. Het misverstand is dat iedereen, gegeven het nieuwe gereedschap en de nieuwe vorm, daarmee ook op een ongekende manier zal kunnen toveren. Voor dit laatste heb je echte tovenaars nodig en die worden het ook niet zomaar. Jaren moeten ze oefenen voor ze er iets van kunnen.

    • H.J.A. Hofland