De Europeaan als olifant

M.G. Vassanji: The Book of Secrets. Uitg. Macmillan, 340 blz. ƒ 47,20

M.G. Vassanji is een Canadese schrijver die geboren werd in Kenia en opgroeide in Tanzania. Zijn derde roman, The Book of Secrets, situeerde hij net als de rest van zijn werk in zijn land van herkomst, Oost-Afrika. Misschien verwerft hij met deze roman meer bekendheid in Europa dan met zijn vorigen, want The Book of Secrets speelt zich grotendeels af ten tijde van de Eerste Wereldoorlog, toen het Britse Kenia en het Duitse Tanzania zich opeens met elkaar in oorlog bevonden, omdat in Europa de strijd tussen hun moederlanden was ontbrand.

'Waar twee olifanten vechten, daar lijdt het gras' zegt een spreekwoord in het Swahili. Dat is ook de hoofdstrekking van The Book of Secrets, hoewel de 'olifanten' wel iets minder log en vooral de begroeiing eronder veelzijdiger geschilderd zijn. De stijl van Vassanji's roman is adequaat, de opbouw niet ongeraffineerd, maar het gaat er hier hoofdzakelijk om of de lezer zin heeft zich lekker te laten meevoeren op de stroom van het verhaal. Dat wordt verteld door een te laat gepensioneerde geschiedenisleraar in Oost-Afrika, een van de talloze Indiase immigranten die daar een bestaan wisten op te bouwen. Europeanen - zo verschillend als de Duitsers en de Britten - Afrikanen en Indiërs; 'and never the three or four shall meet' om iets te variëren op Kipling. Van diens 'white man's burden' is ook veel terug te vinden in dit boek, maar niet overdreven veel omdat het geschreven werd vanuit Afrikaanse en Indiase perspectieven. De witte Europeanen zijn hier olifanten.

Het boek vol geheimen waar de titel naar verwijst is een dagboek van een Engelse bestuurder dat gestolen wordt door een adembenemend mooie vrouw die hij in huis neemt na haar gered te hebben van duivelsuitdrijvingsrituelen in haar familiekring. De Afrikaanse man die haar daarna trouwt - maar ook wan-trouwt - spioneert voor de Duitsers én de Britten en vindt op een dag zijn vrouw, dan al moeder van een blonde (!) zoon, vermoord thuis. De oude geschiedenisleraar krijgt in 1988 het dagboek in handen, dat de vreemdste omzwervingen heeft gemaakt en zelfs jarenlang op een altaar de geest van de vermoorde vrouw heeft belichaamd. De roman bestaat uit stukjes dagboek, brieven, bevindingen van de speurende leraar, en het levensverhaal van de Afrikaanse spion en kruidenier die tot lang na zijn leven de geheimen van zijn mooie en vermoorde vrouw met zich meetorste. Toch is het meest interessante 'personage' in deze roman een kleine dorpje, op de grens van Engels en Duits Oost-Afrika, waar een paar van de belangrijkste moderne westerse problemen in de koloniale tijd hun wortels vormden.