Berlijn verlangt terug naar zijn muren; De wording van de nieuwe Duitse hoofdstad

Bondskanselier Kohl heeft er zelf voor gezorgd dat voor de nieuwe kanselarij in Berlijn het ontwerp van Axel Schultes werd uitverkoren. Schultes moderne architectuur is atypisch voor de nieuwbouw in de Duitse hoofdstad. “Berlijn vervalt in een gemakkelijk dogmatisme,” zegt Schultes.

Het architectenbureau van Torsten Krüger zit verscholen op de tweede etage van het derde binnenhof aan een onmiskenbaar oostberlijnse straat. Totdat de twintig medewerkers zich hier vestigden werden er bankstellen gestoffeerd. Maar binnen, tussen de glazen wanden, houten tafels en perspex en messing maquettes, herinnert niets meer aan dat nog zo recente verleden. Krüger (32) en zijn compagnons Christiane Schuberth en Bertram Vandreike, ook begin dertig, hebben als een van de weinige voormalige Oostduitse bureaus bij de hereniging welgevaren. Sinds de oprichting in 1990 hebben ze razendsnel bekendheid verworven, aan prijsvragen deelgenomen, prijzen gewonnen en hun eerste gebouwen gerealiseerd.

Eind vorige maand echter ontglipte hen de mooiste opdracht van allemaal. Bijna hadden ze de nieuwe kanselarij in Berlijn mogen bouwen. Die zal vlak bij de Rijksdag verrijzen in een nieuwe regeringswijk in de boog van de rivier de Spree. Een internationale jury gaf KSV vorig jaar een gedeelde eerste prijs voor hun ontwerp. Helmut Kohl en zijn adviseurs hebben ten slotte gekozen voor het andere winnende ontwerp, dat is gemaakt door Axel Schultes (52), die ook het stedebouwkundig plan voor dit Regierungsviertel ontwierp.

De kanselarij en het Spreebogen-plan zijn krachtige symbolen, niet alleen van het verenigde Duitsland dat vanaf begin volgende eeuw vanuit Berlijn zal worden bestuurd maar ook van de transformatie die de stad zelf doormaakt. De nieuwe overheidsgebouwen zijn tekens van de verhoudingen tussen volk en staat, tussen kanselier en parlement. Bovendien heeft het gebied een zware historische lading: hier hadden Hitler en Speer een ontzagwekkende noord-zuid as gepland, met aan een van de uiteinden een Volkshal voor bijeenkomsten van driehonderdduizend mensen.

De keuze van de architect voor de kanselarij was politiek beladen. Naar verluidt had Kohl het zelf aantrekkelijk gevonden om de opdracht te gunnen aan een jong, voormalig oostduits bureau, maar algemeen werd erkend dat het ontwerp van de gevestigde 52-jarige westduitser Axel Schultes, dat hij zelf 'een verzoenende kracht' noemt, beter was.

Met deze keuze weken Kohl en zijn adviseurs af van de lijn die bij de wederopbouw van de stad grotendeels wordt gevolgd, die van de 'kritische reconstructie'. Het nieuwe machtscentrum moest niet een al te letterlijke zichtbare voortzetting van de historie zijn, maar een modern aanzien krijgen.

Zuilen

Torsten Krüger en zijn compagnons hebben alle drie in Weimar gestudeerd; de ongeveer twintig medewerkers van het bureau komen uit acht landen, waaronder Nederland. “Tachtig procent van de architecten in Duitsland doen nu de grote voorbeelden zoals Günther Behnisch en Hans Kollhoff na,” zegt hij. “Wij hebben een andere achtergrond en daardoor de afstand om te zeggen: waarom moet dat zo?” Ze zijn mede daarom sinds de hereniging vaak uitgenodigd om aan prijsvragen mee te doen, een systeem dat vooral in Denemarken, Nederland en Duitsland gebruikelijk is en jonge architecten de kans biedt hun werk te tonen en zo aan opdrachten te komen.

Het eerste gerealiseerde project van KSV behelsde sociale woningbouw in Potsdam, dat tot 1989 net achter de Muur lag. In 1991 ontwierpen ze voor dezelfde stad een ambitieus nieuw regeringscentrum voor Potsdam en de deelstaat Brandenburg, schuin tegenover Schinkels Nicolaikirche, met een parlementsgebouw, een theater en een museum voor Duitse geschiedenis. Binnenkort begint de bouw, eveneens in Potsdam, van de Willemsgalerie, een blok winkels en kantoren met binnen een ruime hal en passages en buiten arcades. De arcades herinneren aan hun plan voor het Kanzleramt. Krüger: “Een van de opgaven was, vond ik, om een façade te maken die van tien, maar ook van driehonderd meter afstand zeggingskracht heeft. Daarom ligt de eigenlijke gevel van glas verzonken achter dubbelhoge rijen smalle kolommen. Zo krijgt het hoofdgebouw en de vier vleugels eromheen zowel diepte als doorzichtigheid.”

Critici bespeuren in het werk van KSV, behalve talent, een hang naar het imponerende neo-classicisme van Berlijnse bekendste architect uit de negentiende eeuw, Karl-Friedrich Schinkel. De Nederlandse architect Kees Christiaanse, die een paar jaar geleden samen met onder andere KSV deelnam aan een workshop in Potsdam, herinnert zich dat zij - zonder ironie - hun gebouw met vier beelden tooiden in wat hij een 'socialistisch-realistische' stijl noemt.

Gedachtenstreep

Axel Schultes omschrijft zijn ontwerp voor de nieuwe regeringswijk, een anderhalve kilometer lange strook die aan weerskanten de Spree oversteekt, als 'een gedachtenstreep'. Het opvallendste gebouw zal het veertig meter hoge Kanzleramt zijn, met een court d'honneur, een grote ontvangsthal en een park. De grote ronde openingen in de gevels hebben nu al de bijnaam 'de ogen van de kanselier', het gebouw zelf wordt met wat minder clementie 'de wasmachine' genoemd. Ten oosten daarvan zijn nieuwe gebouwen voor de Bondsdag voorzien (de Rijksdag zal na de renovatie door Sir Norman Foster de plenaire vergaderzaal huisvesten) en een Bürgerforum, met daarin een auditorium en ruimtes voor een tentoonstelling over Duitslands geschiedenis en de Bundespressekonferenz, een samenwerkingsverband van de Duitse media dat wekelijks ontmoetingen tussen politici en publiek organiseert. Tot woede van de architect maakt het stadsbestuur niet zo'n haast met dit laatste deel van het plan. “Over twintig jaar zou de bouw misschien kunnen beginnen, zeggen ze. Dat is verraad aan de republiek! Een forum voor de burgers: dat is de belangrijkste uiting van de res publica. Straks staan de Bondsdag er, en de kanselarij, en waait daartussen alleen de wind.”

Schultes mag dan wel twee gezichtsbepalende prijsvragen in Berlijn hebben gewonnen, zijn kritiek op het architectonische klimaat in de stad is er niet milder om. Hij hekelt het beleid van behoud en herstel, 'kritische reconstructie' genoemd, dat de pas afsnijdt voor individuele creatieve uitbarstingen. De stad neemt een defensieve houding aan, vindt hij: “Berlijn vervalt in een gemakkelijk dogmatisme, waarbij nieuwe gedachten minder belangrijk zijn dan vertrouwde uiterlijke kenmerken, bijvoorbeeld het gebruik van steen en het handhaven van de traditionele bouwhoogte van 22 meter.” In een lezing voor de Amerikaanse Cornell University eind vorig jaar sprak hij over “de vermoeide nalatenschap van Schinkel, Peter Behrens en Mies van der Rohe (..) die de Duitse benepenheid voortzet in naam van de zogenaamde identiteit.” Na de flits van euforie in 1989 is er geen nieuw denken over de stad gekomen: het lijkt alsof de Brandenburger Tor nog steeds gesloten is. “Berlijn verlangt terug naar zijn muren.”

Archipel

Een van de mensen die Kohl adviseerden bij de keuze van Schultes' ontwerp voor de kanselarij was de kunsthistoricus en publicist prof. Tilmann Buddensieg, oud-hoogleraar in Berlijn en Bonn en nu part-time aan de Humboldt Universität verbonden. Hij roemt het plan voor de Spreebogen als “een briljante, eenvoudige organisatie van een reusachtige lege ruimte in de stad”. Ook hij vindt dat het stadsbestuur maar een benepen beeld van de toekomst voor ogen staat. Als voorbeeld noemt hij de plannen voor de Pariser Platz, achter de Brandenburger Tor. Tot de oorlog was dit een druk plein, waar onder andere de Amerikaanse ambassade stond. Nu is het leeg, behalve de Tamil verkopers van Russische souvenirs en de twee symmetrische ornamentele tuinen die in 1992 weer zijn aangelegd; aan één kant zijn de fundamenten gestort voor een replica van het Hotel Adlon (1907-1945). “Voor de nieuwe gebouwen op het Pariser Platz zijn al zo veel regels vastgelegd, dat de vrijheid van de architecten enorm wordt beperkt. De Amerikaanse ambassade had Frank Gehry gevraagd een plan te maken, maar hij heeft geweigerd. Dat zou Mies van der Rohe ook hebben gedaan! Op deze manier beperk je de architectuur tot het niveau van degenen die bereid zijn zich bij voorbaat bij de regels neer te leggen.”

De losse stadsstructuur van Berlijn, gecombineerd met de vele gaten die door de geschiedenis zijn gevallen, bieden geweldige mogelijkheden voor creativiteit, vindt Buddensieg. “Deze stad is minder dan de meeste in Europa behept met bestaande structuren; het zijn niet meer dan archipels. Er is dus behoefte aan moderne oplossingen, maar wat je krijgt is namaak oudheid.” Buddensieg is dan ook tegenstander van het terugbouwen van Hotel Adlon (“een echte replica wordt het toch niet, de kamers worden heus geen vijf meter hoog zoals vroeger”) en voorstander van de sloop van het Palast der Republik. “Dat gebouw en de ruimte eromheen zijn de uitdrukking van een ideologie over de socialistische stad die geen toekomst meer heeft. Het idee was dat de ruimte van de stad heel het volk toebehoort en daarom groot en leeg moest zijn: dat was een overwinning op het kapitalisme met zijn kleine, dure, dichtbebouwde percelen. Leegte en uniformiteit werden de symbolen van socialisme en broederschap, en de hoofdsteden van Bulgarije en Kazachstan kwamen er precies eender uit te zien. Met de sloop van het Palast kan Berlijn de stad opnieuw scheppen.”