Artsen zonder Grenzen namen 'moordenaars' aan; Organisatie 'zuivert' haar loonlijst in Zaïrese stad Goma

NAIROBI, 21 JULI. De Nederlandse hulporganisatie Artsen zonder Grenzen (AzG) heeft mensen op haar loonlijst staan die ervan worden verdacht deelgenomen te hebben aan de slachtpartijen vorig jaar in Rwanda. AzG erkennen vermeende oorlogsmisdadigers ingeschakeld te hebben bij hun werk onder Rwandese vluchtelingen rond de Zaïrese stad Goma. De organisatie is inmiddels begonnen haar personeel te 'zuiveren'.

AzG is een van de grootste hulporganisaties die zich bezighouden met de ten minste één miljoen Hutu-vluchtelingen in Oost-Zaïre. Onder deze vluchtelingen bevinden zich duizenden die deelgenomen hebben aan de genocide vorig jaar tegen Tutsi's en gematigde Hutu's. Naar schatting 50.000 leden van het voormalige regeringsleger en de extremistische Interahamwe-militie houden zich eveneens op in de vluchtelingenkampen in Zaïre en bereiden zich voor op een nieuwe oorlog over Rwanda.

Een van de meest omstreden werknemers van AzG was Angéline Mukandutiye. Deze vrouw van 44 jaar met vier kinderen was de leidster van de Interahamwe-militie in de sector Rugenge bij de Rwandese hoofdstad Kigali. Ze wordt ervan beschuldigd betrokken te zijn geweest bij talrijke slachtpartijen. Zo zou zij hebben deelgenomen aan de moord op 120 vluchtelingen in de Sainte Famille-kerk op 15 april in Kigali, aan de moord op negen tieners in de Saint Paul op 24 april, de slachtpartij onder zeventien jongeren in een gebouw van de katholieke kerk op diezelfde dag en aan de moord op 44 jonge Tutsi's op 18 juni, opnieuw in de Sainte Famille.

Vincent Faber is hoofd van het AzG-programma in Goma. “We hadden tot nu toe door onze drukke werkzaamheden geen tijd om onze lokale staf op hun verleden te controleren”, verontschuldigt hij zich. “Overigens, ik noem Angéline geen hot-shot. Haar naam komt niet voor op de lijsten met verdachten.”

Annonciata is voorzitter van de Vereniging van Weduwen van de Genocide in Kigali. Zij reageert met ongeloof als ze hoort over Angélines werk bij AzG: “Ai jai jai jaiii”, en na een lange zucht: “Iedereen in Kigali kent haar. Ze heeft aan vele bloedbaden deelgenomen. Ik heb haar zelf gezien bij zo'n slachting.”

Angéline werd bij AzG in Goma te werk gesteld in een project voor getraumatiseerde kinderen. “Dat is wel erg banaal”, reageert Annonciata. Vincent Faber van AzG: “Ik geloof niet dat ze schade heeft toegebracht aan mensen met wie ze werkte. Ik ontken dat we op de hoogte waren van haar achtergrond. Het bewijs hiervoor is dat we direct actie ondernamen toen een journalist ons over haar verleden inlichtte.”

Angéline werd twee weken geleden door AzG ontslagen. Sindsdien is de hulporganisatie begonnen haar lokale personeel te 'zuiveren', waarna vijf anderen hun baan verloren, eveneens wegens vermeende betrokkenheid bij de genocide. Het Rwandese personeel in de radiokamer werd al eerder vervangen omdat AzG-medewerkers vermoedens hadden dat zij vertrouwelijke informatie doorspeelden aan leden van het voormalige regeringsleger in Goma. “Geen Rwandees hier is neutraal. Ik wilde het risico niet nemen en daarom verving ik hen”, aldus Faber.

“We hebben klaarblijkelijk mensen ingehuurd met bloed aan hun handen”, aldus Faber. “We wisselen nu informatie uit met andere organisaties, we krijgen inlichtingen van journalisten en lezen boeken met achtergrondinformatie. En ik probeer de Verenigde Naties er van te overtuigen om ons informatie te geven over verdachten.” De nieuwe regering in Kigali bracht al eerder een lijst in omloop met vierhonderd namen van verdachten.

Een kenner van de regio verwijt AzG “professionele onwetendheid”. En een medewerker van een organisatie voor de rechten van de mens zegt in een verklaring: “Zij hadden moeten weten wie Angéline was. Zij zeggen zelf goed geïnformeerd te zijn en beïnvloeden de internationale politiek met betrekking tot Rwanda. Ze waren zeer actief rond Kibeho (het vluchtelingenkamp dat door het Rwandese leger op gewelddadige wijze werd ontruimd). Hoe kunnen zij beweren goed geïnformeerd te zijn over Kibeho en Rwanda als ze niet weten van zo'n berucht iemand als Angéline?”

Ook andere hulpinstellingen geven of gaven werk aan vermeende oorlogsmisdadigers. Bij de organisatie Médicins du Monde bijvoorbeeld werkte de leraar Pierre Kwitanda. Volgens talrijke ooggetuigen nam hij, gewapend met een groot kapmes, deel aan de slachtpartij in de kerk van Mibilizi. Hij werd door Médicins du Monde te werk gesteld in een weeshuis bij Cyangugu, waar wezen van het bloedbad in Mibilizi hem herkenden. Op de dag van zijn ontslag vielen onbekenden het weeshuis aan, doodden een jongetje en verwondden drie anderen.

Een dokter en prefect van Kibuye, Clement Kayishema, liet volgens ooggetuigen duizenden Tutsi's verzamelen in zogenaamde veilige zones. Op 17 en 18 april liet hij hen daar vervolgens vermoorden. Hijzelf zou het eerste schot hebben gelost. Kayishema is nu werkzaam in het Zaïrese Bukavu als dokter bij de hulporganisatie de Orde van Malta die haar hoofdkantoor in Rome heeft.

Vele prominente schuldigen van de genocide in Rwanda vonden een veilig heenkomen. Zij wonen in Nairobi, Kinshasa of Europese hoofdsteden. In de parochie van het Franse Bourg-Saint-Andreol werd onlangs de Rwandese pater Wenceslas door zijn landgenoten ontdekt. Overlevenden van de slachtpartij onder 18.000 opgejaagde Tutsi's in de Sainte Famille-kerk beschuldigen de geestelijke, die een pistool droeg, van samenwerking met de meedogenloze Interahamwe. Wenceslas, die de aantijgingen ontkent, werd vorig jaar door het Franse leger uit Goma geëvacueerd en kreeg werk bij de katholieke kerk in Frankrijk.

Tientallen geestelijken namen actief deel aan de uitroeiingscampagne tegen de Tutsi's. African Rights, eveneens een organisatie voor de rechten van de mens, stelt in een volgende maand uit te komen rapport: “De kerk moet verantwoording afleggen voor de actieve betrokkenheid van enkele priesters, pastoren en nonnen in de genocide.”