Vonk kan zichzelf met Keuls orkest niet in Bruckner overtreffen

Concert: Kölner Rundfunk-Sinfonie-Orchester o.l.v. Hans Vonk m.m.v. Jard van Nes. Programma: G. Mahler: Kindertotenlieder; A. Bruckner: Vierde symfonie. Gehoord: 19/7 Concertgebouw Amsterdam.

Hans Vonk leidt in de serie Zomerconcerten in het Amsterdamse Concertgebouw twee keer het Kölner Rundfunk-Sinfonie-Orchester, waarvan hij afscheid gaat nemen om in september volgend jaar Leonard Slatkin op te volgen als elfde chef-dirigent van het 115 jaar bestaande St. Louis Symphony Orchestra. Vonk komt naar Amsterdam met twee Brucknersymfonieën. De Vierde werd gisteren voorafgegaan door Mahlers Kindertotenlieder met Jard van Nes als soliste en voor de Zevende klinkt vanavond het Concert voor harp en fluit van Mozart.

Zowel het technische niveau van het respectabele Keulse radio-orkest als het muzikale niveau in de leiding van Hans Vonk wekten gisteren verbazing. Misschien was het voor technische perfectie veel te warm in het Concertgebouw, misschien is het orkest erg toe aan vakantie. De blazers hadden telkens problemen en vooral de samenklank van het koper was vaak akelig schel en schril.

Dat de kopersectie voortdurend óók nog zo snoeihard speelde, lag natuurlijk aan Hans Vonk, die in Bruckners Vierde symfonie koos voor een erg schetsmatige aanpak. De strijkers produceerden in piano- en pianissimo-passages nog wel wat nuances. Voor het overige leek het mezzoforte vrijwel te ontbreken en daarboven waren er nog maar twee sterktegraden in de dynamiek: zeer hard en nóg véél harder. Het soms dichtlopende klankbeeld was vaak lelijk en grof, bij al die hardvochtigheid leken tempokeuze en rubato het resultaat van de stemming van het moment.

Het was bijna een uitvoering om de stampvolle zaal voorgoed tegen Bruckner in het harnas te jagen. En Bruckner kan zo mooi zijn, ook als hij wordt gespeeld door Duitse orkesten in het Concertgebouw. We hoeven niet ver terug te gaan in de herinnering. Waar was de eindeloos lijkende magie die Sergiu Celibidache hier opriep bij zijn Müncheners? De degelijke vervoering die Gunther Wand veroorzaakte bij zijn Noord-duitse radio-orkest? Of de zinderende gloed die Hans Vonk deed klinken toen hij hier voor zijn Dresdense orkest stond?

Ook de Kindertotenlieder leden onder gebrek aan sfeer en aandacht - de zaal hoestte weer eens flink uit en Vonk ergerde zich daar telkens zichtbaar aan. De orkestbegeleiding had vooral het karakter van ensemble-spel: klein en dun, wat schrijnende helderheid en inkervende intensiteit had kunnen opleveren, als het niet zo kaal en onbewogen had geklonken.

Jard van Nes leek ook niet haar gelukkigste dag te hebben. Hoewel ze was aangekondigd als 'alt' produceerde ze weinig diepte en lengte in de noten. Ondanks haar enorme inzet en sterk inlevende interpretatie, als altijd goed opgebouwd, ontstond er in de combinatie met het kille Keulse orkestaandeel geen echt aangrijpende ontroering.