Vergoeding van ton na besmetting met aids

DEN HAAG, 20 JULI. Minister Borst (volksgezondheid) erkent dat de overheid in gebreke is gebleven toen halverwege de jaren tachtig duidelijk werd dat tientallen hemofiliepatiënten besmet waren geraakt met het aidsvirus.

Borst wil binnenkort met de betrokkenen praten om tot een betere schaderegeling te komen voor de 170 hemofiliepatiënten, die met hiv zijn besmet. Ze denkt aan een schadevergoeding van tussen de een en twee ton per persoon. Nu ontvangen hemofiliepatiënten die duidelijke verschijnselen van aids vertonen of hun nabestaanden 25.000 gulden.

Borst deed haar uitspraken gisteren na de presentatie van een rapport van de Nationale Ombudsman over de zaak. Deze concludeert dat de overheid midden jaren tachtig niet alert heeft gereageerd toen duidelijk werd dat hemofiliepatiënten het risico liepen besmet te raken met hiv, het virus dat aids veroorzaakt. Het toenmalige ministerie van WVC had de risico's moeten onderkennen en maatregelen moeten nemen, aldus de Ombudsman. Hij stelde een onderzoek in naar aanleiding van een klacht van de Nederlandse Vereniging van Hemofiliepatiënten (NVHP) over de houding van de overheid in de periode 1982-1989.

Van de ongeveer 1.300 hemofiliepatiënten in Nederland zijn er in de periode 1979-1985 naar schatting 170 besmet geraakt met hiv. Bij 55 patiënten is aids vastgesteld, dertig van hen zijn al overleden. Sinds 1985 wordt in Nederland al het donorbloed onderworpen aan een aids-test. Voor zover bekend zijn in Nederland nà 1985 geen hemofiliepatiënten meer via bloedprodukten besmet.

Volgens Oosting werd omstreeks 1985 bekend dat hittebehandeling van bloedprodukten een effectieve methode was produkten aids-vrij te maken. In Nederland was deze methode nog niet in gebruik. Evenmin waren er testen beschikbaar om bloed op aids te onderzoeken.

De NVHP reageerde vanochtend tevreden op de uitkomsten van het onderzoek. De patiëntenvereniging gaat zich nog wel beraden of zij met het rapport in de hand naar de rechter zal stappen voor een juridische uitspraak over de schuldvraag en een schadevergoeding, aldus een NVHP-coördinator. “Wij hebben in principe geen voorkeur juridische procedures te beginnen. (...) We zitten liever met de overheid om de tafel en proberen zo tot goede oplossingen te komen.”

Pag. 3: Ombudsman: houding van overheid laks in hiv-zaak

Hemofiliepatiënten lijden aan erfelijke bloedstollingsafwijkingen, waardoor zij zijn aangewezen op uit donorbloed gemaakte medicijnen. Begin jaren tachtig bleken sommige van deze bloedprodukten te zijn besmet met aids. Ombudsman M. Oosting stelt dat de overheid tussen 1982-1989 op twee momenten “niet behoorlijk” heeft gehandeld.

De Nationale Ombudsman concludeert dat 'het veld', de producenten, de importeurs van bloedprodukten en het Centraal Laboratorium van de Bloedtransfusiedienst, de bloedbanken en de behandelaars, onvoldoende de zorgelijke signalen hebben opgepakt. Ook hebben ze geen indringende discussie gevoerd over maatregelen voor de periode waarin de aids-test en hittebehandeling nog niet waren ingevoerd. Daarom had de overheid moeten ingrijpen. Er waren goede bloedprodukten uit het buitenland beschikbaar.

“Bij een dergelijk uitblijven van initiatieven vanuit 'het veld', èn gegeven de ernst van de hiv-besmettingsproblematiek had de overheid haar verantwoordelijkheid behoren te nemen”, aldus de Ombudsman.

Ook vindt Oosting dat de invoering van het Norm Registratie Document (NRD), waarmee de bloedbanken verplicht werden tot hittebehandeling van bloedprodukten, te lang heeft geduurd. De Ombudsman stelt dat het toenmalige ministerie van WVC de invoering onnodig lang heeft vertraagd. Het NRD trad op 1 januari 1988 in werking, terwijl “men zou verwachten dat vanaf 1985 zo spoedig mogelijk zou worden overgaan tot het verplichten van de hittebehandeling van bloedprodukten”, aldus Oosting.

Besmetting via bloed werd op grote schaal geconstateerd in Frankrijk, waar door het Nationale Centrum voor Bloedtransfusie in Parijs (CNTS) tussen 1984 en 1985 met hiv besmet bloed werd verstrekt aan hemofilie-patiënten.

De personen die in Frankrijk verantwoordelijk zijn zijn wel vervolgd maar niet - of mild - gestraft. Rechters zijn het er niet over eens of de schuldigen opnieuw of alsnog gestraft moeten worden. Door het besmette bloed werden ruim 1200 hemofilie-patiënten met het aids-virus besmet, van wie inmiddels meer dan driehonderd zijn overleden.

Laurent Fabius (ex-premier), Georgina Dufoix en Edmond Hervé (ex-minister en ex-staatssecretaris van volksgezondheid) wordt verweten dat zij de bloedtransfusies uit de voorraad - waarvan zij konden weten dat deze besmet was - lieten doorgaan terwijl zij wisten dat in de VS zuiveringsapparatuur voorhanden was. Hen werd 'medeplichtigheid aan vergiftiging' ten laste gelegd maar zij zijn tot dusver niet veroordeeld.

De directeur van het Parijse CNTS en het hoofd van de afdeling onderzoek van de bloedtransfusiedienst werden wèl veroordeeld. Zij kregen vier jaar gevangenisstraf maar zijn inmiddels weer vrij.