Status quo Bosnië komt Moskou het beste uit; Het is duidelijker wat Rusland niet wil dan wat het wel wil

MOSKOU, 20 JULI. Nu de crisis in het voormalige Joegoslavië steeds dramatischer vormen aanneemt en morgen in Londen de zogeheten contactgroep van grote landen weer bijeenkomt om over eventuele gewapende interventie te praten is één van de prangende vragen: wat wil Rusland? In het 'Bosnië-beleid' van Moskou is echter duidelijker wat Rusland niet wil dan wat het wel wil.

Wat Rusland bovenal niet wil, getuige de kritische uitlatingen keer op keer, is een rol van de NAVO, de oude aartsvijand, in ex-Joegoslavië, een voormalige invloedsfeer. Ook het idee voor inzet van een 'snelle-interventiemacht' bestaande uit troepen van de NAVO-leden Frankrijk, Groot-Brittannië en Nederland met mogelijke luchtsteun van NAVO-lid Amerika, kan rekenen op verzet vanuit Moskou.

Dit verzet past in het algemene streven van Rusland de NAVO te 'hervormen' tot een algemene (lees: krachteloze) Europese veiligheidsorganisatie nadat Moskou zelf het Warschaupact uiteen heeft laten vallen. De NAVO, zo zei minister van buitenlandse zaken Andrej Kozyrev eerder deze week, “belijdt met de mond dat zij wil samenwerken met Rusland maar wil dat in werkelijkheid uitsluitend onder haar eigen voorwaarden. De NAVO dreigt een instrument te worden dat de deling van Europa bevordert en de logica van de Koude Oorlog terugbrengt.”

Een praktisch argument tegen en rol van NAVO-troepen in ex-Joegoslavië is dat Rusland zelf geen NAVO-lid is en dus niet kan meebeslissen over wat er gebeurt. Meebeslissen op het wereldtoneel is de centrale doelstelling van het buitenlands beleid, na een periode na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie dat Moskou naar haar huidige opvattingen 'aan de leiband van Washington liep'. Een krachtige buitenlandse politiek wordt gezien als instrument om Russen hun gevoel van zelfrespect terug te geven, dat heeft geleden onder de voor velen nog steeds onbegrijpelijke overgang van communistische supermacht naar het chaotisch en niet overal gerespecteerde Rusland van vandaag.

Wat Rusland ook niet wil is terugtrekking van de VN-blauwhelmen uit Bosnië. Behalve door humanitaire motieven wordt het verzet tegen een terugtrekking gevoed door de angst dat dit zal leiden tot wat de krant Izvestija dinsdag al “het meest waarschijnlijke scenario” noemde: “Het Westen schrikt uiteindelijk toch terug om eigen grondtroepen in te zetten uit angst in een lange oorlog getrokken te worden. Europa stemt dan wel in met de VS om het wapenembargo tegen Bosnië op te heffen zodat de Bosnische moslims zichzelf kunnen verdedigen. Rusland zal in de VN-veiligheidsraad zijn veto hiertegen uitspreken. In die situatie zullen de VS en Europa unilateraal het embargo opheffen, waarna Rusland op zijn beurt unilateraal de sancties tegen romp-Joegoslavië zal opheffen. Washington en Moskou beginnen dan elk hun bondgenoten in Bosnië te bewapenen.” Waarna de Oost-West rivaliteit weer in volle omvang kan losbarsten.

De conclusie is dat de status quo Moskou beter uitkomt dan de twee meest extreme alternatieven: grootscheeps militair optreden of algehele terugtrekking. “Rusland droomt nog steeds van een diplomatieke coup”, zei deze week Dmitri Trenin, militair analist van het Carnegie Centrum in Moskou. “Als er een politieke oplossing kan worden gevonden, waarbij Rusland de bemiddelaar kan zijn tussen de Serviërs en de VN, dan zou dat prachtig zijn voor Moskou.”

Overigens trekt de oorlog in Bosnië in Rusland veel minder aandacht dan het conflict in Tsjetsjenië. Premier Tsjernomyrdin en president Jeltsin hebben de afgelopen dagen over Bosnië geheel het stilzwijgen bewaard, terwijl zij intensief hebben overlegd over een einde aan de eigen oorlog in de Kaukusus. Op het televisiejournaal gisteravond was Bosnië onderwerp nummer vier, na de dagelijkse politieke gebeurtenissen in Moskou, het conflict in Tsjetsjenië en de gezondheidstoestand van de president. Geen van de toonaangevende kranten had het onderwerp vanmorgen op de voorpagina.