Opera Samson en Dalila in Spanga; Hoe lust en haat bevredigd worden in een Friese wei

Samson et Dalila: 27 juli (première), 30 juli en 1, 4, en 6 augustus. Reserveringen: tel. 05618-1988 of 1941.

SPANGA, 20 JULI. Een stapel autobanden, een oude Amerikaanse slee, een koelkast, autowrakken. Je zou het niet verwachten, maar het zijn de decorstukken van de opera Samson et Dalila van Camille Saint-Saëns. Althans in de regie van Corina van Eijk, die niet bang is voor ongewone vormgeving en interpretaties. Na een jaar afwezigheid is ze weer met een gezelschap neergestreken in haar woonplaats Spanga voor de opvoering van een opera. In een grote tent midden in de Friese weilanden repeteert ze drie weken lang met 115 medewerkers voor de première volgende week donderdag.

De regisseur (33) vatte zes jaar geleden het plan op om in het Zuidfriese gehucht, door haar 'het Verona van Weststellingwerf' genoemd, een openlucht-opera op te voeren in het weidse Friese land. Haar eigen huisje en een sloot dienden toen als natuurlijke decorstukken van Amore van Donizetti. Daarna volgden Verdi's Rigoletto, Les contes d' Hoffmann van Offenbach en The Rake's Progress van Stravinsky. Vorig jaar bleef de dorpsgemeenschap verstoken van een operaspektakel omdat Van Eijk was gevraagd in de Zwolse schouwburg Odéon Ariadne auf Naxos van Richard Strauss op te voeren. Ook bij het Operahuis in Nantes was ze dat jaar gastregisseur van Samson et Dalila. Ze mocht kiezen uit opera's van Mozart, Rossini en Saint-Saëns en koos voor de laatste. “Samson et Dalila is een van de beste opera's ooit gemaakt. De muziek is heel erg erotisch en romantisch.”

Van Eijk situeerde het bijbels drama, waarbij Samson verliefd wordt op de Filistijnse schone Delila die hem vervolgens in opdracht van de Filistijnse vorsten verleidt het geheim van zijn kracht te vertellen, in het hier en nu. De godsdienstwaanzin is in haar ogen het centrale thema van de opera. Godsdienstoorlog associeerde ze met het beeld van autowrakken in de woestijn ten tijde van de Golfoorlog. Twee bevolkingsgroepen gaan elkaar in naam van het geloof te lijf.

Van Eijk noemt één zin in de opera essentieel. “Dalila zegt op een gegeven moment tegen de Grand Prêtre: 'Bevredig mijn haat, God is in mij'. Shockerend en tegenstrijdig. Haat en God horen immers niet bij elkaar. In de eerste aria van de tweede acte vraagt ze de Grand Prêtre: 'Unisons-nous tous deux', waarna ze vijf keer 'mort' roept. Je zou het kunnen vertalen met: Laten we ons verenigen of samensmelten om Samson te doden. Het is nu niet anders dan toen, kijk maar naar Ierland en Bosnië.”

De combinatie lust en haat is essentieel. In de regie van Van Eijk is elke man soldaat of hoerenloper. “Hij schiet met kogels of met zaad”. Vrouwen zijn soldaat of hoer. De verkrachtingsscènes en het geweld - “overigens strak vormgegeven”, aldus Van Eijk - waren echter te veel voor het Franse publiek in Nantes. Al vijf minuten na het begin klonk boegeroep. Iemand in de zaal riep: “Alle Hollanders zijn viezeriken”.

Het schokkendst vond Van Eijk echter de opmerking waarin ze in het cachot werd gewenst. “'Ook al is het een vrouw', werd erbij geschreeuwd. Ik zat in de loge in een speciaal voor die avond gekochte dure Max Mara jurk, want ik wist intuïtief dat ik iets nets moest aantrekken. Eerst zat ik nog wat te gniffelen, maar later vond ik het echt eng. Mijn hart klopte in mijn keel. Na afloop vermengde zich het boegeroep met de bravo's en met applaus. De kranten schreven dat het publiek zich schandalig had gedragen”, herinnert ze zich.

Van Eijk heeft voor de vijfde Spanga-editie niets veranderd. “Welnee, hier kan zoiets. Nantes is vreselijk katholiek. Alleen de intendant van het operahuis doet daar wel eens iets opzienbarends. We hebben hier al gerepeteerd, maar niemand was geschokt.” Haar Weststellingwerfse uitvoering is zelfs beter, zegt ze. “In Nantes had ik twee koren, waarmee ik maar twee dagen had om te repeteren. De koorleden hier zijn stuk voor stuk pareltjes. Allemaal conservatoriumstudenten, afgestudeerden en goede amateurs.” Voor de rol van Dalila vroeg ze de Engelse mezzo-sopraan Mary Rose Langfield, die twee jaar geleden Baba de Turk zong in The Rake's Progress. De rol van Samson wordt vertolkt door de Nederlands-Amerikaanse tenor Philip van Lidt de Jeude.

De voorstelling vindt deels in de open lucht plaats: de weg naast de tent maakt deel uit van het decor. Een overkapping beschermt publiek en spelers voor eventuele zomerse buien. Een behulpzame landbouwer groef met een graafmachine de bijna twee meter diepe orkestbak uit. Een pomp moet het grondwater op afstand van de houten planken houden. De elektriciteit van de batterij lampen wordt afgetapt van het stroomnet van twee boeren. Zij melken bewust vóór de voorstelling, zegt lichtontwerper Tinus Holthuis.

Het lijkt improviseren, maar een opvoering in de vrije natuur heeft veel voordelen. “Je kunt hier veel professioneler werken, zonder regels en beperkingen van operahuizen. Als ik op een bepaalde plaats een lamp wil hebben, hang ik hem op. Dat hoef ik hier niemand te vragen.” Van Eijk valt hem bij: “Ook al kamperen we hier in tenten, campers en busjes op een boerenerf, er heerst een waanzinnige discipline. Iedereen is de hele dag met de produktie bezig. Die professionaliteit mis ik wel eens in sommige theaters.”