Nieuwe actie tegenstanders Van Abbe-uitbreiding

EINDHOVEN, 20 JULI. De strijd over uitbreiding van het Van Abbemuseum in Eindhoven is een nieuwe episode ingegaan. Vorige week besliste staatssecretaris A. Nuis van cultuur dat het uit 1936 stammende en door de architect A.J. Kropholler ontworpen gebouw aan de Wal niet hoeft te worden geplaatst op de rijksmonumentenlijst. Nuis meent dat “in de ontstaansgeschiedenis de vormgeving van het gebouw niet een doel op zich was, maar het middel om kunst te tonen en om de visie van de museumdirectie te visualiseren.” Dat zou betekenen dat de door de gemeente geplande uitbreiding van het museum, ontworpen door architect A. Cahen, door kan gaan. Tegenstanders vinden dat door die uitbreiding het bijzondere exterieur van het museum aangetast zou worden, en willen dat er andere plannen gemaakt worden.

Deze tegenstanders hebben zich verenigd in de stichting Behoud het Van Abbemuseum. De stichting is na het besluit van Nuis onmiddellijk in de tegenaanval gegaan met de aankondiging dat ze bij de rechter beroep zal aantekenen tegen het besluit. De stichting voelt zich daarbij gesteund door een meerderheid van de Eindhovense bevolking die zich in een enquête uitsprak tegen aantasting van het exterieur van het huidige gebouw.

Burgemeester R. Welschen van Eindhoven zei na het bekend worden van Nuis' besluit bang te zijn voor een nieuwe procedure zodat er weer een jaar voorbijgaat zonder dat er iets gebeurt. Hij zei met de stichting een gesprek te willen over de vraag “wat we eigenlijk met z'n allen aan het doen zijn. Het gevaar bestaat dat we in het gevecht om het torentje (een van de karakteristieken van het gebouw van Kropholler, red.) samen verzuipen.”

Stichtingswoordvoerder Marc van Abbe, kleinzoon van de stichter van het museum - de sigarenfabrikant Henri van Abbe - zegt dat gesprek best te willen, als de inzet ervan is “het instandhouden van het exterieur van het museum.” Hij heeft er geen goed woord voor over dat “we als stichting door het gemeentebestuur onder zware morele druk worden gezet. Alsof wij degenen zijn die 't museum om zeep willen helpen. Wij zijn òòk voor de verbouwing, maar dan met behoud van de creatie van Kropholler.”

De plannen voor een nieuw Van Abbe dateren al uit de jaren vijftig. Toen al werd vastgesteld dat het museum hoognodig uitbreiding behoefde. Een groot deel van de collectie is in depot opgeslagen wegens gebrek aan expositieruimte. Het gaat volgens een speciale Van Abbekrant om 'topstukken' met een waarde van 250 miljoen gulden, “die nauwelijks of niet kunnen worden tentoongesteld”

De stichting weet zich gesteund door vooraanstaande Eindhovenaren, onder wie de moeder-overste van de Clarissen. Oervader Frits Philips van het Eindhovense elektronica-concern met dezelfde naam reed vorig jaar een kruiwagen met 6000 handtekeningen tegen de aantasting van het gebouw bij het gemeentebestuur binnen. Hij zei bij die gelegenheid dat “het veel Eindhovenaren zou bedroeven wanneer een gebouw waarop ze zo trots zijn moet verdwijnen”.

Eigenlijk had de bouw, waarvoor ruim 27 miljoen is gereserveerd, al in de zomer van vorig jaar moeten beginnen. Mevrouw M. Roef, expositiemanager bij het museum: “Als volwassen museum moet je een planning kunnen maken op de langere termijn, maar nu moeten we alle energie stoppen in de strijd met de tegenstanders. Als de nieuwbouw langer uitblijft dan twee jaar gaat een van de belangrijkere musea ter wereld verloren.”

Het museum is in afwachting van de nieuwbouw onder de naam Entr' Act ondergebracht in een voormalig Philipsgebouw aan de Vonderweg vlakbij het PSV-stadion en voor het publiek toegankelijk.

De besluitvorming rond de nieuwbouw en de uitbreiding wordt gekenmerkt door een aantal merkwaardigheden. In januari 1990 besloot de Eindhovense gemeenteraad akkoord te gaan met sloop van de uit de jaren zeventig daterende achterbouw en “op de bestaande lokatie nieuwbouw toe te voegen die tweemaal het volume heeft van de oudbouw.” De raad baseerde zich bij zijn besluit op het advies van het Adviesbureau voor bouwtechniek (ABT). Dat waardeerde de bestaande ingang “architectonisch en cultuurhistorisch van dusdanige betekenis dat slopen onwenselijk is”. Gelijksoortig was de conclusie vorig jaar van de Raad voor het cultuurbeheer, het adviesorgaan van de regering.

De stichting Behoud het Van Abbemuseum trok uit het besluit van 1990 de conclusie dat de gemeenteraad tevens had beslist dat het bestaande gebouw gespaard zou worden en de aanbouw plaats zou vinden op het achterterrein. Maar volgens mevrouw G. Kok, hoofd van de afdeling juridische en bestuurlijke zaken van de gemeente, is dat “niet expliciet zo besloten. Architect Cahen ging aan de slag maar kwam tot de conclusie dat op basis van het raadsbesluit van 1990 geen oplossing kon worden gevonden waarmee de beoogde museale functie voldoende tot haar recht zou komen. Dus tekende hij een nieuw plan. In dat plan, dat voorziet in een verdrievoudiging van de ruimte en waarmee de raad zich in 1992 akkoord verklaarde, is het bakstenen gebouw van Kropholler weliswaar opgenomen, maar wordt het aan het oog onttrokken en moet het torentje worden gesloopt”.

De stichting Behoud beschikt over documenten waaruit blijkt dat deskundige A. Ross van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg (RDMZ) zich op 29 mei 1994 uitsprak voor aanwijzing van het bestaande gebouw tot rijksmonument en dat ze daarin werd gesteund door hoofd jurische zaken Otten van de RDMZ, zoals blijkt uit een notitie van diens hand op 8 juni 1994. Op diezelfde dag echter schreef directeur-generaal J. Riezenkamp van het departement van welzijn, volksgezondheid en cultuur aan het gemeentebestuur dat de rijksdienst weliswaar bezig was met een advies maar dat hij niet verwachtte dat het tot aanwijzing tot monument zou komen. Voorzitter W. Wernink van de stichting Behoud: “Dus in feite is het niet aanwijzen gewoon voorgekookt en is van het werk van de RDMZ een farce gemaakt.”