Moslim-enclaves worden geofferd op het altaar van de huichelarij

Een open deur: de houding van de politieke leiders van het Westen jegens het lot van de burgers van Bosnië is nooit een Ruhmesblatt geweest. Moord in 200.000 gevallen, 'etnische zuivering' van miljoenen, martel- en hongerkampen, ordinaire stroop-, moord- en veroveringstochten, maanden- en jarenlange willekeurige beschietingen van bevolkingscentra - een zee van misdrijven waarop het Westen heeft gereageerd met tandeloze verklaringen, loze dreigementen, zinloze bemiddeling, vredesinitiatieven waarmee de agressor meer zijn zin kreeg naarmate hij vaker dwarslag, voedselzendingen en een vredesmacht die de opdracht meekreeg vooral en onder alle omstandigheden neutraal te blijven.

Wat dat betekent heeft vorige week het voorbeeld Srebrenica aangetoond. Bosnische Serviërs hebben, naar alle waarschijnlijkheid in aanwezigheid van Nederlandse blauwhelmen, kinderen doodgeschoten voor de ogen van hun moeders en mannen weggevoerd voor een 'ondervraging' die vrijwel zeker is neergekomen op marteling en moord in koelen bloede. Ze hebben vrouwen verkracht, de keel afgesneden en in de maïsvelden achtergelaten, ze hebben gezinnen gescheiden en ze hebben tienduizenden mensen die al drie jaar lang waren beschoten en uitgehongerd op bussen gezet waaruit andere soldaten onderweg nog eens hun 'buit' aan te verkrachten vrouwen haalden.

Tien- tot twaalfduizend inwoners van Srebrenica worden nog vermist. Velen van hen zijn waarschijnlijk vermoord. De anderen zwerven in de bossen rond, levend van berkebladeren, op de vlucht voor Servische patrouilles die nooit gevangenen maken. De levende skeletten die in Tuzla aankomen zijn diegenen die nog geluk hebben gehad. Een minderheid: de meesten hàdden geen geluk en zijn nu dood, vermoord, doodgemarteld.

Eén citaat maar, van een 16-jarige jongen uit Srebrenica die na zes dagen in Tuzla aankwam: “Ik heb honderden lijken gezien. Langs de weg lag een man wiens oren en neus waren afgesneden, en van elke hand drie vingers. Hij smeekte ons hem te doden. Maar we konden hem niet doden, niemand had er de moed voor. We hebben hem daar laten liggen, kreunend. Dat geluid zal me mijn hele leven bijblijven.”

Srebrenica stond onder bescherming van de Nederlanders. Die bescherming heeft niets uitgehaald: uiteindelijk stonden de Nederlanders erbij en keken ze toe, met een mandaat dat geen ingrijpen toeliet, geconfronteerd met een overmacht, en aangevoerd door een commandant, overste Karremans, die nog zal moeten uitleggen waarom hij generaal Mladic vertelde dat de luchtaanvallen het werk waren van verre bureaucraten in New York - in plaats van hem erop te wijzen dat hij ze zelf over zich had afgeroepen door het 'veilige gebied' Srebrenica aan te vallen.

“Het Nederlandse verraad zal nooit worden vergeten”, zei deze week een Bosnische arts tegen een journalist van deze krant. “U hebt de luchtaanvallen tegengehouden, want dertig van úw mensen vindt u belangrijker dan 30.000 van ónze mensen.” Het is een opmerking die rationeel misschien - misschien - te bestrijden valt met verwijzing naar een mandaat dat geen ingrijpen toeliet en een overmacht waar niet tegen te vechten was. Maar het is een verwijt waar moreel en emotioneel geen speld tussen te krijgen is: Srebrenica is door de internationale gemeenschap in de steek gelaten, alle dure garanties ten spijt.

Dat dat Westerse beleid in Bosnië een tentoonspreiding van lafheid is waarover nog generaties schande zal worden gesproken is helaas geen nieuws maar een praktijk van nu al drie jaar. Het vervolg van het drama Srebrenica is een zo mogelijk nog diepere afgang voor de Westerse politiek en de Westerse beschaving: het gemak waarmee deze week de 60.000 moslims in Gorazde en de 17.000 moslims in Zepa in de steek worden gelaten is een ongekend dieptepunt van hypocrisie, lafheid en cynisme.

Vorige week vrijdag stelde de Franse president Chirac zijn bondgenoten - Groot-Brittannië, Duitsland en de VS - een ultimatum: er moest een gezamenlijke militaire actie komen voor de bedreigde enclaves, voor Srebrenica, en vooral voor Zepa en Gorazde, vond Chirac. Achtenveertig uur kregen die bondgenoten om te antwoorden, zei hij. En hij zei: wat de Serviërs de moslims aandoen is wat de nazi's de joden hebben aangedaan. Het was mooie taal. Het was krijgshaftige taal. Het was een ultimatum dat bij de publieke opinie veel bijval oogstte.

Helaas: de schijn bedroog. Want Chirac stelde dat ultimatum in de wetenschap dat de bedoelde bondgenoten nergens voor te vinden zouden zijn en dat het ultimatum dus niets anders was dan uitsluitend die schone schijn, bedoeld voor uitsluitend die publieke opinie - leuk voor de populariteitscijfers, en goed ook voor het door de geplande kernproeven op Mururoa bevlekte imago.

Schijn bedroog, omdat Duitsland en de VS het, zoals kon worden voorspeld, prompt lieten afweten. Duitsland doet niets buiten wat de Bondsdag heeft besloten, vond Bonn - en de Bondsdag wil de bemoeienis beperkt houden tot logistieke steun en een ziekenhuis in Split.

De VS voerden aan geen grondtroepen in actie te willen laten komen - en helikopters zijn kwetsbaar, ze zijn bijna-grondtroepen, vond zondag generaal Shaliskashvili, en, zo voegde hij daaraan toe, het Congres moet daar goedkeuring voor geven en dat doet het Congres niet.

De Britten mopperden dat als het de Fransen wèrkelijk ernst was, ze hun troepen al naar Srebrenica zouden hebben gestuurd, en dat ze eerst maar eens met een fatsoenlijk plan moesten komen.

En terwijl in en rond Srebrenica verder op grote schaal werd gemoord, gefolterd en verkracht en de Bosnische Serviërs de bossen uitkamden op zoek naar moslims die werden afgeslacht en ze de aanval openden op Zepa en de ring rond Gorazde aanhaalden, liep zondag het overleg van de hoogste Franse, Britse en Amerikaanse militairen dood: geen overeenstemming, geen actie, helaas, helikopters zijn bijna-grondtroepen en verder was men vooral blij dat er na Chiracs 'ultimatum' gelukkig geen misverstanden meer waren tussen Londen en Parijs.

Londen kwam zondag nog met een nieuwe vondst: de Contactgroep moest maar beslissen over actie voor het bedreigde Zepa en het bedreigde Gorazde. Nòg meer schone schijn voor de publieke opinie. Schone schijn ten eerste omdat iedereen weet dat de Contactgroep nooit zal besluiten tot krachtige militaire actie om de enclaves te ontzetten: Rusland is daar mordicus tegen. “Vechten is geen vrede handhaven”, zoals Andrej Kozyrev in zulke gevallen pleegt te zeggen, onder instemmend geknik van zijn Westerse collega's. Of: “De diplomatieke mogelijkheden zijn nog niet uitgeput.” Of: “De moslims misbruiken de enclaves voor uitvallen.”

Schone schijn ten tweede omdat die Contactgroep pas vrijdag bijeenkomt, vijf dagen na dato, hoewel vier van de vijf betrokken ministers al maandag in Brussel bij elkaar waren en de enige ontbrekende, Warren Christopher, gemakkelijk maandag in Brussel had kunnen zijn. Dat nodeloze en nergens toegelichte uitstel was een duidelijk signaal aan de Bosnische Serviërs: ga vooral uw gang, in die enclaves. En dus haalden de moordenaars van generaal Mladic de ring rond Zepa en Gorazde verder aan, beschoten ze de enclaves, ontwapenden ze blauwhelmen, rukten ze meer troepen aan en stelden ze de verdedigers hun ultimatums: Londen had voor het groene licht gezorgd, in innige samenwerking met Parijs, Moskou, Bonn en Washington.

Wellicht vandaag zullen Washington, Londen en Parijs de Bosnische Serviers opdragen “een bepaald punt” in Gorazde niet te overschrijden, op straffe van luchtaanvallen. Nòg meer schone schijn, want iedereen - Washington, Londen en Parijs en ook de Bosnische Serviers - weet dat Gorazde is opgegeven: de signalen zijn overduidelijk geweest.

Waarom? Waarom die schone schijn die zoveel lafhartigheid, cynisme en huichelachtigheid toedekt?

Omdat straks in de kanselarijen van Oost en West - in stilte, dat wel - een zucht van verlichting wordt geslaakt als de enclaves Srebrenica, Zepa en Gorazde eindelijk van de landkaart zijn verdwenen. Die enclaves zijn al drie jaar een blok aan het been van al diegenen die zich met het zogenaamde vredesproces bezighouden: de Serviërs willen geen enclaves in 'hun' gebied, en ze willen ook de corridors niet die deze enclaves, dwars door 'hun' gebied, met elkaar en met het moslim-gebied verbinden.

Maandenlang hebben die enclaves het vredesoverleg gefrustreerd, maandenlang is geruzied over de vraag of die corridors vijfhonderd meter breed moeten zijn, of twee kilometer, of drie kilometer. Het praat veel makkelijker met Radovan Karadzic en Ratko Mladic zónder die lastige en complicerende enclaves en corridors op de kaart.

En zo zijn deze week ook Zepa en Gorazde in de steek gelaten, ondanks het kwaliteitsmerk 'veilig gebied' van de Veiligheidsraad, ondanks de aanwezigheid van 30.000 soldaten van de VN en de 'snelle reactiemacht' in Bosnië, ondanks die enorme NAVO-luchtvloot in Italië, en ondanks de krokodilletranen over het lot dat de 42.000 inwoners van Srebrenica hebben ondergaan.

Dat lot wacht nu de burgers van Zepa en Gorazde, als vandaag of morgen de keelafsnijders en verkrachters van Ratko Mladic, onder toeziend oog van 429 machteloze blauwhelmen, hun orgie van geweld en terreur tegen 77.000 onschuldige mensen beginnen. Zevenenzeventigduizend slachtoffers van de huichelachtigheid van de internationale gemeenschap. Zevenenzeventigduizend menselijke drama's.