Moskou wijst bankpresident af

MOSKOU, 20 JULI. Het Russische parlement heeft gisteren voor een tweede keer de kandidatuur verworpen van Tatjana Paramonova als president van de Centrale Bank. De volksvertegenwoordiging kritiseerde verder het economische beleid van de regering, nadat premier Tsjernomyrdin daarvan juist een positief beeld had geschetst.

Paramonova werd vorig najaar door president Jeltsin benoemd nadat de roebel onder haar voorganger op één dag in oktober meer dan twintig procent van zijn waarde had verloren. Onder haar beleid is de positie van de munt dermate verstevigd dat de Centrale Bank eerder deze maand aankondigde in elk geval tot oktober de koers stabiel te houden tussen 4300 en 4900 roebel tegen 1 Amerikaanse dollar. De inflatie is afgenomen van 17,8 procent per maand in januari tot 6.7 procent vorige maand.

Het was gisteren de tweede keer dat de benoeming van Paramonova door het parlement werd verworpen. De eerste keer, in april van dit jaar, werd de stemming geïnterpreteerd als een motie van afkeuring jegens president Jeltsin. Jeltsin handhaafde haar daarna als waarnemend bankpresident. Dat zij nu opnieuw geen meerderheid heeft gehaald wordt in Moskou mede in verband gebracht met de kritiek van commerciële banken sinds zij de regels voor die banken aanzienlijk heeft verscherpt. De particuliere banken zijn belangrijke sponsors van de campagnes voor de parlementsverkiezingen van komende december. Het was vanmorgen nog niet duidelijk of Jeltsin nu een nieuwe kandidaat zal voordragen. Het parlement gaat zaterdag voor ruim twee maanden met reces.

De stemming kwam na een toespraak van premier Tsjernomyrdin over de toestand van de economie, die volgens hem de ergste crisis te boven is. Hij zei dat van de geplande begrotingsinkomsten de eerste zes maanden van het jaar 101 procent was binnengekomen. Hij kondigde ook aan dat de inflatie verder zou dalen. “De tijd van alleen maar overleven is voorbij”, aldus Tsjernomyrdin.

Het parlement was hiervan niet overtuigd. De afgevaardigden schermden met cijfers van de regering zelf, volgens welke 44,5 miljoen Russen - een derde van de bevolking - onder de armoedegrens leeft. Die grens is in Rusland bepaald op een inkomen van 277.000 roebel (95 gulden) per maand. “De regering voert een lange kostbare oorlog in Tsjetsjenië en slaagt er niet in schoolboeken te drukken voor het komend academisch jaar”, zei de liberale afgevaardigde Grigori Javlinski. De radicale nationalist Vladimir Zjirinovki vond dat “alle minister voor het gerecht moeten worden gesleept”.