Linkse dooddoeners

Het is inmiddels al weer een tijd geleden dat ik deelnam aan een door HP-De Tijd georganiseerd 'tafelgesprek' over het publieke debat. Ik moet overigens bekennen dat ik die uitdrukking, het publieke debat, helemaal niet kende. Aangezien ze nieuw is, zal ze wel ze uit het Engels komen: public debate. Maar of we het nu publiek debat noemen of maatschappelijke discussie, wat de redacteuren bedoelen, was duidelijk. Het ging om de discussie over onderwerpen als migratie, islam, illegalen, Europa, nationale identiteit, nationaal belang en dergelijke. Daarnaast werden ook onderwerpen als burgerzin en de zorgzame samenleving genoemd. De organisatoren meenden dat deze onderwerpen tot voor kort in de sfeer van taboes lagen en dat dat kwam doordat het publieke debat gedomineerd werd door een intolerante linkse ideologie, die zulke onderwerpen onbespreekbaar maakte.

Ik was het hier niet helemaal mee eens want ik vond dat het om nogal verschillende zaken ging. Een onderwerp als de zorgzame samenleving is een oud thema dat door verschillende CDA-politici, in ieder geval al sinds Van Agt, naar voren wordt gebracht. Wel is het wellicht zo dat links meer gelooft in de staat en de wetten en rechts meer oog heeft voor de samenleving en de zeden. Het idee dat de staat niet alles kan en dat wetten die niet worden nageleefd weinig nut hebben, kan men wellicht zelfs een rechts idee noemen, dat nu ook bij links opgang doet.

De andere thema's zijn inderdaad recenter. Ze zijn overigens niet typisch Nederlands, want Europa en de immigranten zijn onderwerpen die overal in discussie zijn. Opvallend is wel dat het onderwerp Europa niet erg is aangeslagen. Bolkestein heeft geprobeerd het op de agenda te zetten maar zonder veel succes, althans met veel minder succes dan de immigratie of de islam. Dit betekent dat een politicus wel kan proberen een onderwerp op de publieke agenda te plaatsen, maar dat dit niet lukt als het niet reeds op de innerlijke agenda van de kiezers staat.

Waar het mij hier om gaat, is echter niet zozeer de discussie zelf, als wel de stelling dat over deze onderwerpen vroeger geen discussie mogelijk was, dat tot voor kort een geestelijk klimaat bestond waarin het 'rechts' was om te suggereren dat hier potentiële problemen lagen en dat intellectuelen er om die reden niet over durfden te beginnen. Kortom de stelling dat de intellectuele elite haar plicht tot denken en discussiëren had verzaakt.

Ik ben het daar niet mee eens. Ik woon weliswaar niet in Amsterdam, beweeg mij zelden in linkse kringen en bezoek nimmer partijcongressen, maar ik lees toch het standaardpakket van de verlichte intellectueel: NRC Handelsblad, de Volkskrant, Vrij Nederland en af en toe De Groene en HP-De Tijd. Dit lijkt mij het Kleinste Gemene Veelvoud van de opiniejournalistiek die de intellectueel pleegt te volgen en ik heb nooit de indruk gehad dat hier uitsluitend linkse eenheidsworst wordt geserveerd.

Ik moest hieraan denken toen ik dezer dagen in diezelfde HP-De Tijd (23 juni 1995) een artikel van S.W. Couwenberg las over 'Progressieve dooddoeners'. De strekking van dit artikel is te vinden in de volgende passage: “Evenals in Amerika hebben we hier jarenlang de terreur gekend van politiek correct denken in de geest van de links-libertaire orthodoxie (...). In dit links-libertaire klimaat is de politieke discussie jarenlang aan banden gelegd. Opvattingen die niet beantwoordden aan de links-libertaire vooroordelen en voorkeuren, mochten niet geuit worden of werden zonder pardon zwart gemaakt.”

Ik moet zeggen dat ik hier niet veel van begrijp. De publieke discussie wordt voornamelijk gevoerd in de kranten en weekbladen die ik noemde. De hoofdrol in die discussie wordt gespeeld door de toonaangevende columnisten die in die bladen schrijven. De meest prominente onder hen zijn of waren de laatste jaren J.L. Heldring, Karel van het Reve, J.A.A. van Doorn, Rudy Kousbroek, H.J.A. Hofland, Renate Rubinstein, Piet Grijs en Jan Blokker. Ik vergeet misschien iemand en die moge het mij vergeven, maar dit lijkt mij toch een redelijke selectie.

Van dezen kan men Van Doorn en Heldring misschien rechts noemen. Althans dat deed de Amsterdamse Universiteitsraad die Heldring verweet dat hij de verschillende kanten van een zaak liet zien om daarna voorzichtig tot een eigen oordeel te komen. Inderdaad, heel verwerpelijk. Maar voor Karel van het Reve en Jan Blokker geldt dat toch beslist niet. Karel van het Reve vertelt altijd dat hij uit Betondorp komt en PvdA stemt en Jan Blokker maakt zich zorgen of hij wel links genoeg is. Renate Rubinstein wijdde haar Huizinga-lezing aan de begrippen links en rechts en uit haar betoog bleek vooral haar verlangen bij links te behoren. Zij en Rudy Kousbroek speelden een belangrijke rol in het zogenaamde China-debat, waarin zij op even scherpe als scherpzinnige wijze de linkse China-verheerlijking van de Wertheimianen aan de kaak stelden. Al deze schrijvers kunnen als linkse doorbrekers van linkse taboes worden beschouwd.

De grootste kwestie die het publieke debat de laatste jaren heeft beheerst, was het al dan niet plaatsen van een aantal kruisraketten. Het was (voorlopig?) de laatste keer dat links en rechts scherp tegenover elkaar stonden: links was tegen de kruisraketten en wie er voor, althans niet tegen was, was dus rechts. Het was een zaak die tot grote publieke en politieke beroering leidde. Morele argumenten werden veelvuldig en krachtig naar voren gebracht. De meeste PvdA-politici waaiden inderdaad met de linkse wind mee, maar het was opvallend dat veel linkse intellectuelen juist op intellectuele gronden de vredesbeweging kritiseerden.

Als de stelling juist is dat dit alles niets hielp en dat pas nu een verandering in het publieke debat begint plaats te vinden waardoor ook in linkse politieke kringen opvattingen bespreekbaar worden die een paar jaar geleden zonder meer als rechts zouden zijn afgedaan, dan leren wij hieruit maar één ding, namelijk dat de arbeid van intellectuelen en columnisten volstrekt irrelevant is. Politici nemen opvattingen kennelijk pas over, als zij het gevoel hebben dat het electoraat er rijp voor is en pas dan worden opvattingen bespreekbaar genoemd die al jaren lang blijken te zijn besproken zonder dat iemand het heeft opgemerkt.