Iedereen in Tour deelt de smart om dode lotgenoot

PAU, 20 JULI. Wielerleed verbroedert. Een dag na de dood van Fabio Casartelli zijn alle deelnemers in de Tour de France met elkaar bevriend. De coureurs, de officials en de journalisten: ze delen de smart om een overleden lotgenoot. Daarom slaan ze elkaar op de schouder en pinken ze elkaars tranen weg.

Elke dag staan de coureurs en de volgers aan gevaren bloot. Ze rijden als gekken naar beneden, met links en rechts een diepe afgrond. Ze willen allemaal als eerste bij de finishplaats zijn. Als ze geluk hebben, zijn ze er een half uur eerder dan een ander. De coureurs kunnen kostbare tijd winnen, de officials kunnen niet achter blijven. En de journalisten willen altijd vooraan staan, zeker aan de finish.

De Tour de France is gekkenwerk voor wie een rustig leven nastreeft. Maar voor de meeste volgers is La Grande Boucle ook een heerlijke uitweg van de dagelijkse sleur. Sommige volgers van vandaag hebben Tom Simpson nog tegen de Tourmalet zien opfietsen. Ze hebben het virus te pakken en kunnen de Tour niet meer missen. Volwassen mensen kunnen heel even piraatje spelen. Ze rennen en hijgen dat het een lieve lust is. En in de spaarzame vrije uurtjes wordt er zo veel mogelijk nagepraat. Aan gespreksstof geen gebrek.

De stoere verhalen worden steeds stoerder. Het enthousiasme van alle volgers leidt soms tot overdreven reacties, zoals gisteren in de verschillende media tot uiting kwam. In de verhalen over de val van Casartelli overheerste de overtreffende trap, omdat de Tour de France nu eenmaal het belangrijkste wielerevenement is. Hoe groot zou het nieuws zijn geweest als de matige coureur Casartelli in de Midi Libre was overleden? Waarschijnlijk zou een klein bericht hebben volstaan.

De coureur, de official en de journalist verwisselen nog wel eens van positie. Een sprekend voorbeeld is Paul Sherwen, de Engelsman die in de jaren tachtig een verdienstelijk renner was. Tegenwoordig is Sherwen woordvoerder van de Motorola-ploeg en commentator voor een commercieel televisiestation. Hij kent iedereen en iedereen kent hem. De afgelopen twee dagen was hij misschien wel de meest geïnterviewde betrokkene bij het ongeluk.

Een ander middelpunt is de huidige Tourdirecteur Jean-Marie Leblanc. Hij was in de jaren zeventig een middelmatige wegrenner, voor hij een voortreffelijke loopbaan begon als journalist bij de Franse sportkrant L'Equipe. Sinds zeven jaar is hij de belangrijkste baas van de belangrijkste wielerwedstrijd ter wereld. Bijna iedereen is blij dat deze ex-wielrenner en ex-verslaggever de touwtjes in handen heeft. Directeur Leblanc heeft zelf ervaren wat zijn voormalige collega's op de fiets en achter de computer moeten doorstaan.

“De Tour is één grote familie”, luidde het credo van Leblancs voorgangers Jacques Goddet en Félix Lévitan. En ook al is de wielersport steeds professioneler geworden, nog steeds vormen de deelnemers aan de Tour één grote familie. Daarom stond een Nederlandse official een potje te janken, toen hij voor de zoveelste keer moest uitleggen hoe hij Casartelli had aangetroffen. Daarom stond een Italiaanse journalist te beven aan de telefoon. Daarom ook stonden gistermorgen diverse renners met tranen in hun ogen, toen ze een minuut stilte in acht namen voor Fabio Casartelli.