Hoog cholesterol is in Noord-Europa riskanter dan in Zuid-Europa

Een cholesterolgehalte van 6,5 millimol per liter, 25 jaar geleden gemeten in een groep Zutphense mannen van toen 40 tot 60 jaar oud, leidt in die groep tot een sterfte aan hart- en vaatziekten van 20%. In een paar steden in Zuid-Europa was de sterfte aan hartaandoeningen onder mannen met hetzelfde cholesterolgehalte en dezelfde leeftijd twee- tot viermaal lager. Maar zowel in Noord- als Zuid-Europa leidt iedere verhoging van het cholesterolgehalte met 0,5 mmol per liter tot een 17% grotere kans op dood door hart- en vaatziekten.

Dit blijkt een analyse van de cholesterolgehalten en sterfte onder de 12.763 mannen die sinds 1958 en 1964 meededen aan de zeven-landenstudie, het oudste epidemiologische onderzoek naar het verband tussen voeding en ziekte. In Nederland deden mannen in Zutphen mee. In totaal werden 25 jaar lang in 16 plaatsen, vooral in Europa, maar ook in de VS en Japan, groepen mannen medisch onderzocht en over hun eetgewoonten ondervraagd.

Tijdens het eerste medische onderzoek, tussen 1958 en 1964, en na 5 of 10 jaar nog eens, werd van alle deelnemers het cholesterolgehalte gemeten. De vraag is wat die meetwaarden uit de begintijd zeggen over de uiteindelijke sterfte aan hart- en vaatziekten. Epidemiologen van het Rijksinsituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne (RIVM) in Bilthoven en van een aantal buitenlandse instituten clusterden de gegevens van de 16 cohorten in zes groepen: Japan, de VS, Servië, Noord-Europa, kustplaatsen in Zuid-Europa en de binnenlanden in Zuid-Europa. Het onderscheid werd gemaakt op grond van de hoogte van de gemeten cholesterolwaarden, de verandering na vijf of tien jaar en de culturele overeenkomsten. In Noord-Europa en de VS, waar de beginwaarden het hoogst waren (6,5 resp. 6,2), en in Japan, waar de laagste waarden werden gemeten (4,2), veranderden de cholesterolwaarden in die eerste jaren niet veel. In de Zuideuropese cohorten (beginwaarden 5,3 en 5,5) steeg het cholesterolgehalte tussen 1960 en 1970 gemiddeld met 10%. In Servië werd een voor Europa zeer lage beginwaarde gemeten (4,2), maar die steeg in tien jaar tijd met 30% (Journal of the American Medical Association, 12 juli).

Na 25 jaar blijken hoge beginwaarden weliswaar de kans op dood door een hartinfarct te vergroten, maar gelijke cholesterolwaarden veroorzaken in verschillende culturen uiteenlopende risico's op hartdood. De cholesterolspiegel is dus een belangrijke voorspeller van dood door hart- en vaatziekten, maar wellicht niet de belangrijkste. De verschillen tussen culturen zijn belangrijker dan de verschillen tussen cholesterolwaarden binnen een cultuur. De gevolgen voor de gezondheidszorg zijn belangrijk, aldus de onderzoekers: “het is misschien onmogelijk de sterfte aan hartinfarcten in Noord-Europa en de Verenigde Staten te reduceren tot het peil van de Mediterrane landen alleen door verlaging van het cholesterolgehalte.” Om de reductie te bereiken is een verdere aanpassing aan het 'Mediterrane profiel' noodzakelijk. De verschillen zitten misschien in de vetzuursamenstelling van de voeding, misschien in de inname van anti-oxydanten, misschien in andere, zoals genetische factoren. De voeding beïnvloedt weliswaar het cholesterolgehalte, maar het verband tussen dieet en hartsterfte is duidelijker dan dat tussen cholesterol en hartsterfte. Het Mediterrane dieet bevatte bij de onderzochte mannen minder vlees en meer vis, groente, fruit en alcohol. De Mediterrane vetten zijn voornamelijk enkelvoudig onverzadigd, de Noordeuropese en Amerikaanse veelal verzadigd. De consequentie is dat Europese of zelfs wereldwijde consensussen voor de medicinale behandeling van een hoog cholesterolgehalte beter uit kunnen gaan van de sterfte bij een bepaald cholesterolgehalte dan van het cholesterolgehalte zelf.