Grote belangstelling onder boeren in noorden om bos aan te leggen; 'Ieder Groninger dorp wenst naast zwembad ook dorpsbos'

TER APEL, 20 JULI. Hij noemt zich steevast bosbouwer. En ondernemer, want “met bosbouw alleen red je het niet”. B. Rossingh is in het Groningse Ter Apel begonnen met de aanleg van een bos van zeventig hectare. Ondanks een gunstige subsidieregeling was de financiering van zijn plan alleen mogelijk door de verkoop van percelen voor woningbouw.

Rossingh is een van de boeren die in Groningen op bosbouw is overgeschakeld. De provincie heeft onlangs de Bosontwikkelingsmaatschappij Groningen opgericht om enkele grote bossen aan te leggen en om te voorkomen dat de Europese regeling Stimulering Bosuitbreiding op Landbouwgronden (SBL) tot versnippering leidt. Van grote bossen wordt meer effect verwacht ten aanzien van natuurontwikkeling, houtproduktie, toerisme en recreatie. Niet iedereen staat positief tegenover alle bosbouwplannen in Groningen. “Het Groninger kleiland verliest zijn openheid”, zegt B. Westerink van de Milieufederatie Groningen.

De belangstelling bij boeren uit Groningen en Drenthe om bos aan te leggen is groot. De regeling is populair omdat hier de meeste gespecialiseerde graantelers actief zijn en aan graan de laatste jaren geen boterham te verdienen was. De waardedaling van de grond die het overschakelen van typische landbouwprodukten op bosbouw tot gevolg heeft, is in het noorden relatief gering omdat de landbouwgrond veel minder waard is dan in de rest van het land.

De SBL-regeling is sinds 1993 drie keer opengesteld geweest. Telkens was de inschrijving binnen enkele dagen overtekend. In juni van dit jaar was er geld beschikbaar voor 1900 hectare bos, daarvan is nu 1000 hectare toegewezen aan Drenthe en 800 aan Groningen.

Boeren krijgen 1200 gulden per hectare per jaar als ze tijdelijk bos aanleggen voor 15 jaar, en 1500 gulden gedurende 20 jaar voor blijvend bos. Landbouwers die een gedeelte van hun grond uit produktie nemen, kunnen zo een vast basissalaris realiseren. Ook is het aantrekkelijk voor 'boeren op leeftijd' die geen hypotheek meer op hun land hebben en geen opvolger voor hun bedrijf hebben. Maar voor de meesten is de regeling onvoldoende, zegt L. van der Velde, coördinator van de Bosontwikkelingsmaatschappij Groningen. “Landbouwers die bos aanvragen gaan zich daarom in toenemende mate als ondernemer gedragen. Zoals Rossingh met woningbouw of anderen in de recreatie. Bijvoorbeeld door campingplaatsen te verhuren”, aldus Van der Velde. Ook gebeurt het dat bedrijven, meestal uit de recreatiesector, boeren benaderen om bos te gaan bouwen. Via een omweg maken de bedrijven zo gebruik van de subsidieregeling. Van der Velde: “De regeling bevordert deze constructies.”

Het land van Rossingh in Ter Apel lijkt nog een overwoekerd grasveld. Een enkel struikje steekt boven het hoge gras uit. “Dat zijn bomen”, vertelt hij. Rossingh is een van de bosbouwende boeren van het eerste uur. Met behulp van de vorige stimuleringsmaatregel heeft hij zes jaar geleden in het Drentse Borger een negentig hectare groot populierenbos aangelegd. “Bosbouwkundig gezien geen schoonheid. Nu gaat het nog, maar het wordt een steil en eentonig bos. Met de randbeplanting die ik heb aangelegd is het net acceptabel.”

De vorige regeling wordt volgens hem beschouwd als de “kinderziekte” van de bosbouwregelingen. De tijdelijke bossen, meestal met populieren, die er door zijn ontstaan dragen volgens hem nauwelijks bij aan het landschap, de natuur en toerisme en recreatie.

Over zijn toekomstige bos in Ter Apel is Rossingh veel enthousiaster. Het wordt een gemengd bos met eiken, beuken en fijnsparren. Rossingh gaat zelf in het bos wonen en heeft een perceel vrijgelaten voor een nieuwe activiteit van hem: een hertenfokkerij.

Even verderop, achter het Ruiten-A-kanaal in Ter Apel, heeft Rossingh nog een stuk van zes hectare waar hij nu nog hennep verbouwd, “voor de vezels”. Naast de aanleg van bos gaat een projectontwikkelaar hier vijftien dure woningen bouwen. Zonder de woningbouw had Rossingh de financiering van zijn gehele plan vermoedelijk niet rond kunnen krijgen. “Ik heb de grond voor circa 25.000 gulden per hectare gekocht, als je er bos op gaat bouwen daalt het meteen naar 8.000 gulden. Voor een deel van de grond moest de waarde dus toenemen. Dat kon gelukkig doordat de gemeente Ter Apel voelde voor woningbouw op die plek.”

Rossingh heeft geen moment spijt gehad van zijn besluit over te schakelen op bos. De 49-jarige bosbouwer heeft nu meer vrije tijd. Nog even heeft overwogen een halve baan te zoeken. “Maar ik ben ongeschikt om voor anderen te werken. En wie wil mij nog hebben?”

De omgeving van Ter Apel, waar Rossingh zijn bos plant, is al bosrijk, maar ook in meer open gebieden in Groningen verrijzen steeds meer bossen. Tot verontrusting van secretaris Westerink van de Milieufederatie Groningen. “Ieder dorp heeft een zwembad, maar wil nu ook een dorpsbos. Het wordt een geweldige donkere massa. Binnenkort kun je niet meer van kerktoren naar kerktoren kijken.”

Hij twijfelt aan de natuurwaarde van de bossen. De kleigrond in Groningen is zeer voedselrijk, waardoor er snel ondoordringbare boomruigtes ontstaan. Karakteristieke vegetatie van kleigrond bij slootranden en kwelderwallen, zoals het geelhartje, de grote keverorchis en de schrale ogentroost, verdwijnen daardoor. Westerink kritiseerde recentelijk in een artikel in het blad Schoonschrift van de Milieufederatie ook de eigen organisatie. “Bij het horen van het woord 'bos' begint de federatie al te knorren van genoegen”. Westerink signaleert wel tekenen van herstel, want onlangs tekende de organisatie protest aan tegen een bos bij Den Andel.

Ook landbouworganisaties hebben kritiek op bosbouw, zij het van andere aard. A. Maarsingh, CDA-statenlid in Groningen en voorzitter van de sectie akkerbouw van de Land- en Tuinbouw Organisatie (LTO), vindt dat te veel landbouwgrond voor lange tijd uit produktie wordt genomen. Hij wijst op het feit dat recentlijk de Europese overschotten van graan aanzienlijk zijn geslonken en de graanprijs is gestegen. “Dat had niemand voorspeld. Laten we dan even goed nadenken. Tijdelijk braakleggen is veel goedkoper.” Werkgelegenheid leveren de bossen volgens Maarsingh al helemaal niet op. Honderd hectare bos staat volgens hem gelijk aan één arbeidsplaats, terwijl vier hectare aardappelgrond ook één arbeidsplaats oplevert. “Van een individuele boer die weinig rendement heeft, kan ik me voorstellen dat hij zegt 'als ik het liggend kan verdienen, wat zal ik me dan drukmaken. Na mij de zondvloed.' Maar voor de bedrijfstak en werkgelegenheid is het geen goede zaak”. Maarsingh ziet niets in de houtteelt, omdat het hooguit een paar honderd gulden per hectare oplevert. Ook in een toename van recreatiemogelijkheden gelooft Maarsingh niet zo. “Laatst op een zondag zag ik mensen bij een aardappelveld een broodje eten. Ze kijken net zo lief naar een mooi landbouwgewas dan naar bomen. De politiek moet niet denken dat iedereen die bossen geweldig vindt.”

Volgens Van der Velde van de bosontwikkelingsmaatschappij moet landbouw een belangrijke economische peiler blijven. “Maar bos is een aardige nevenactiviteit. Meer pretenderen we niet.”

Bosbouwer Rossingh vindt de kritiek van de landbouworganisatie onzin. “Landbouw heeft nog niet afgedaan, maar het is en blijft een krimpende activiteit.”