Een appeltje voor de werkloze

De nieuwe bijstandswet maakt het voor werklozen minder aantrekkelijk om tijdelijk bij boeren aan de slag te gaan. Volgens minister Melkert (Sociale zaken en werkgelegenheid) was het juist de bedoeling dat de bijstandsuitkering een springplank zou worden, die langdurig werklozen zouden kunnen gebruiken om werkervaring op te doen.

In de praktijk constateert het Regionaal Bureau voor de Arbeidsvoorziening (RBA) in Nijmegen, waaronder de Betuwe ressorteert, een tegenovergesteld gevolg van die nieuwe bijstandswet. Vorig jaar plukten na bemiddeling van dit bureau enkele honderden werklozen in de Betuwe tijdelijk appels en peren. Dit jaar verwachten zowel het RBA als organisaties van fruittelers dat er geen belangstelling van werklozen meer zal zijn om in september in de boomgaarden te werken.

Vooruitlopend op het van kracht worden van de nieuwe bijstandswet met ingang van 1 januari 1996 wordt het dit jaar aan de gemeenten overgelaten om te bepalen hoeveel een werkloze naast zijn uitkering in zijn eigen zak mag steken als hij geld verdient met tijdelijk werk. In het verleden was deze zaak landelijk geregeld. Als sociale diensten niet alle verdiensten van een uitkeringsgerechtigde invorderen, zouden werklozen gestimuleerd worden om werkervaring op te doen. Een uitkeringsgerechtigde die enkele weken in de fruitoogst werkte, kon ongeveer een kwart van zijn loon zelf houden.

Volgens de nieuwe bijstandswet mag een werkloze per jaar maximaal 3.200 gulden zelf houden van het geld dat hij bijverdient. Gemeenten moeten ieder voor zich uitmaken of zij die 3.200 gulden toestaan, of dat ze een werkloze in het geheel niet financieel willen stimuleren om tijdelijk te werken of dat ze een bedrag ergens tussen de 0 en 3.200 gulden genoeg vinden.

Noch fruittelers noch de ambtenaren van het RBA overzien hoeveel geld de verschillende gemeenten hun werklozen willen laten houden als ze appels plukken. Fruittelers hebben de indruk dat er gemeenten zijn die fruit oogstende werklozen helemaal niets van hun loon willen laten houden. In die gevallen incasseren de gemeenten het volledige plukloon. Als uitkeringsgerechtigden het in zo'n geval niet de moeite waard vinden om tijdelijk aan het werk te gaan, komt er echter geen cent van een werkende werkloze in de gemeentekas.

Aangenomen wordt dat gemeenten in de Betuwe hun gemeentelijke werklozen uiteenlopende bedragen als bijverdiensten boven hun uitkeringen zullen gunnen. Dat was ook de bedoeling van de nieuwe bijstandswet. De beslissingen moesten op plaatselijk niveau worden genomen door bestuurders die de plaatselijke omstandigheden kennen. Goed en aardig, zo is de reactie bij het Nijmeegse RBA, maar zo ontstaat er rechtsongelijkheid. Als in één boomgaard werklozen uit verschillende gemeenten appels plukken en allemaal een ander bedrag op hun giro krijgen, dan lopen ze snel kwaad weg. Of ze beginnen niet eens aan de pluk.

Daarom heeft het Nijmeegse RBA een poging genomen om de in de nieuwe bijstandswet bepaalde decentralisering terug te draaien. Getracht wordt de directies van sociale diensten van de gemeenten in Betuwe en Land van Maas en Waal zover te krijgen dat ze een gezamenlijk beleid vaststellen. Dan is er geen rechtsongelijkheid onder werklozen uit verschillende gemeenten meer en kunnen de uitkeringsgerechtigden eensgezind de boomgaard in. Het RBA vreest dat als op de wettelijke decentralisatie van de bijstand geen vrijwillige gemeentelijke centralisatie volgt, de prikkel om werkervaring tussen fruitbomen op te doen zal verdwijnen.

Het is ook mogelijk dat werklozen als zwartwerkers de appels gaan plukken. Dan vertellen zij de gemeenten niets over hun bijverdiensten en steken zij al hun verdiende geld in eigen zak. De politie van de regio Tiel heeft net een controle bij de oogst van zacht fruit (kersen, aardbeien en bessen) afgesloten, waarbij werd samengewerkt met de inspectiedienst van het ministerie van sociale zaken en het Gemeenschappelijk Uitvoeringsorgaan Landbouw. Bij de Betuwse fruitbedrijven werden alleen buitenlanders gecontroleerd. De meeste van de 375 gecontroleerde personen waren in Nederland woonachtige Noordafrikanen. Verder ging het wat om Oosteuropeanen. In totaal 25 personen werden wegens illegaal werken het land uitgezet. Van de Noordafrikanen had negentig procent een uitkering en werkte zwart. Deze werklozen hadden niet de moeite genomen om gemeenten te vragen hoeveel ze van hun loon mochten houden als prikkel om werkervaring op te doen.