Depressief

W&O van 6 juli meldt dat veel artsen thuiswonende depressieve 65+ers niet helpen omdat hun kwaal op deze leeftijd als een begrijpelijke reactie moet worden gezien. Deze opvatting geldt duidelijk ook voor ouderen die (tijdelijk) in een afdeling voor geriatrische psychiatrie zijn opgenomen. Voor inrichtingen met zo'n afdeling ligt de grens van volwassen en oud overigens al bij 60 jaar.

Voor iemand die als 'jeugdige' van rond de 65 moet vertoeven temidden van een groep waarvan de leeftijd ruim 10 jaar hoger ligt, is het verblijf aldaar niet benijdenswaardig. Het merendeel van de aanwezigen is duidelijk niet depressief, soms licht dement, veelal incontinent of kan zich slechts in een rolstoel laten voortbewegen. Deze mensen vragen uiteraard veel aandacht. Genoemde jeugdigen worden geacht op medicijnen te reageren; zoniet dan worden ze praktisch aan hun lot overgelaten. Deelname aan spaarzaam aangeboden bezigheidstherapie wordt niet aangemoedigd: het is de eigen verantwoordelijkheid van de patiënt. Een moderne opvatting maar ook een gemakkelijke. Het is dan ook een vertrouwd beeld dat jeugdige oudjes de dag voor zich uit kijkend doorbrengen op een stoel of krukje. Het personeel zal hooguit af en toe informeren: 'Zit u lekker?'

Dit beeld heb ik helaas gedurende enkele jaren van nabij moeten aanschouwen. Het lijkt onmogelijk dat in deze toestand ooit verandering zal komen. Opname is immers alleen mogelijk in een voor de regio alwaar het slachtoffer woonachtig is aangewezen inrichting. Deze monopoliepositie kan mijns inziens in belangrijke mate de oorzaak zijn dat bij ouderen depressies onbehandeld blijven. Kennelijk heeft niemand, behalve patiënt en familieleden, belang bij een actief diagnostisch en therapeutisch beleid voor bij ouderen optredende depressies.

Uiteindelijk blijkt met enkele vertrouwde gesprekspartners onder supervisie van een goede huisarts en vooral met veel geduld, in de thuissituatie meer bereikt te kunnen worden dan met de gemonopoliseerde hulpverlening.

Droevig maar waar.