De leeftijdsloze ijslust; Uitpakken, afbijten en likken, likken

Een genotzoeker likkend aan een consumptie- ijsje, zoet en kortstondig verfrissend, is geen toonbeeld van een volwassen persoon. IJslust heeft iets kinderlijks, hoewel niet van oorsprong; waarschijnlijk pas sinds in de afgelopen honderd jaar de ijscoman in het straatbeeld is verschenen. De vroege Europese ijseters, in de zeventiende en achttiende eeuw, waren aanzienlijken die zich grillen konden veroorloven; ook nu nog staan in restaurants die zich weinig moeite geven onder het hoofd Desserts op het menu voornamelijk ijsgerechten.

Het is als afzonderlijke versnapering dat het ijsje er bij volwassenen kinderlijk uitziet. In de pauzes van bioscopen en schouwburgen lepelen overal in Europa bezoekers de plastic bakjes leeg alsof hun rijpingsproces onvoltooid is gebleven. Soms komt het door de kartonnen lepeltjes die ondersteboven in de monden gestoken worden, met de lading er onder tegenaan geplakt, maar ook regelrecht happen is een koddig gezicht. “Demandez les Esquimaux Gervais!” roepen de ouvreuses vanouds in de Franse theaters. De liefhebbers die ervoor zwichten, keren terug naar hun plaatsen met choc-ijzen en moeten uitpakken, afbijten en als het zachter wordt, likken met gevaar van kliederen. Pas op jongens! - en niet met chocoladevingers aan je bloes zitten.

Er komt bij dat voor de meesten van ons de sterkste ijsherinneringen uit de kindertijd stammen. Jaren geleden had in Haarlem aan het begin van de Zijlweg de melkinrichting De Sierkan een winkel waar bollen roomijs in knapperige hoorntjes gezet werden en met chocolade hagelslag bestrooid. Die smaak komt niet terug, evenmin als de zorg waarmee wij hetzij het ijs dieper in het hoorntje duwden of de lege punt opaten voordat wij aan de laatste happen toe waren: voorkomen moest worden dat er op het laatst alleen nog ijsloos wafelbaksel over zou zijn.

En bestaan de ijsschuiven nog waarin een rechthoekige wafel bedekt werd met ijs ter waarde van drie, vijf of tien cent en dan een tweede wafel? Het ijs smaakte niet zo nobel als dat van De Sierkan, maar het wachten-en-kijken was onvergetelijk.

Het doet er niet toe of de schuiven nog in gebruik zijn. De ervaring van het kijken hoeft niet herhaald te worden, die leeft voort. Kijk erop terug, en nog even, en geleidelijk krimpen de tussenliggende jaren in tot er geen verschil meer is. Het bescheiden hebberige ventje dat daar stond, dat zit nu hier; wij zijn dezelfde.

De enige ijservaring die ik nog wil herhalen, dateert van later en draagt de toepasselijke naam Mystère. Ook een Frans produkt, zo van de fabriek, keihard, maar netjes op een bord en waard om de verzachting van af te wachten. Meringue van binnen, dan een ijshuls, en aan de buitenkant een strooisel van noten en iets gecaramelliseerds. Met een paar happen herleeft de ijslust. Het is geen kwestie van wegdenken van de tijd; het is een kwestie van eten.

“Demandez les glaces Mystère!” Niet alle tongen zijn er even gevoelig voor, maar het is een proef waard.