CO2-ideologie (3)

Het wekt verbazing dat telkens weer van dezelfde argumenten gebruikt wordt gemaakt om de wetenschappelijke basis van de komende klimaatverandering te ontkrachten en de ernst van die verandering te bagatelliseren. Temeer daar die argumenten geen reden geven om de verwachtingen ten aanzien van die verandering aan te passen. In dit verband wekt het minder verbazing dat de verkondigers van deze kritiek bijna zonder uitzondering niet zelf direct betrokken zijn bij het onderzoek naar toekomstige klimaatveranderingen op de menselijke tijdschaal; die van decennia tot eeuwen.

Voor de onjuistheid van vele technische opmerkingen uit het artikel van Harry Priem (W&O, 6 juli) hoeft men slechts de uitstekende rapporten van het IPCC te raadplegen. Daarin zal men, anders dan door Priem gesuggereerd, wel lezen dat waterdamp inderdaad een veel belangrijker bijdrage heeft aan de opwarming van de aarde dan CO2. Sterker nog, met name de terugkoppelingen die te maken hebben met de hydrologische kringloop zijn verantwoordelijk voor het gegeven dat de temperatuurtoename - die overigens reeds in gang is gezet - ongeveer een factor twee groter zal zijn dan zij zou zijn met slechts CO2 als broeikasgas. Overigens is juist het feit dat water in de terugkoppelingen zit, de reden dat water nooit in de discussies genoemd wordt; op atmosferisch waterdamp hebben wij als mens géén invloed. Ook wolken zitten in de hydrologische kringloop. En hier gaat de auteur - als zovelen overigens - echt de broeikasmist in. Want hoewel de onzekerheden groot zijn en wolken netto een koelende werking hebben, wordt deze werking volgens de modellen in de toekomst eerder minder. En niet relatief, maar absoluut. In die zin dragen (veranderingen in de eigenschappen van) wolken dus bij aan de extra versterking van het CO2-effect.

Ook zal men in genoemde rapporten lezen dat effecten van variaties in de activiteit van de zon op de genoemde tijdschalen momenteel al vele malen kleiner zijn dan de effecten van toenames in broeikasgassen, en in belang alleen nog maar zullen afnemen.

Geoloog Priem denkt hierbij, en in de rest van zijn stuk, op tijdschalen die voor het door de mens veroorzaakte broeikasprobleem niet relevant zijn. Bijvoorbeeld omdat over ruwweg driehonderd jaar de voorraden fossiele brandstoffen uitgeput zijn en vanaf dan de concentraties van broeikasgassen wel moeten dalen! En natuurlijk komt de ijstijd eraan, maar wel pas over 50.000 jaar.

Over ijstijden gesproken verbaast het mij ook waarom door de critici steeds weer aandacht besteed wordt aan een enkel bericht in de media, nu 25 jaar terug, waarin gewag werd gemaakt van een snel naderende ijstijd. Wat leren we van dit gegeven, of van het feit dat ze ooit dachten dat de aarde plat was, voor de toekomst? En begrijpt verwarringzaaier Priem wel dat onzekerheid altijd naar beide kanten uitwerkt; het kan dus minder warm worden dan voorspeld, maar ook warmer....

Helaas levert het stuk van Priem slechts achterhaalde gezichtspunten. Zoals Priem suggereert is de waarheid omtrent klimaatverandering complex en zodoende moeilijk onder ogen te zien. Maar gezien de titel van zijn verhaal lijkt het er eerder op dat Priem de waarheid gewoonweg niet onder ogen wil zien. Is dat wellicht omdat Priem zelf van gereformeerde huize is?