'Afrekening met verleden'; Mandela wil onderzoek naar 'vuile oorlog'

KAAPSTAD, 20 JULI. President Nelson Mandela heeft gisteren de wet ondertekend die het hem mogelijk maakt binnen enkele maanden de Commissie voor Waarheid en Verzoening te installeren, die de 'vuile oorlog' van de apartheidsjaren in Zuid-Afrika moet onderzoeken.

“Wij kunnen nu afrekenen met ons verleden, de waarheid vaststellen die ons zolang is onthouden en de basis leggen voor werkelijke verzoening”, zei Mandela tijdens een korte plechtigheid in Pretoria. Alleen door de waarheid te weten over het verleden van Zuid-Afrika kunnen volgens de president “de vreselijke open wonden die de erfenis van de apartheid zijn” genezen.

De “Waarheidscommissie” krijgt ruime bevoegdheden om ernstige schendingen van de rechten van de mens te onderzoeken die zijn begaan vanuit een duidelijk politiek motief. Zowel vertegenwoordigers die het blanke bewind instandhielden - zoals politiemannen, soldaten en politici - als leden van de voormalige zwarte bevrijdingsbewegingen die ertegen vochten, kunnen getuigen bij de commissie. Het gaat om daden die zijn gepleegd tussen 1 maart 1960, de maand waarin het bloedbad van Sharpeville plaatshad, en 5 december 1993, de einddatum van de onderhandelingen over een nieuwe grondwet. Extreem-rechtse blanken die voor de verkiezingen van april 1994 terreurdaden pleegden, zoals de bomonploffing in het centrum van Johannesburg, kunnen geen aanspraak maken op de mogelijkheid van amnestie die de wet biedt.

De Waarheidscommissie kan mensen die hun daden voor de commissie bekennen, amnestie geven. Zij moeten daartoe “alle relevante feiten” openbaar maken. Hun namen en de daden waarvoor amnestie is verleend, zullen worden openbaar gemaakt in de Staatscourant. Een apart comité zal zich buigen over de compensatie voor slachtoffers, zoals mensen die in de gevangenis zijn gemarteld en familieleden van anti-apartheidsstrijders die zijn vermoord.

De commissie zal bestaan uit elf tot zeventien leden, onder wie een rechter die de amnestie-aanvragen moet beoordelen. De commissie krijgt anderhalf jaar de tijd voor haar onderzoek. President Mandela zal binnenkort de procedure bekendmaken volgens welke de leden zullen worden benoemd. Vertegenwoordigers van 31 buitenparlementaire organisaties en kerken riepen de president gisteren op alleen mensen te kiezen met uitgebreide ervaring in het werk voor de rechten van de mens. De kandidaten zouden in het openbaar moeten worden gehoord om zo hun bemoeienissen met de strijd voor deze rechten in Zuid-Afrika publiek te maken. De benoeming van commissieleden moet niet het onderwerp zijn van “politieke ruilhandel”, stelden de organisaties.