Vernieuwde Loïs Lane kleurt zich met disco-soul

Met hun vorige cd ging het mis, ook al werd deze opgenomen met medewerking van Prince. De nieuwe cd van Loïs Lane is luchtig maar altijd met een onverwachte hook. “We willen hier ons geld mee verdienen als muzikant in Nederland.”

AMSTERDAM, 19 JULI. De vraag is waarom Loïs Lane niet succesvoller is dan ze is. De Nederlandse groep van de gezusters Klemann was toch meteen bij de start onder de hoede genomen van een grote platenmaatschappij, wordt aangevoerd door twee glamourvolle zangeressen met mooie stemmen, en heeft bovendien een luchtig repertoire. De vorige cd, Precious (1992), werd opgenomen met medewerking van Prince en van een eerdere cd, Fortune Fairytale (1990) verkocht de groep meer dan honderdduizend exemplaren.

Maar met Precious ging het mis. Er werden er nog zo'n 40.000 van verkocht, maar dat was minder dan verwacht - de naam van Prince bleek niet altijd een commercieel effect te hebben en Loïs Lane werd door platenmaatschappij Polydor op straat gezet. Ook al was dat volgens directeur Albert van der Kroft niet eens wegens de tegenvallende maar nog allezins redelijke verkoopcijfers, maar om 'onverenigbare artistieke ideeën'.

Na samen met de twee zangeressen vruchteloos te hebben geprobeerd met nieuw materiaal te komen, verlieten alle muzikanten de groep. De mogelijkheden van Loïs Lane in de bezetting die stamde uit 1984 waren uitgeput. Monique (29) en Suzanne (32) Klemann, die eind jaren tachtig begonnen waren ook eigen teksten en muziek te componeren, zochten een nieuwe band bij elkaar en schreven met deze bandleden een nieuw repertoire. Dit jaar kreeg de groep een contract bij platenmaatschappij Arcade. De cd Fireflight verscheen vorige week.

In vergelijking met Fireflight blijkt hoe verkrampt Precious was. Daar strookten de lichte stemmen van de zangeressen niet met de funky Prince-pastiches en klonken de composities over het geheel gewild. Fireflight, dat werd geproduceerd door de nieuwe leden Bart van Poppel (Hammond/basgitaar) en Slyde Don Cher (gitaar), heeft een ontspannen geluid. De arrangementen en composities zijn gekleurd door de jaren zeventig, en dan vooral door de 'Philly Soul', de disco-soul uit Philadelphia.

Het Hammond-orgel verzorgt op de nummers van Fireflight de warm broeierige onderstroom, terwijl drummer Christan Muiser zich verlaat op een vierkwartsmaat met zuigend klinkende hi-hat. De songs zijn nog altijd luchtig maar hebben bijna allemaal wel een onverwachte hook, of een vreemd vocaal accent dat voorspelbaarheid voorkomt. Alleen de eerste single, Tonight, het visitekaartje van de cd, heeft een uitsluitend 'commercieel' geluid; hier lijkt alles in het werk gesteld om het nummer bij de luisteraar zo snel mogelijk in het gehoor te haken. Muzikanten en zangeressen volgen allen hetzelfde melodietje dat nergens het niveau van disco-stamper ontstijgt.

De single geeft een platter beeld dan de cd verdient. Maar hoewel Suzanne en Monique Klemann het verklaren als een 'keuze van de platenmaatschappij', kunnen ze er niet mee zitten. “We willen hier ons geld mee verdienen, als muzikant in Nederland”, zegt Monique. “Deze platenmaatschappij geeft ons de ruimte een plaat te maken, en hun mensen verkozen dit nummer als single. Dan ga ik niet lopen zeiken.” Suzanne: “Ik begrijp best dat het publiek op het verkeerde been gezet worden door het nummer, maar er komt ook een tweede single en misschien wel een derde. Volgens de platenmaatschappij moesten we onze nieuwe start beginnen met een herkenbaar geluid, zodat de mensen er aan konden wennen.”

Monique: “Bij de vorige cd hadden wij ook eigenlijk een andere single gekozen dan het Prince-nummer dat het uiteindelijk geworden is.” Suzanne: “Maar alleen Mo en ik geloofden dat onze eigen nummers beter waren. Toen was het veel pijnlijker dat er iets van iemand anders gekozen werd. Nu zijn het allemaal eigen nummers - dus maakt het niet zoveel uit.”

Suzanne en Monique schrijven zelf de meeste nummers, maar ze doen het nooit samen. “Bij songschrijven gaat het zo diep met gedachten dat je met niemand anders kan communiceren dan met jezelf”, zegt Monique. Het zelf schrijven ontstond geleidelijk. “We waren drie keer per week aan het oefenen, het ging vanzelf. Ik beschouw mezelf niet als een groot tekstschrijver maar ik kan functionele teksten schrijven die niet al te dom klinken en een muzikale klank hebben.”

Suzanne vertelt over het nummer Stay, waarvan zij het refrein schreef en Monique het couplet. De tekst gaat over iemand die overleden is, voor Monique een onderwerp dat zich net zo goed leent voor popmuziek als de luchtige onderwerpen. “In het vocabulaire van de meeste mensen komen nou eenmaal meer woorden voor die een tragisch en ongelukkig gevoel uitdrukken, dan een gezond, blij gevoel. Net als dat het me altijd opvalt hoeveel meer scheldwoorden er zijn dan kooswoorden.”

De muziek onder de teksten wordt ook wel eens door een van de bandleden geleverd. “Maar de zangmelodie komt dan weer van ons. Want wij weten waar onze grenzen liggen”, zegt Monique. “Ik moet me bijvoorbeeld niet wagen aan zwarte soul, dat geldt voor mijn zus ook. We moeten het hebben van een eigen sound, echte popliedjes, niet te zwaar.” In de periode tussen de laatste twee cd's zong Monique Klemann graag mee met coverbands die juist wel zware soul en jazznummers speelden. “Om mijn stem te oefenen. Ik dwing mezelf om jazz te doen, zachte open nummers waar ik veel ruimte heb om te zingen.” Vertrouwt zij haar stem daarvoor? “Daar dwing ik mezelf toe. Om daar te staan zonder het gebeuk van onze eigen band, in een kwetsbare positie.”

    • Hester Carvalho