UCI praat tegen dovemansoren

Toen Laurent Bezault enige jaren geleden in de Ronde van Frankrijk zwaar ten val kwam waren insiders het er over eens dat het Franse talent aan de dood ontsnapte dankzij de valhelm die hij op had. Of de verongelukte Italiaan Fabio Casartelli gisteren in leven zou zijn gebleven wanneer hij een helm had gedragen, is twijfelachtig. De 25-jarige renner van Motorola sloeg op zwarte dinsdag in de afdaling van de Col de Portet d'Aspet met zo'n hoge snelheid tegen het wegdek en een granieten blok, dat zijn overlevingskansen zelfs met een hoofdbeschermer klein waren geweest.

De internationale wielerunie (UCI) heeft jaren gepleit voor het gedwongen dragen van helmen, ook voor de professionals. In België is die beveiliging al wettelijk verplicht, in Nederland mag een renner evenmin zonder zo'n hoofddeksel aan de start verschijnen. Dat bepaalt de wielerunie, de KNWU. In Frankrijk gelden andere regels hoewel de UCI, onder leiding van haar Nederlandse voorzitter Hein Verbruggen, daar verandering in probeerde te brengen. Zo stelden Verbruggen en de zijnen - voor het laatst in 1991 - alles in het werk om renners, ploegleiders, sponsors en bestuurders ervan te overtuigen dat de helm “een must” zou moeten zijn. Maar ze praatten tegen dovemansoren.

Onder aanvoering van de Amerikaan Greg LeMond en de Fransman Laurent Fignon verzette het peloton zich dat jaar hevig tegen het idee van Verbruggen. Ze dreigden zelfs met stakingen in de etappwewedstrijden Parijs-Nice en de Tirreno-Adriatico, toen de UCI hen wilde dwingen hun hoofden met zogenoemde pothelmen te bedekken. De coureurs hielden vol dat die beschermers ondraaglijk waren, met name in de cols waar ze door de enorme hitte in het zweet plachten te baden. De UCI trok de conclusie dat ze kansloos was: “Wij konden prachtige reglementen maken, maar die niet toepassen”, zegt Verbruggen daarover nu. “Neem de klim naar Alpe d'Huez. Flikkert Marco Pantani bij de eerste bocht zijn helm weg, dan kan de UCI iets zeggen van ho, ho, ho. En fel protesteren. Maar het wielervolk lacht je dan uit. Straffen helpen dus geen zier. En ze halen hun schouders op voor een boete.”

De bezorgde UCI heeft nog andere plannen geopperd. Ze dacht erover de renners aan het begin van elke Tour-afdaling een helm aan te reiken, die de coureurs konden inleveren zodra het parkoers weer vlak was. Het zou niet werken in de praktijk, oordeelde de internationale bond na tal van onderzoeken en enquêtes. Verbruggen en de zijnen moesten zich neerleggen bij de realiteit: laat iedereen zelf beslissen. Sprinters als Mario Cipollini, Laurent Jalabert en Wilfried Nelissen zijn zo verstandig steevast een helm te dragen wanneer ze, met zeventig kilometer per uur, in een grote groep duwend en wringend naar de finish snellen. De laatste twee overleefden daardoor mogelijk een zware smak in Armentières, in de Tour van 1994. Beiden raakten “slechts” zwaar gewond.

De wielergeschiedens leert dat wegrenners de valhelm - overgenomen uit de vliegwereld - pas relatief laat zijn gaan gebruiken. De leren helm met paardehaar en rollen (casques à boudain, zeggen de Fransen) gebruikten de Tourcoureurs voor de Tweede Wereldoorlog nauwelijks. Wel droegen ze de beschermers in de Franse en Belgische klassiekers. Jean Robic introduceerde de helm in de door hem gewonnen Tour van 1947, nadat hij een jaar eerder ernstig was gevallen in Parijs-Roubaix en een hersenschudding had opgelopen. Daarna droeg hij consequent een leren helm, waardoor hij de bijnaam Tête de cuir (Leren hoofd) kreeg. De legendarische Fausto Coppi nam de gewoonte van Robic over toen zijn broer Serge in de Ronde van Piemonte (1951) was gevallen en enige uren later aan hersenletsel overleed.

Fabio Casartelli liet gisteren het leven in de Ronde van Frankrijk, als vierde rijder in de Tourgeschiedenis. Hij koos ervoor om zonder valhelm te rijden. En vergrootte daarmee de risico's bij een val. Een tragische tuimeling als die van de Italiaan moet, hoe verschrikkelijk dan ook, als een bedrijfsrisico worden beschouwd. Casartelli zal niet de laatste dode zijn in la Grande Boucle met haar steeds hogere snelheden en alle gevaren daaraan verbonden.

    • Guido de Vries