Tour de France

De Tour de France kende sinds haar eerste editie in 1903 drie dodelijke ongelukken. De Engelsman Tommy Simpson overleed in 1967 bij de beklimming van de Mont Ventoux. Artsen verklaarden dat Simpson door uitdroging was overleden, als gevolg van de hitte en een combinatie van doping- en alcoholgebruik. Net als vanmorgen in Tarbes hield het peloton in 1967 een minuut stilte ter nagedachtenis aan de overledene. Hoban mocht die dag gedurende de hele etappe op kop rijden. Hij kreeg de overwinning cadeau, als eerbetoon aan zijn vriend. Hoban is later in het huwelijk getreden met de weduwe van Simpson.

In 1935 overleed de Spanjaard Francisco Cepeda aan de gevolgen van een schedelbreuk, die hij opliep na een valpartij in de buurt van Bourg d'Oisans. In 1910 overleed de Fransman Adolphe Héliève op de rustdag in Nice aan de gevolgen van een zwempartij.

Buiten de Tour staan de dodelijke ongelukken van Jean-Pierre Monséré en Joachim Agostinho nog helder voor de geest. De jonge Belg Monséré reed in 1971 als kersverse wereldkampioen tegen een auto. De oude Portugees Agostinho overleed in 1984 in de Ronde van de Algarve, waar een overstekende hond een einde maakte aan een imposante carrière.