Reed Elsevier wil met vrijgemaakt kapitaal rendement verhogen

ROTTERDAM, 18 JULI. Met de verkoop van het grootste deel van de consumentenactiviteiten zet Reed Elsevier een nieuwe stap op weg naar het profiel dat de bestuurders zichzelf voor ogen hebben gesteld: een uitgeversconcern van hoogrenderende, professionele, zakelijke en wetenschappelijke informatie.

De beslissing is niet nieuw. Al ten tijde van de fusie tussen Reed en Elsevier in 1992 werd besloten dat de minder renderende activiteten moesten worden afgestoten. De formele reden, die bestuurder P. Vlek gisteren opgaf, is dat bij investeringsbeslissingen geld moet worden vrijgemaakt om te kunnen uitbreiden in de professionele sectoren waarin het concern zijn toekomst ziet. Op zulk kapitaal mogen de zorgenkinderen van het concern niet langer beslag leggen. Achterliggende reden is de voortzetting van het sterk op de aandeelhouders gerichte ondernemingsbeleid, waarin elk jaar een stijging van de winst per aandeel moet kunnen worden getoond. Zo stijgt de waardering van de aandelen, wat een toekomstige uitgifte ten bate van een grote overname lucratiever maakt. Die duurzame winststijging vergt een dynamisch en continu proces van herschikking en structurering, opkopen en afstoten, omdat de rentabiliteit een duurzaam opgaande lijn moet geven. Dat het profiel van de onderneming daarbij niet altijd heilig is, bewijst het aanhouden van de uitgeverij voor publieksbladen IPC, die dan wel niet in Reed Elseviers ideale zelfbeeld past, maar simpelweg voldoende rendeert om te mogen blijven. Dat lijkt ook te gelden voor de zakelijke bladen Beleggers Belangen en FEM, en zelfs voor het weekblad Elsevier, hoewel bij dat blad ook minder zakelijke motieven meespelen.

Reed Elsevier heeft nu een bedrijfsresultaat van 1670 miljoen gulden bij een omzet van omgerekend 7,6 miljard gulden. Met het afstoten van de Dagbladunie, de meeste publieksbladen van Bonaventura, Reed Regional Newspapers, Reed Consumer Books en de veertien Amerikaanse bladen van Cahner Publishing gooit Reed Elsevier een vijfde van zijn omzet overboord, en een achtste van het bruto resultaat. Na de operatie zal de omzet, waar ook de eind vorig jaar gekochte databank Lexis-Nexis bij wordt gerekend, 7,075 miljard gulden bedragen, bij een bedrijfsresultaat van 1,605 miljard gulden. Dat betekent dat de brutomarge omhoog gaat van 21,8 procent naar 22,5 procent - een cijfer dat door een margeverbetering bij Lexis-Nexis nog hoger zal moeten worden.

De boekwaarde van de te verkopen ondernemingen is geraamd circa 1,75 miljard gulden. De vraag is of Reed Elsevier de ongewenste activiteiten voor meer dan dat bedrag kan verkopen. Reed Consumer Books zou de interesse hebben van bedrijven als Pearson (met wie Elsevier nog een mislukte vrijage had voor het samengaan met Reed) of het Duitse Bertelsmann. Voor de regionale kranten van Reed zou belangstelling bestaan van Britse regionale uitgeverijen en de bladen in de Verenigde Staten en Nederland kunnen desnoods afzonderlijk worden verkocht. Voor de Dagbladunie, die de bulk van de verkoopopbrengst moet opleveren, lijkt zich vooralsnog alleen een Nederlandse oplossing aan te dienen.